Vergeet de 10.000 stappen per dag maar

We wandelen met z’n allen tijdens deze corona-crisis wat af. Minder stappen is net zo gezond! Wie een stappenteller gebruikt, passeert het liefst de magische grens van 10.000 stappen per dag. Daarmee haal je de meeste gezondheidsvoordelen uit je ommetje. Klopt dat wel?

Langer leven

Nee, dat klopt niet, zo blijkt uit een onderzoek dat eerder werd gepubliceerd in vakblad JAMA Internal Medicine. In het onderzoek wordt aan bijna 18.000 vrouwen met een gemiddelde leeftijd van 72 jaar gevraagd of zij gedurende een week hun stappen bij willen houden met een stappenteller. Daarna worden deze deelnemers nog 4 jaar gevolgd. Wat blijkt? Zij behalen de grootste gezondheidswinst (lees: verlaging van de kans op vroegtijdig sterven) bij 7.500 stappen per dag. Alle daarboven gezette stappen lijken geen invloed meer te hebben.

Verder blijkt dat vrouwen die hun daggemiddelden opschroeven van 2.700 naar 4.400 stappen per dag, hun overlijdensrisico verkleinen met bijna de helft.

Verder lezen?

De nieuwe norm is 7.500 stappen per dag

Kortom. Waar het op neerkomt: Heb je een dag geen tijd om te lopen of gewoonweg een keer geen zin (rustdagen zijn belangrijk!) maak dan gewoon een korte wandeling of ga een stukje fietsen. En overdrijf niet: 7.500 stappen per dag zijn de nieuwe magische 10.000! In de wintermaanden mag het rustig iets minder zijn. Probeer deze wintermaanden eens een weekgemiddelde van ruim 5.000 stappen te halen, dat geeft een beter beeld.

Dikke vingers tijdens het wandelen

Het ontstaan van dikke vingers tijdens het wandelen heeft waarschijnlijk te maken met de positie van je armen en je bloedcirculatie. Je armen hangen tijdens het wandelen naar beneden. Door de zwaartekracht en de zwaaiende beweging die je armen maken, gaan bloed en vocht naar het laagste punt en dat zijn je vingers. Bloed en vocht hopen zich op in je vingers en dit veroorzaakt een zwelling. Dit is niet gevaarlijk, maar het kan wel een onaangenaam gevoel geven. 

Lees verder…..

Wat kan vaatschade in de hersenen aanrichten?

Trager denken, langzamer lopen en steeds minder initiatief nemen. Dan kan het, volgens Majon Muller, hoogleraar cardiovasculaire veroudering, komen door vaatschade.
Op de website van Gezondheidsnet vertelt zij daar meer over.

Wat is dat precies, vaatschade?
“Met vaatschade bedoel ik schade aan de kleinere bloedvaten in de hersenen. Bijna iedereen weet dat je, als je ouder wordt, goed moet letten op je bloeddruk. Een te hoge bloeddruk kan immers leiden tot hart- en vaatziekten. Minder bekend is dat een hoge bloeddruk of schade aan het hart ook andere risico’s met zich meebrengt, in andere delen van het lichaam. De kwetsbaarste organen zijn de hersenen en de nieren.”

Hoe werkt dat? Wat kan vaatschade in de hersenen aanrichten?
“De hersenen bestaan voor een deel uit grijze stof – dat zijn de zenuwcellen – en voor een deel uit witte stof; dat zijn lange uitlopers die zenuwcellen met elkaar verbinden. Verder zitten er miljoenen bloedvaatjes in de hersenen. Deze zijn heel erg belangrijk. Wat we zien is dat schade aan de kleine bloedvaatjes vooral invloed heeft op de witte stof, op die verbindingen dus. De verbindingen tussen zenuwcellen worden minder efficiënt. Een collega van me omschreef het eens zo: een vierbaanssnelweg wordt geleidelijk aan gereduceerd tot een landweggetje.”

Verder lezen?

Medicijnen als verborgen dikmakers

Afvallen is moeilijk bij gebruik van sommige medicijnen. Op de website van Gezondheidsnet staat een artikel hierover. Ga eens na welke medicijnen je allemaal slikt. Want sommige medicijnen kunnen zorgen voor gewichtstoename, of maken het je erg moeilijk om af te vallen. Zit jouw medicijn erbij? Overleg dan eerst met je arts. Ook bij medicijngebruik blijft bewegen, bijvoorbeeld wandelen, belangrijk.

Medicijnen zijn belangrijk en kunnen levensreddend zijn. Helaas hebben ze vaak ook bijwerkingen, en soms zijn ze van invloed op het lichaamsgewicht. Er zijn medicijnen die daarom bekend staan, zoals prednison. Maar er zijn ook medicijnen waarvan je het echt zal verbazen. Het is slim om op de bijsluiter te kijken of gewichtstoename een bekende bijwerking is, of om dit met je arts te bespreken. Natuurlijk is het pertinent niet de bedoeling om zomaar met een medicijn te stoppen als je wilt afvallen. Doe dat nooit op eigen houtje.

Dat overgewicht niet goed is voor de gezondheid is geen nieuws. Toch neemt het aantal dikke mensen nog steeds toe. En dat is niet zonder risico. Diabetes, hart- en vaatziekten, kanker. Mensen met obesitas hebben zelfs een grotere kans om vroegtijdig te sterven.

Ongeveer de helft van de mensen in Nederland is te dik. Overgewicht en obesitas kunnen leiden tot allerlei gezondheidsklachten en ziekten. Gelukkig is er ook goed nieuws. Een gewichtsafname van 5 procent kan al leiden tot een afname van gezondheidsproblemen. Houd dat dus altijd voor ogen!

Lees verder…..

Wandelen op latere leeftijd?

Wandelen kun je nog tot op late leeftijd doen. Wandelen is zelfs een hele goede remedie tegen allerlei ouderdomskwalen. Waar moet je op letten als je op latere leeftijd wandelt?

“Tot je 40e zorgt je lichaam voor jou, na je 40e moet jij voor je lichaam gaan zorgen.” Ellen Abbringh, is wandel- en vitaliteits/leefstijl coach. “Niemand is te oud om te (beginnen met) wandelen. Maar na je 40e beginnen er wel dingen in je lichaam te veranderen waar je rekening mee moet houden.”

Wandelen op elke leeftijd en bij elk weertype.

Wat gebeurt er in je lichaam als je ouder wordt? Ouder worden komt met gebreken, dat is algemeen bekend. Naast een verhoogde kans op bijvoorbeeld hart- en vaatziekten, artrose en diabetes type 2 neemt met het ouder worden van nature de spiermassa af. Niet alleen van de spieren die het skelet ondersteunen, maar ook van je hart en ademhalingsspieren. “Je spieren zijn eigenlijk een soort van energiefabriekjes: meer spieren betekent meer van die energiefabriekjes en dat leidt tot meer energie. Bij een afname van spiermassa volgt automatisch ook het effect van minder energie, dus meer vermoeidheid en een verlaagde stofwisseling, maar ook het risico op vallen. De kans op een hoger vetpercentage en gewichtstoename neemt toe,” legt Ellen uit en vervolgt: “Vrouwen krijgen bij het ouder worden te maken met de overgang. De botkwaliteit wordt dan minder, doordat het lichaam minder oestrogeen aanmaakt. De kans op osteoporose neemt toe en daarmee ook de kans op botbreuken.”

De beste remedie

Wie denkt het ouder worden alleen maar beperkingen met zich mee brengt heeft het mis. Ellen staat voor een actieve levensstijl. “Tot op hoge leeftijd kun je trainen en sterker worden. Juist bewegen is de beste remedie tegen al die ouderdomskwaaltjes. En laat wandelen nu een heel laagdrempelige en ontspannende manier van bewegen zijn, die iedereen op zijn of haar eigen niveau kan doen.”

“Met wandelen train je namelijk je hartspier en verbeter je je uithoudingsvermogen. Het hart pompt meer bloed rond en wordt sterker. Je gebruikt natuurlijk ook je benen en romp, waardoor je de spieren en botten sterker maakt. Een verhoging van de spiermassa zorgt voor meer van die eerder genoemde energiefabriekjes en dus meer energie en een minder vermoeid gevoel. Daarnaast verbeter je de stofwisseling, waardoor het vetpercentage naar beneden gaat en de kans op diabetes type 2 en obesitas afneemt. Bovendien verlaagt wandelen de kans op hart- en vaatziekten, beroertes, heupfracturen en heeft het een positief effect op je levensduur. Niet onbelangrijk: met een actieve leefstijl versterk je je immuunsysteem.”

Ook Erik Scherder, hoogleraar neuropsychologie, is een promotor van een gezonde leefstijl en een groot voorstander van het blijven of gaan bewegen. De voordelen van wandelen zijn namelijk enorm en hebben een grote positieve invloed op het brein. Wandelen heeft een gunstig effect op je hersenen, je stemming en geheugen.

Rustig opbouwen

Ellen moedigt iedereen aan om te gaan wandelen. “Niet iedereen kan direct kilometers achter elkaar wandelen. Als je lang niets gedaan hebt, is het belangrijk om langzaam op te bouwen. Kijk naar je eigen mogelijkheden en begin bijvoorbeeld met een keertje op en neer door de straat te lopen. Het zou mooi zijn als je dit dan kan uitbouwen naar matig intensief: een hogere hartslag, een beetje hijgen mag best. En als je wat sterker wordt, kun je een steviger wandeltempo proberen. Je mag best je grens opzoeken. Voor 55+’ers is de beweegnorm vijf keer per week 30 minuten matig intensieve inspanning. De grootste gezondheidswinst is om inactieve mensen naar die norm te krijgen.”

Vallen

Toch is er ook een risico voor ouderen die (beginnen met) wandelen. Ellen begeleidt als wandelcoach veel mensen. “Ik zie weinig blessures ontstaan door het wandelen. We bouwen de belasting rustig op, zodat pezen, spieren en gewrichten aan de belasting kunnen wennen. Maar wat ik wel zie is dat oudere mensen een verhoogde kans hebben om te struikelen of te vallen en daardoor blessures oplopen.” Die verhoogde kans op struikelen en vallen kan ook letterlijk een drempel zijn om de deur uit te gaan.

Verbinding

“Voor veel ouderen is het best een stap om voor het eerst de deur uit te gaan. Ik hoor vaak zeggen: ‘alleen zou ik dit niet zo snel doen’. Daarom als tip om een groepje gelijkgestemden te zoeken om samen mee te wandelen. Wandelen is niet alleen belangrijk voor de algehele conditie, maar ook voor verbinding en de mentale gezondheid. Tijdens het wandelen is er alle tijd voor een goed gesprek, je komt misschien op plekken waar je anders niet snel komt, je bent even weg van het eigen eilandje en kunt genieten van de natuur en een andere omgeving. Ook gezelligheid, gezondheid en het hoofd leeg maken zijn redenen die ik vaak hoor van mensen die bij mij training volgen. En als je al wat langer aan het wandelen bent, is het ook leuk om een doel voor ogen te hebben, of een stok achter de deur. Of dat nu het wandelen van een bepaalde afstand of route is of een evenement, die hopelijk in de toekomst weer veelvuldig georganiseerd kunnen worden.”

Bronnen: Wandel.nl, Gezond natuur wandelen, Ellen Abbringh, Vitaal Vechtdal

Lentekriebels delen met je kleinkind

De lente komt er weer aan! De bloemetjes gaan bloeien, het wordt weer mooier. Ondanks de kou voel je de lentekriebels al en die wil je graag delen met je kleinkind. Op de website van Opa en Oma staat hoe je optimaal gebruik kan maken van dat gevoel.

Het wordt weer lente! Weg met die ijskoud en op naar de zon. De bloemen gaan weer volop bloeien en de temperatuur wordt weer wat aangenamer. De perfecte tijd om samen het een en ander te ondernemen en volop te genieten van die lentekriebels.

Verder lezen?

Valentijnsdag

Valentijnsdag wordt gevierd op 14 februari. Paus Gelasius I riep in 496 14 februari uit tot de dag van de Heilige Valentijn.

Valentijnsdag valt samen met de feestdag van twee christelijke martelaren met de naam Valentinus. De gewoonten die met de dag in verband staan hebben echter niets van doen met het leven van deze heiligen. Er bestaan verschillende heilige martelaren met de naam Sint-Valentijn. Eén was priester in Rome, een ander was bisschop van Terni. Beiden werden in de 3e eeuw ter dood gebracht. Mogelijk gaat het hier om dezelfde persoon. Over Sint-Valentijn is geen enkel biografisch gegeven bekend.

In de 18e eeuw werd geopperd dat het Valentijnsfeest op 14 februari is ingesteld om de oude Lupercalia, een Romeins (en wellicht nog ouder) vruchtbaarheidsfeest, te vervangen. Lupercalia werd op 15 februari gevierd ter ere van Juno, de Romeinse beschermgodin van de vrouw en het huwelijk, en Pan, de god van de natuur. Voor de Romeinen was dit destijds een belangrijk feest. Volgens het verhaal werden de namen van ongehuwde jonge vrouwen in een grote kom gegooid. Ongehuwde mannen mochten dan om de beurt een naam trekken. Tijdens het feest waren de twee jonge mensen die aan elkaar gekoppeld werden elkaars partner. In 496 verbood paus Gelasius dit heidense feest. Er is echter geen verband tussen de afschaffing van de Lupercalia en het ontstaan van de Valentijnsdag.

Legenden over Valentijn komen voor in de Legenda aurea, maar het Valentijnsfeest van de romantische liefde, zoals dat tegenwoordig gevierd wordt, dankt zijn ontstaan aan Geoffrey Chaucer, die in zijn gedicht Parliament of Fowls (1380-1382) deze versregels schreef:

For this was on seynt Volantynys day
Whan euery bryd comyth there to chese his make
‘Want dit was op Sint-Valentijnsdag
Als elke vogel daar zijn maatje komt kiezen’

De bovenstaande teksten staan vermeld op Wikipedia over het ontstaan van Valentijnsdag. Maar volgens de website Historiek valt er nog wel wat op aan te merken en toe te voegen. Hier is het volgende te lezen over Valentijn.

De geschiedenis van Valentijnsdag

Geen eenvoudige vraag om te beantwoorden. Je zou kunnen zeggen dat Valentijnsdag een versmelting is van christelijke, Romeinse, Germaanse en tegenwoordig ook nationale tradities.

Maar er is vooral veel onduidelijk over de herkomst van het feest. Niet eens zeker is naar welke Valentijn het feest is vernoemd. Wel duidelijk is dat paus Gelasius in het jaar 496 de veertiende februari uitriep tot de dag van de heilige Valentijn. Maar welke Valentijn? Er is geen enkel biografisch document over hem. En er zijn verschillende (onduidelijke en onbewijsbare) verhalen.

Een veelgehoord verhaal draait om een Romeinse priester die omkwam tijdens de christenvervolgingen onder keizer Claudius II Gothicus (268-270). De priester zou geweigerd hebben zijn geloof op te geven. In plaats daarvan probeerde hij de keizer zelfs te bekeren. Deze Valentijn stierf uiteindelijk als martelaar. Kort voor zijn executie zou hij nog wel een wonder hebben verricht door de blinde dochter van zijn cipier te helen. Handig want dan kon hij tenminste heilig verklaard worden. Zonder wonder, geen heilige is bij het Vaticaan immers de regel.

Ook wordt vaak een bisschop uit Terni genoemd. Hij werd in 273 onthoofd tijdens de christenvervolgingen van Keizer Aurelianus. Over hem is ook nauwelijks wat bekend. Niet uitgesloten wordt dat het om dezelfde persoon gaat.

Romeins vruchtbaarheidsfeest

Sinds de achttiende eeuw wordt ook wel eens gezegd dat het Vaticaan de feestdag van de heilige Valentijn invoerde ter vervanging van de zogenaamde Lupercalia. Dit was een oud vruchtbaarheidsfeest ter ere van de Romeinse god Lupercus (of Faunus). Het oude feest was behoorlijk populair, ook bij de christenen, en paus Gelasius I wilde daar – zo wil het verhaal – een einde aan maken. Hij besloot daarom rond dezelfde dag een nieuw, verantwoord feest in te voeren. Een feest ter ere van de heilige Valentijn. Voor dat laatste is echter geen enkel bewijs. De paus schreef wel een lange brief waarin hij de gelovigen het vieren van de Lupercalia verbood. Maar in die brief werd helemaal geen Valentinus genoemd. Er is daarmee geen bewijs voor een verband tussen het Romeinse en het christelijke feest.

Mythen en onduidelijkheid

Om een link te creëren tussen een historische ‘Sint Valentijn’ – van wie we dus niet precies weten wie dat was – en de liefdestradities van 14 februari, ontstonden er rond 1900 verschillende mythen en legendes. De heilige Valentijn zou, al dan niet met bloemen, stelletjes tot elkaar hebben gebracht en huwelijken hebben gesloten. Erg overtuigend was dit allemaal niet en omdat Sint Valentijn uiteindelijk vooral met onduidelijkheid werd geassocieerd, besloot de katholieke kerk in 1969 om 14 februari niet langer meer als zijn naamdag te vieren.

Kaarten en cadeaus

Vroeger was Valentijnsdag vooral een feest waarbij kaarten naar geliefden werden gestuurd. Tegenwoordig draait het steeds meer om cadeaus. De oudste Valentijnskaart die nog bestaat is gemaakt rond het jaar 1400 en is te vinden in het British Museum. In Engeland werd de afgelopen decennia sowieso het meest aan Valentijnsdag gedaan.

Oorspronkelijk werden de kaarten (of bijvoorbeeld rozen) meestal anoniem gestuurd. Tegenwoordig zetten veel mensen hun naam gewoon op de kaarten.

In Nederland is het feest nog betrekkelijk nieuw. Pas halverwege de jaren negentig kreeg Valentijnsdag hier voet aan de grond. Voor die tijd probeerde met name de middenstand het feest al aan de man en vrouw te brengen, maar dat was nog geen doorslaand succes.

Na de Tweede Wereldoorlog leefde de Nederlandse bloemensector op. En de bloemisten merkten dat er rond 14 februari goede zaken werden gedaan met het buitenland. Ze probeerden het ook in Nederland zover te krijgen dat geliefden elkaar een bloemetje zouden geven.

In 1951 kregen alle inwoners van Leeuwarden een strooibiljet. Daarop stond dat Sint Valentijn een monnik was die rond 250 na Christus bloemen gaf om iemand te troosten of paartjes gelukkig te maken. De boodschap was dat de daad van de monnik navolging verdiende. De Leeuwarder Courant vroeg de bloemisten wat later of de actie geslaagd was en kreeg een helder antwoord: ‘De Friezen zijn te nuchter. Ze lopen niet zo snel warm’.

De Nederlandse bloemisterij gaf niet op. In de jaren zeventig haalde ze met het uitdelen van bloemen herhaaldelijk de krant.
In 1974 kregen alle vrouwelijke Kamerleden bijvoorbeeld een bloemetje. Twee jaar later waren de wegenwachters de gelukkigen en in 1979 werden de chauffeurs in het openbaar vervoer met een bloemetje in het zonnetje gezet.

Lokaal kreeg dit wel wat navolging, maar echte populariteit bleef uit. In 1981 was er maar één drukkerij in Nederland die Valentijnskaarten drukte, slechts 25.000 stuks per jaar.

Begin jaren negentig werd hier nog nauwelijks iets aan het feest gedaan. Het waren uiteindelijk niet de bloemisten maar de kranten die ervoor zorgden dat het feest een succes werd. In 1990 boden enkele kranten de mogelijkheid om in een speciale Valentijnsrubriek berichten te plaatsen. Het bleek een groot succes. Een jaar later werden er rond 14 februari meer dan twee miljoen kaartjes en pakketten verzonden. Dat het feest juist in deze periode doorbrak heeft mogelijk te maken met het feit dat de welvaart vanaf het eind van de jaren tachtig flink toenam.

Synchroon met de opkomst van het feest kwam er ook kritiek: Valentijnsdag zou vooral een materialistisch feest zijn, bedacht door winkeliers.

Dit laatste is eigenlijk helemaal waar. Het is een commercieel dagje geworden waar het vooral gaat om steeds mooiere (en vooral duurdere) cadeaus. Het gaat hierbij vooral voorbij aan het doel van de dag. Aandacht voor elkaar, lief zijn voor elkaar, er zijn voor de medemens. Dat er dan ook een klein beetje (heimelijke) liefde bij komt, is toch mooi meegenomen. Is er op deze dag nog een stille aanbidder, mooi toch?……

Bronnen: Wikipedia en Historiek

Steeds verder in sociaal isolement?

Het leven in de huidige tijd lijkt of mensen steeds verder in een sociaal isolement komen. Steeds minder sociale contacten versterken het gevoel van eenzaamheid, al is dat niet hetzelfde.

Boodschappen doen we bijna niet meer zelf en worden gewoon thuisbezorgd. We bestellen steeds meer online en de pakketdiensten rijden af en aan door de straat. Een praatje in de supermarkt of bij de kassa doen we steeds minder; zelf-scannen wil de supermarkt zo graag promoten. Scheelt weer personeel. De sociale functie van de buurtwinkel is al tientallen jaren verdwenen. Alles wat we tegenwoordig sociaal actief noemen, gebeurt vaak op de smart-phone. Digitale vrienden, niet meer te tellen! Dit laatste heeft niets te maken met het sociale leven waar we niet buiten kunnen.

Maar wat is sociaal isolement? 

We spreken van sociaal isolement wanneer iemand weinig of geen (betekenisvolle, ondersteunende) contacten heeft. Iemand staat alleen. Het is een situatie waarin een persoon of een kleine groep personen afgezonderd leeft van anderen. Het isolement kan zowel van de persoon zelf uitgaan of door de omgeving zijn opgelegd. Het heersende beeld dat men heeft bij iemand in een sociaal isolement, is dat van een oudere of iemand die ernstig contact gestoord is. Hoewel het risico om geïsoleerd te raken toeneemt naarmate je ouder wordt, komt sociaal isolement voor onder elke leeftijdscategorie. Bovendien spelen er in het leven van een geïsoleerd persoon meestal meerdere persoonlijke problemen, zoals gezondheidsproblemen of financiële problemen. 

Sociaal isolement is anders dan eenzaamheid. Sociaal isolement is niet hetzelfde als eenzaamheid. Het kan wel samenvallen. Sociaal isolement is een situatie; eenzaamheid is een gevoel. Eenzaamheid is je niet verbonden voelen. Je mist een hechte, emotionele band met anderen. Of je hebt minder contact met andere mensen dan je wenst. Eenzaamheid is een persoonlijke ervaring. Veelal is het een verborgen probleem. Anderen kunnen moeilijk van buitenaf zien of je je eenzaam voelt.

Bij sociaal isolement ontbreekt het mensen aan een ondersteunend netwerk van familie, vrienden en bekenden. Ze missen de persoonlijke relaties waar zij op terug kunnen vallen wanneer ze steun nodig hebben. Het gaat dan om praktische, emotionele of gezelschapssteun.

Mensen die er niet in slagen om een ondersteunend netwerk op te bouwen en te benutten, zijn kwetsbaarder dan mensen die over een goed functionerend netwerk beschikken. Wie sociaal geïsoleerd is, staat er bij problemen en tegenslagen alleen voor of is aangewezen op professionele ondersteuning.

Verlangen naar vroeger?

We kennen als senioren allemaal wel de tijd van vroeger. De SRV-wagen, bakker of groenteboer aan de deur, zelf buiten de ramen lappen, stoepje schrobben, noem zelf maar op. Dat waren uitgesproken plekken om sociale contacten te hebben. Nu kan iemand dagen dood in zijn eigen huis liggen, voordat iemand dit ook maar door heeft. In wat voor tijd leven we nu? We kennen soms de eigen buren niet. Voorstellen door een nieuwe bewoner naast je, komt bijna niet meer voor.

Vroeger was het leven een stuk eenvoudiger. Er waren weliswaar minder mogelijkheden, maar ook minder prestatiedruk, eenzaamheid en materialisme. Het leven was een stuk stabieler en overzichtelijker.

Na decennia van steeds meer consumeren en verbruiken, is er nu een nieuwe beweging gaande waarbij men probeert zelfvoorzienend te leven. Of nou ja, nieuw? Eigenlijk is het een roep om weer terug te gaan in de tijd. Een simpel en eenvoudig leven zonder onnodige luxe en waarin je weet waar de producten die je gebruikt vandaan komen.

Je kunt er zelf wat aan doen

Eenzaamheid en leven in een sociaal isolement zijn grote problemen in de huidige maatschappij. Veel mensen hebben moeite om hun sociale leven op de rit te krijgen en contact te maken met andere mensen. Er kan op verschillende manieren aan dit probleem gewerkt worden.

Probeer een hobby of een sport te vinden die je in teamverband kunt uitoefenen. Sluit je aan bij een vereniging of sportclub en oefen je hobby of sport regelmatig binnen deze groep mensen uit. Zonder dat het veel moeite kost en je dingen moet gaan forceren, zul je contact leggen met andere mensen (en zij met jou) en op den duur zul je er misschien ook vrienden aan overhouden. Hier zitten vaak wel financiële verplichtingen aan en niet iedereen kan zicht dit veroorloven.

Wandelen is de goedkoopste sport en kan direct vanaf huis beoefend worden, gezond voor ons allemaal. Of neem een hond en de contacten komen meestal vanzelf bij het uitlaten.
Ga naar buiten, maak eens een praatje, nodig iemand eens uit voor een kopje koffie of thee, wacht niet tot ze jouw uitnodigen! 

Een andere mogelijkheid is om aan vrijwilligerswerk te doen en daarmee mensen te helpen die het misschien minder hebben dan jij. Kijk eens wat jouw gemeente voor mogelijkheden aanbiedt of bij De Kap.

Gelukkig hebben wij ook nog onze enthousiaste wandelgroep. Een groep die het sociale contact hoog in het vaandel heeft. Lekker samen wandelen, genieten van de kleine dingen om je heen, onderweg praten met andere mensen. Alles gewoon in je eigen tempo. Na afloop nog even napraten bij een lekker bakkie koffie of thee. Ongedwongen en aandacht voor de medemens. Al bijna 8 jaar aan de wandel met hulp van een groep vrijwilligers maken we dit waar, geheel vrijblijvend meewandelen en zonder deelname-kosten. Het kan nog in deze maatschappij!