Burlen en blaffen op de Veluwe

Burlende (edel)herten

Het burlen van herten is een waar spektakel in september en oktober. Voor liefhebbers van wild en natuur en voor fotografen is dit jaarlijks een bijzonder moment. De herten proberen indruk te maken op de vrouwen en dat gaat gepaard met veel vertoon en geluid. Het burlen van de mannetjesherten galmt door de bossen en om het bezit van hinden kan soms fel gevochten worden. Verschillende natuurgebieden bieden een prachtig decor voor dit schouwspel. Het mannetje ligt soms wel tientallen klimmers af om de plek van de hindes te vinden.
Burlen doen de edelherten om een vrouwtje (een hinde) te versieren en om rivalen weg te jagen. Twee weken voor de bronsttijd begint, is het burlen al te horen. De mannetjes oefenen hun ‘stem’ alvast voor de hoog bronst, voor het serieuze werk.

Wat is bronst?

Een hinde is bronstig gedurende een dag en de herten zijn enkele weken in staat van opwinding. Wordt ze in die dag niet bevrucht, dan ovuleert ze na ongeveer 18 dagen opnieuw. Dat kan zich tot 3 à 6 maal herhalen voordoen. Algemeen geldt dat de de bronst duurt van midden september tot begin oktober.
De bronst vindt dus plaats aan het einde van de zomer. Het edelhert gaat op zoek naar een partner. Dit is de paartijd, die ook wel bronst wordt genoemd. De mannetjes laten in deze periode hun lokroep horen, het burlen, en strijden op vele manieren om de vrouwtjes. Het lichamelijk imponeren en de bronstroep vormen een indrukwekkend tafereel.

Bronsttijd, voortplanting en leeftijd

In de bronsttijd proberen de mannetjes harems te vormen. Dit doen ze door luid te burlen en hun krachten te meten met rivalen. Rivalen lopen dan langzaam naast elkaar. Vaak zal er één weglopen, maar als ze even sterk zijn, kan een gevecht losbarsten. Tijdens een gevecht trachten de herten elkaar met hun gewei weg te drukken, waarbij soms verwondingen of afgebroken geweien voorkomen. De winnaar, ook wel plaatshert genoemd, dekt de hindes. Hij blijft daarvoor enige tijd bij de groep, de leidhinde blijft de groep echter leiden.
Hoe sterker en gezonder het mannetje, hoe groter zijn harem. Het succesrijkst zijn herten van een jaar of acht. Deze kunnen harems vormen van 10 à 20 hinden.

De mannetjes maken modderputten met hun gewei of ze gebruiken natte plekken in het terrein, die ze met urine en sperma besprenkelen (zoelbaden). Hierin wentelen ze zich. Met het laagje modder dat zo op hun huid ontstaat, imponeren ze de vrouwtjes. Als een hinde wil paren, brengt zij een speciale geur voort. Het mannetje wordt door deze geur aangetrokken. Hij achtervolgt de hinde en besnuffelt haar van alle kanten.
Na de bronst zijn de mannelijke dieren vaak uitgeput door de forse inspanningen, maar ook omdat ze gedurende ongeveer een maand nagenoeg geen voedsel tot zich nemen. Hun lichaamsgewicht kan tot dertig procent afnemen.

Eind mei- juni, na een draagtijd van acht en een halve maand, wordt één kalf (zelden twee) geboren dat bij de geboorte ongeveer 60 cm lang is. Hinden die een kalf verwachten, zonderen zich van het roedel af. Een kalf heeft witte vlekken op zijn vacht die na twee maanden weer verdwijnen. Het kalf kan al na enkele minuten lopen en na 7-10 dagen zijn moeder volgen. De eerste twee weken blijft het jong echter vaak alleen en komt de moeder alleen terug om het jong te zogen. Gedurende deze tijd drukt het jong zich tegen de grond, verscholen in hoog gras of tussen het struikgewas. Het jong wordt zo’n zes tot tien maanden gezoogd. Binnen de roedel vormen zich soms crèches van meerdere jongen, die vaak met elkaar spelen. Het kalf blijf twee jaar bij de moeder. Na ongeveer zeven jaar zijn de jongen volgroeid.

Mannetjes zijn na een tot drie jaar geslachtsrijp, vrouwtjes na twee á drie jaar. Jonge herten verlaten vaak hun geboortegebied zodra ze zelfstandig zijn. Hinden blijven meestal trouw aan hun geboorteplek en de woongebieden van deze hinden overlappen meestal met dat van hun moeder.
Edelherten worden maximaal vijfentwintig jaar oud, maar vaak niet ouder dan vijftien jaar. Het sterftecijfer is het hoogst onder kalfjes tussen de acht en elf maanden.

Op excursie?

Helaas zijn de excursies ook dit jaar op de Veluwe al snel weer uitverkocht. Via internet kun je nog zelf plaatsen vinden waar je dit ’s avonds kunt horen. Al is het tegenwoordig niet mogelijk om na zonsondergang het bos in te gaan, langs de weg is dit ook wel te horen. Het geluid draagt aardig ver.

edelherten 1

edelherten 2

edelherten 3

edelherten 4

Burlende damherten

De bronstperiode van de damherten duurt van oktober tot in november, maar het hoogtepunt van de gevechten ligt in de tweede helft van oktober. Na het schuren en rammen van boompjes en struiken, waarbij met sterke muskusgeuren het territorium wordt afgezet, gaan ze helemaal los.
De herten zoeken elkaar op in de vaak traditionele bronstarena’s die ze al jaren achtereen gebruiken. De hindes kijken ondertussen vanaf de zijlijn gespannen toe. De dominante bokken vechten hier hun harem bij elkaar, en jagen rivalen weg door imponeergedrag, bronstroepen en niet zelden heftige gevechten. Zowel de hindes als de dominante herten blijven hierna nog lang in de buurt van de bronstplekken hangen. Met als resultaat dat vanaf mei tot ver in de zomer van het volgend jaar de jonge damhertjes worden geboren.

De meeste bronstactiviteiten vinden ’s ochtends en aan het eind van de middag plaats. Gewoon rond dit tijdstip gaan wandelen door gebieden waar ze voorkomen, je hoort dan van grote afstand al het geburl dat wel iets wegheeft van brullende leeuwen. Dan voorzichtig die kant op sluipen en proberen het gevecht mooi in de kijker of telelens te krijgen.

Voortplanting en leeftijd 

De voortplantingsperiode (ook wel bronsttijd genoemd) duurt van de tweede helft van oktober tot begin november. Voorafgaand aan deze periode gaan de mannetjes gevechten aan voor een bronstplaats. Meestal zijn dit schijngevechten, maar echte gevechten komen voor. Er vallen zelden doden. De veroverde bronstplaats (of ‘lek’) wordt gemarkeerd door langs de bomen te schuren. Met de hoeven krabt het mannetje een ondiepe kuil in de grond, die hij besproeit met urine en sperma waarin hij zichzelf wentelt. Hiermee en met luide brullen lokt het mannetje de hindes.

In mei tot juli, na een draagtijd van 230 dagen, wordt één kalf (zelden twee) geboren. Het kalf weegt ongeveer 4,5 kg en heeft hetzelfde kleurenpatroon als volwassen dieren. Het kalf houdt zich de eerste weken verscholen in de vegetatie, maar het kan zijn moeder al volgen. Na twaalf weken trekt het grazend met de moeder mee maar wordt af en toe nog gezoogd. Na 5 tot 10 maanden wordt het jong gespeend.

Vrouwtjes zijn na zestien maanden geslachtsrijp, mannetjes na 7-14 maanden. Jonge mannetjes hebben weinig kans zich voort te planten, aangezien ze nog niet sterk genoeg zijn om een lek te veroveren. Een hinde kan 16 jaar oud worden, een hert 8 tot 10 jaar. In gevangenschap zelfs twintig jaar.

damherten 1

damherten 2

damherten 3

En de reebok? Die blaft…

Een ree kan verschillende geluiden maken. Zo kan hij blaffen, klagen en fiepen. Het klagen en fiepen klinkt als piepgeluidjes. Het blaffen lijkt echt op het blaffen van een hond. Een ree maakt dit geluid als het iets bijzonders waarneemt waarvan het niet thuis kan brengen wat het is. Hij alarmeert daarmee ook de andere reeën. Het fiepen, een hoge fluittoon, gebruiken de geit en de kalveren om contact met elkaar te houden.
Het ree is de oudste hertensoort van Europa en nader verwant aan de eland dan aan edelhert. Het gewei groeit, anders dan bij het edelhert, in de winter en wordt in het vroege voorjaar geveegd. Het is relatief klein en heeft zelden meer dan zes enden. Een reeëngewei weegt zelden meer dan 500 gram. Ook bij reebokken geldt dat bij het ouder worden het gewei korter en dikker wordt. De maximale leeftijd van een ree is ongeveer 12 jaar.
Reeën zijn veel minder sociaal dan edelherten en leven het grootste deel van het jaar alleen. Een ree is een snoeper, zijn pens is relatief klein en reeën kunnen alleen voedsel van hoogwaardige kwaliteit verteren. Dit betekent dat zij zéér selectief hun menu samenstellen met veel afwisseling en bij voorkeur jonge scheuten van loofbomen en kruiden.

Bronsttijd, draagtijd en geboorte

De bronsttijd is eind juli, begin augustus en door hun sterke territoriumgedrag worden alleen hierbinnen geiten beslagen. Reebokken burlen niet zoals herten en afgezien van een soort blaffend geluid dat soms gehoord kan worden verloopt de bronst geruisloos. Grote afstanden worden niet afgelegd, maar bokken rennen langdurig achter de geit aan in steeds kleiner wordende cirkels totdat zij eindelijk stopt en beslagen kan worden.
De draagtijd van reeën is extreem lang in relatie tot het lichaamsgewicht, namelijk 10½ maand. De eerste maanden blijft het bevruchte eitje in rust en pas in januari gaat de foetus zich ontwikkelen. Vanaf medio mei worden dan meestal twee kalfjes geboren, prachtig gespikkeld.

reeën 1

reeën 2

Thuis genieten

Het is niet iedereen gegeven om dit allemaal zelf te kunnen waarnemen. Via internet is er ook veel te zien en te horen. Daarom dit artikel tijdelijk op onze website. Genieten kan dus ook vanuit de luie stoel thuis…

Voorjaar en de eikenprocessierups

De eikenprocessierups (Thaumethopea processionea) is de rups van een nachtvlinder. In de maanden mei, juni en juli zijn op veel eikenbomen in vrijwel heel Nederland behaarde rupsen te vinden. De rupsen gaan ’s nachts groepsgewijs – in processie – op zoek naar voedsel (eikenbladeren); vandaar de naam eikenprocessierups. Na contact met de microscopisch kleine, pijlvormige brandharen van deze rups kunnen klachten ontstaan zoals jeuk, huiduitslag, irritatie aan de ogen of aan de luchtwegen.

De eikenprocessierups is één van de diersoorten die geprofiteerd hebben van de geleidelijke verandering van ons klimaat. De rups is zijn opmars begonnen in het zuiden van Nederland, maar is inmiddels in alle provincies aanwezig. Sinds 1990 heeft Nederland te maken met rupsen van de eikenprocessievlinder. Eikenbomen met eikenprocessierupsen zijn te herkennen aan de specifieke nesten: dichte spinsels van vervellingshuidjes, uitwerpselen en brandharen. De plaag van de eikenprocessierups begon in Nederland met de ontdekking van enkele nesten in een wegbeplanting in het zuiden van Noord-Brabant. Sindsdien heeft de rups zich steeds verder naar het noorden toe uitgebreid.

De eikenprocessierups kan in hogere dichtheden een bedreiging vormen voor de menselijke gezondheid. De risico’s worden vooral veroorzaakt door de vrijkomende brandharen (half mei-juli) en bij de verdere verspreiding van deze brandharen door verwaaiing uit spinselnesten en van lege nesten (juli-september).

Particulieren wordt afgeraden met de rupsen zelf te bestrijden, vanwege de kans op verspreiding van brandhaartjes. Nesten kunnen eventueel met haarlak worden bespoten om de beestjes vast te plakken. De mogelijkheden voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen zijn beperkt, omdat die schadelijk kunnen zijn voor andere insecten en vogels.

Eikenprocessierups (Luc Hoogenstein, commons.wikimedia.org)

Het ondersteunt hiermee professionals van regionale GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst Gemeentelijke Gezondheidsdiensten bij hun werk over de eikenprocessierups.

Wat moet je doen als je ermee in aanraking komt?
Het RIVM verzamelt kennis en informatie over de gezondheidseffecten van de eikenprocessierups en stelt die beschikbaar. Op de website van Gezondheidsnet wordt in 13 vragen hierop antwoord gegeven door het Wageningen University en het Kenniscentrum Eikenprocessierups.
Lees verder……

Lente, astronomisch of meteorologisch?

Wanneer de zon loodrecht boven de evenaar staat begint bij ons de lente. De astronomische lente begint op het noordelijk halfrond meestal op 20 maart. De meteorologische lente begint op 1 maart.

Dag en nacht

Dag en nacht duren op de eerste lentedag overal ter wereld even lang. In ons land duurt de dag waarop de lente begint ongeveer 10 minuten langer dan de nacht. Deze verschillen zijn het gevolg van de tijdstippen van opkomst en ondergang van de zon. Deze tijdstippen hebben betrekking op de bovenrand van de zon. Bovendien is de zon door breking van stralen in de atmosfeer nog kort zichtbaar terwijl zij in werkelijkheid al onder is.

Oplopende temperatuur

Als de luchttemperatuur direct en alleen op de zon zou reageren, zou 21 juni (de langste dag) de warmste moeten zijn. Die dag zou dan midden in de zomer moeten vallen. In werkelijkheid loopt de temperatuur langzamer op. Dat komt door de invloed van oceanen en zeeën. De opwarming van zeewater door de zon gaat langzamer dan de opwarming van land. Een deel van de warmte wordt meteen teruggegeven aan de lucht. Een ander deel van de warmte komt in diepere aard- en oceaanlagen terecht. Die diepere lagen in de oceaan geven hun opgeslagen warmte langzaam af aan de lucht.

Aan de kust begint het warmere seizoen later dan in het binnenland. Dit komt door de invloed van het nog koude water van de Noordzee en overheersende aanvoer van lucht vanaf zee. Als de seizoensindeling alleen zou afhangen van de temperatuur, dan blijkt dat de lente in Zuid-Limburg gemiddeld al op 9 maart begint en op Terschelling pas op 23 maart.

Klimatologische lente

Volgens de klimatologische indeling is de lente begonnen op 1 maart en duurt dit seizoen tot en met 31 mei. Zo kunnen seizoenen beter met elkaar vergeleken worden.

Seizoenen

De astronomische seizoensindeling is gebaseerd op de positie van de aarde ten opzichte van de zon. Hierdoor ontstaan de seizoensverschillen.
De seizoensverschillen komen voort uit de schuine stand van de as waar de aarde om draait. Hierdoor komt de zon op het noordelijk halfrond in de zomer hoger boven de horizon dan in de winter. De zon schijnt daardoor in de zomer langer dan in de lente, herfst en winter.

Hoe noordelijker, hoe korter de zon boven de horizon staat. Zelfs binnen onze landgrenzen is dat verschil in daglengte al merkbaar. In het gebied noordelijk van de poolcirkel is de zon gedurende een paar maanden in het geheel niet zichtbaar.
Tijdens de lente worden in de noordelijker streken van het noordelijk halfrond de bomen veel groener en gaan veel planten bloeien; geleidelijk wordt het warmer en wordt de kans op vorst kleiner.

Het woord lente is een oude afleiding van lang en heeft betrekking op het lengen van de dagen. Het is verwant aan het Duitse Lenz en het Engelse lent (‘vastentijd’).
Na het begin van de lente gaat in Europa ook op de laatste zondag van maart de zomertijd in, waardoor de dagen nog langer lijken.

Klimatologische seizoenen

Om praktische redenen en volgens internationale afspraak gebruiken de weerkundigen voor het berekenen van klimatologische gemiddelden een andere seizoensindeling. De Societas Meteorologica Palatina is één van de eerste internationale weerorganisaties. Deze organisatie besloot in 1780, onder leiding van de Duitse keurvorst Karl Theodor, om steeds drie opeenvolgende kalendermaanden als één seizoen te beschouwen.

Lente-equinox

Tijdens de lente-equinox (ook: maartequinox of lentenachtevening) staat de zon loodrecht boven de evenaar, wat voor het noordelijk halfrond het begin van de lente betekent. De lengte van dag en nacht zijn overal op aarde gelijk.
De lente-equinox valt jaarlijks op of rond 21 maart. De komende decennia altijd op 20 maart. Lentepunt 2021: zaterdag 20 maart 10:37 uur

Een equinox (Latijn: ‘gelijke nacht’) is het tijdstip waarop de zon loodrecht boven de evenaar staat, of anders bekeken, als de zon in één van de snijpunten van de ecliptica en hemelequator staat. Tijdens de equinox is de lengte van dag en nacht overal op aarde gelijk. Een ander woord voor equinox is dag- of nachtevening.

Er vindt op aarde tweemaal per jaar een equinox plaats, namelijk op of rond 21 maart en op of rond 23 september. Omdat op het noordelijk halfrond deze equinoxen respectievelijk samenvallen met het begin van de lente en het begin van de herfst worden beide vaak onderscheiden als lente-equinox en herfst-equinox.

Deze namen zijn echter maar relatief: op het zuidelijk halfrond betekent de equinox van maart juist het begin van de herfst en de equinox van september het begin van de lente. Een ‘absolute’ naamgeving, onafhankelijk van het halfrond, zou zijn: klimmende of noordwaartse nachtevening (begin van de lente op het noordelijke halfrond) en dalende of zuidwaartse nachtevening (begin van de herfst op het noordelijk halfrond).

Bronnen: knmi.nl, beleven.org en nl.wikipedia.org.

Kievitseieren, ijsvogels en orchideeën in Park Zuidbroek

In het nieuwe Apeldoornse stadspark Zuidbroek zijn inmiddels ook de eerste kievitseieren gevonden en groeien zeldzame orchideeën. Natuur en recreatie gaan er hand in hand.
Weilanden en akkers hebben in het gebied plaatsgemaakt voor honderden nieuwbouwwoningen. Een deel in het gebied in het noordoosten van Apeldoorn is ingericht als stadspark. Een groot grasveld wordt er gebruikt als evenemententerrein en er is ruimte voor de natuur. Daar is de toplaag van de voormalige landbouwgrond afgegraven. Op het drassige land groeien nu mossen en zeldzame planten, zoals de gevlekte orchis en de parnassia.

Podcast ‘Park Zuidbroek’

Bertus de Vries woont een paar honderd meter bij het park vandaan. Samen met andere ‘Vrienden van Park Zuidbroek’ zet hij zich in voor het stadspark. Bertus neemt BuitenGewoon-Radioverslaggever Laurens Tijink mee het park in.
Lees en luister verder…..

Een bijzonder natuurverschijnsel: ijshaar

IJshaar ziet eruit alsof er allemaal witte haren uit een stuk hout groeien. Met een beetje fantasie lijkt het op een pluk wol, engelenhaar of een baard. Daarom wordt ijshaar ook wel ‘de baard van koning winter’ genoemd.

Hoe ontstaat ijshaar?
IJshaar is een bijzondere vorm van ijsaanwas. In tegenstelling tot rijp waarbij zich ijskristallen vormen of bij ijzel die ontstaat door onderkoelde regen, bestaat ijshaar uit dunne draadjes ijs die zich vormen op dood hout van loofbomen. De schimmels die zich in het hout bevinden zijn verantwoordelijk voor de aanmaak van ijshaar. Van afstand lijkt ijshaar op een langwerpige pluk wol. IJshaar kan alleen groeien bij een temperatuur net onder het vriespunt en bij een hoge luchtvochtigheid. In dood kernhout (dus niet op de bast) bevinden zich kleine schimmels ‘Exidiopsis effusa’ (rozeblauwig waskorstje) die als afvalstoffen water en koolzuurgas uitscheiden, Dit wordt door hele kleine openingetjes naar buiten geperst. Als zo’n nat stuk hout bevriest, krijgt de waterdamp een structuur die bestaat uit hele dunne draadjes: ijshaar. Als de weersomstandigheden goed zijn, blijft het ijshaar ‘groeien’. Sommige draden kunnen tot wel 9 centimeter lang worden!
Een hoge luchtvochtigheid zorgt ervoor dat het naar buiten geperste vocht niet kan verdampen. De omgevingstemperatuur moet zich net onder nul bevinden maar niet te laag worden, anders gaan de schimmels in winterslaap en produceren ze te weinig water waardoor de groei van het ijshaar stopt. Verder wordt er geen ijshaar gevormd als er sneeuw ligt en als de temperatuur boven nul komt verdwijnt het ijshaar eveneens. Ook zorgen aanraking van mens of dier en zonlicht ervoor dat de ijsdraadjes smelten, maar zolang luchtvochtigheid en temperatuur op peil blijven kan ijshaar blijven groeien en zullen er flinke plukken ijswol ontstaan.

IJshaar. Foto: Ronald Huizer (Wikimedia Commons)

Waar vinden we ijshaar?
IJshaar kunnen we ’s morgens vroeg tegenkomen of op plekken met genoeg schaduw. Meestal in de maanden november of maart bij lichte (nacht)vorst. In ons land groeit ijshaar alleen op dood hout van eiken en beukenbomen, altijd op loofbomen en niet op naaldbomen. In Noord-Amerika bevindt ijshaar zich op elzen en esdoorns.
Het is minder zeldzaam dan men beweert, maar als je het ziet is het vroeg in de ochtend of ergens in de schaduw, in een bos met beuken- en/of eikenbomen. Bij de Wandelgroep Het Orderbos op dinsdagmorgen komen we het een paar keer per jaar tegen. De kans is het grootst als het een paar graden vriest, er geen sneeuw ligt en de luchtvochtigheid hoog is. Helaas is het ook zo weer weg. Het smelt binnen de kortste keren als sneeuw voor de zon.

Boomschuim. (natuurnotitiesmoniquesmulders.blogspot.com)

Niet verwarren met boomschuim
IJshaar moet niet worden verward met boomschuim, want boomschuim is te vinden na nachtvorst met overdag een temperatuur boven nul en hevige regenval. Hierdoor ontstaan spleten in de boom waarbij het gegiste boomsap een chemische verbinding aangaat met het regenwater en er schuim ontstaat.
De meeste mensen maken geen boswandeling als het nat en druilerig weer is, maar dan loop je wel de kans om een bijzonder verschijnsel mis te lopen. Vooral dan kun je onderaan een boom grote plukken schuim aantreffen. Het lijken grote klodders zeepsop en dat klopt ook, maar dan wel natuurlijk schuim uit de boom zelf dat onder de schors vandaan komt. Hoe ruwer de schors van de boom, hoe meer schuim er wordt gevormd.

Meer informatie?
Een website met meer informatie en mooie foto’s vind je onder deze link. Niet alleen ijshaar maar heel veel over paddestoelen en aanverwante zaken.

Wandelen en waarnemen in de natuur

Een wandelaar in de natuur heeft meestal oog voor al datgene wat hij of zij waarneemt in de omgeving van de wandeling. Vaak wordt dan de vraag gesteld wat de naam is van datgene wat we zien. Op internet is dan meestal wel het antwoord te vinden. Misschien is de website van waarneming.nl al bekend bij enkelen. Hier kan men zelf ook waarnemingen invoeren, foto’s van anderen bekijken en geluiden uit de natuur afspelen.

Waarneming.nl is het grootste natuurplatform van Nederland en onderdeel van Stichting Natuurinformatie. Waarneming.nl wil iedereen in staat stellen om natuurwaarnemingen op te slaan en te delen via internet, om zo de natuurrijkdom van Nederland en de wereld vast te leggen voor nu en voor de toekomst. Het platform werkt hiertoe samen met duizenden vrijwilligers, zowel rechtstreeks als via meer dan 300 regionale en landelijke werkgroepen. We verzamelen en tonen gegevens maar interpreteren deze niet. Dat is een taak voor andere organisaties.

Neem eens een kijkje op hun website en ontdek hoe mooi de natuur is. Je gaat het wandelen nog meer waarderen, maar dat was al bij ons bekend.