De Vellertheuvel

Eind jaren zestig zat de gemeente met een probleem, een huisvuilprobleem. Alle beschikbare stortplaatsen waren vol, overvol. Afvoeren naar de VAM in Wijster was te duur. Het moest een stortplaats worden voor ongevaarlijk en niet composteerbaar afval zoals boomstronken, aarde, puin, en bouwafval. Aan de Vellertdijk was al eerder slib gestort, waardoor hier een onbruikbaar terrein was ontstaan. 
Op de Vellert  werd van 1963 tot 1981 over acht hectare huishoudelijk, bouw- en sloopafval gestort. Voor twintig procent is de stortplaats bovendien gevuld met bedrijfs- en chemisch afval. In de twee decennia dat de Vellert in gebruik was, hoopte zich een zes tot zeven meter dikke laag afval op.

Citaat uit de Raadsnotulen Apeldoorn van 1982
Belangrijk uitgangspunt bij de lokatiekeuze van destijds was de mogelijkheid om op de afgewerkte stortplaats in Beemte-Zuidbroek een zinvolle eindbestemming te realiseren. De zone langs Rijksweg 50 zou kunnen fungeren als een park- en uitloopgebied voor de toekomstige bewoners van Beemte-Zuidbroek. Tevens zou de afgewerkte stortplaats ten opzichte van de woningbouw in dat gebied een geluidwerende functie kunnen vervullen.
Ten tijde van deze herbezinning tekende zich reeds af dat de realisering van een nieuw woongebied in Beemte-Zuidbroek tot na 1990 uit het beeld zou verdwijnen en dat het nog zeer de vraag zou zijn of dit woongebied ooit tot ontwikkeling zou worden gebracht, hetgeen thans wordt bevestigd in de binnenkort aan u voor te leggen Wijzigingsnota Structuurplannen.
Bovendien vereisen de huidige inzichten m.b.t. het realiseren van een regionale stortplaats een diepgaand milieuhygiënisch onderzoek, hetwelk bij de lokatie Beemte-Zuidbroek niet heeft plaatsgevonden, mede omdat in het verleden steeds werd uitgegaan van het storten van niet-composteerbaar afval aldaar.
Zoals uit het voorgaande blijkt, moet er van worden uitgegaan dat er in de toekomst op de regionale stortplaats ook voor een deel andere afvalstoffen – behalve chemische – zullen moeten worden gestort.
Mede gezien het feit dat alle gronden in Beemte-Zuidbroek nog dienden te worden verworven werd daarop besloten tot een nieuw keuzeproces, op basis van een nader onderzoek naar alternatieve lokaties, welk onderzoek zich – gelet op de zich aftekenende slechte positie van het grondbedrijf – diende toe te spitsen op de overtollige gemeentelijke grondeigendommen in het buitengebied.

plannen Zuidbroek

Toen de plannen voor Zuidbroek werden uitgewerkt, nam de gemeente daarin aanvankelijk niet mee wat er met de vuilnisbelt moest gebeuren, ondanks dat letterlijk op een steenworp afstand huizen waren gepland. Uiteindelijk werd besloten om de stortplaats af te dekken met een vloeistofdichte laag. Daarna werd er tien jaar geleden twee meter zand op gestort en werd de heuvel ingericht als park.

Met behulp van een dijkje bezet met snelgroeiende bomen als populieren en wilgen werd de vuilstortplaats aan het zicht onttrokken. Alle betrokken instanties waren erg enthousiast en ook de gemeente gaf, na het stellen van enkele voorwaarden waarin het storten van gevaarlijke en giftige stoffen absoluut verboden werd, zijn fiat. Milieutoezicht was toen echter nog niet zo streng als nu en er gaan allerlei verhalen over het illegaal storten van gevaarlijk afval, waarbij er vandaag de dag nog steeds vraagtekens bestaan over de ‘gezondheid’ van de bodem.

Aanvankelijk zou de stortplaats 5 jaar gebruikt worden, maar uiteindelijk deed deze 10 jaar dienst en zat toen ook propvol. De groenvoorziening werd aangelegd en vanuit financiële overwegingen werd besloten weinig onderhoud aan het gebied te verrichten. Hierdoor ontstond een soort ‘mini-Veluwe’.

Toen de Vellert werd ingepakt verwachtte de gemeente ‘eeuwigdurend’ ieder uur vijftien kuub water te moeten wegpompen, om te voorkomen dat verontreiniging vanuit de stortplaats terechtkomt in het grondwater onder de woonwijk. In 2015 is daar echter mee gestopt en sindsdien wordt alleen nog maar gevolgd welke waarden worden gemeten in de peilbuizen die er omheen staan.

Het tweede leven van een vuilnisbelt

Van meeuwen naar geen poema. Dat is, kort door de bocht, het verhaal achter De Vellert in Apeldoorn. Voorheen een van meeuwen vergeven vuilstortplaats. Nu een heuvelachtig buurtpark met activiteitenweide voor de uit de grond schietende nieuwbouwwijk Zuidbroek.
Dat verdwijnen is ook van toepassing op De Vellert zelf, waar in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw, toen de nieuwbouwwijk Zuidbroek het stadium van de tekentafels nog niet eens had bereikt, volop werd gestort. Dat verleden is compleet uitgewist. Nu is er op De Vellert een ambiance, die afgelopen zomer uitnodigde om er ‘s zaterdags in alle vroegte een yogamatje uit te rollen, maar ook werd er ‘gerebalanced’ en gevlogen met modelvliegtuigjes. 

Dat het tweede leven van belten er zo rijk geschakeerd uitziet komt omdat over afval en afvalverwerking anders wordt gedacht. Scheiding aan de bron en hergebruik hebben een grote vlucht genomen, waardoor er minder gestort hoeft te worden en dus ook minder stortlocaties nodig zijn. 

Uiteraard kan een tweede leven van een belt pas beginnen na sanering. In veel gevallen betekent een herontwikkeling een inpassing van de voormalige stortplaats in het landschap, waarbij verontreinigingen worden afgedekt met een leeflaag of een verhardingslaag. Daarna kan het terrein geschikt worden gemaakt voor de nieuwe functie. Met dit soort klussen zijn vele miljoenen gemoeid. 

Er zijn, afhankelijk van de bestemming, verschillende manieren om dat geld er geheel of gedeeltelijk weer uit te krijgen. Zo drukken de kosten van sanering en herinrichting van de ‘poema-belt’ in Apeldoorn (twee miljoen euro, exclusief groenaanleg en nog jarenlang monitoren) op de exploitatie van de nieuwbouwwijk Zuidbroek. Dee afdeling milieu van de gemeente wijst erop dat een voormalige belt tot voor kort iets was waar je met een boog omheen liep en waarvan je je afvroeg: ‘wat moeten we ermee’. Nu zien we meer de mogelijkheden en de kansen. Het gaat toch om veel grond. Zo’n zeven tot acht hectare in het geval van De Vellert. Zonde als er niets mee gebeurt. De belt is niet langer een non-area dus, maar een go-area, een mooie plek in de wijk Zuidbroek.

De Vellertheuvel met het kunstwerk (foto Kevin Hagens)
Poema op de Veluwe

De geschiedenis begon met een beveiligingsbeambte van schietterrein de Harskamp die in mei 2005 bij het munitiedepot in Hoenderloo een katachtig roofdier signaleerde. Meer meldingen volgden. Ook werd een aangevreten ree gevonden. Op 14 juni werd de poemajacht geopend op de Ginkelse hei, waarbij zestig marechaussees, jeeps en een helikopter werden ingezet.
Toen deze grootscheepse operatie zonder resultaat bleef en er tot in de Tweede Kamer werd geprotesteerd tegen het voornemen het dier af te schieten, nam een tweekoppig team van de roofdierenopvang Stichting Pantera, bewapend met een diervriendelijk verdovingsgeweer en geleid door de mediagenieke, besnorde jager op groot wild Arno van der Valk, de jacht over. Na een week bracht Pantera vage foto’s van een katachtige in de publiciteit. Sceptici deden deze af als foto’s van een ordinaire huiskat, maar de poemawaarnemingen bleven binnenkomen. Een moeder die haar kinderen uit school had gehaald zag hem zelfs vlak voor haar neus langs een tuinhekje slenteren, aldus Van der Valk. Ook werd het dier, al snel Winnie-de-poehma gedoopt, gespot in Loenen en bij zweefvliegveld Terlet.

De poema verdween geleidelijk uit het nieuws, om eind september nog een laatste comeback te maken: een natuurfotograaf identificeerde Winnie als een grote kat, die een paar dagen later eigendom bleek van twee zusjes uit Beekbergen. Hij heette Max en het was een gewone, uit de kluiten gewassen huiskat.
Voor de landelijke media kwam hiermee een bevredigend einde aan het poemaverhaal. Maar op de Veluwe bleven de twijfels leven. Eind september, toen de landelijke nieuwsmedia hun interesse al hadden verloren, zocht TV Gelderland nog naar een grote zwarte kat. En op 25 mei 2006 zag een wandelaar een poema de open vlakte doorkruisen tussen Hoog Soeren en Assel. 

Het is evenwel de vraag of de waarneming van de poema, evenals andere recente waarnemingen van wilde dieren niet gerekend moet worden tot het genre van het broodjeaapverhaal. Het roofdier verdwijnt na verloop van tijd spoorloos, om na enkele jaren weer (elders) waargenomen te worden.

‘Kooi met geen poema er in’; kunstwerk van Maarten de Reus (foto: Erik Wannee [Apdency])

In december 2007 werd op de parkheuvel Vellert, onderdeel van de nieuwbouwwijk Zuidbroek van Apeldoorn, het beeld Kooi-met-geen-poema-er-in (plaatselijk beter bekend als De Poema) geplaatst. Het kunstwerk is 12 meter lang, 9 meter hoog en bestaat uit 2000 meter staaldraad. Het geheel weegt 3000 kilo. Nadat het beeld in een grote hal was voltooid werd het in vijf delen gezaagd en op diepladers naar Apeldoorn vervoerd. Daar zijn de delen opnieuw in elkaar gezet. Van een afstand lijkt er een dier in de kooi te zitten, maar van dichtbij is het een abstract kunstwerk. Zo ongeveer als de spookpoema die enkele jaren geleden de Veluwe onveilig maakte. Net zoals de Veluwse poema in rook opging, verdwijnt ook de gekooide poema op de Vellertheuvel naarmate je dichterbij komt. Volgens de kunstenaar een gevalletje van zoocryptologie: opduiken en weer verdwijnen. De poema blijkt ons nog steeds te snel af. De Kooi-met-geen-poema-er-in trekt veel aandacht, heeft inmiddels een aantal prijzen gewonnen en is op weg een icoon voor Apeldoorn te worden. De constructieve uitwerking van de stalen poema was zo ingewikkeld dat gangbare rekensoftware er niet mee uit de voeten kon. De jury van de Bouwprijs roemt de ‘inventieve ingenieurskunst’ die nodig was. Het kunstwerk van 12 meter lang en 9 meter hoog kreeg eerder ook al Nationale Staalprijs 2008.

Bronnen: archieven.coda-apeldoorn.nl; www.geheugenvanapeldoorn.nl; www.destentor.nl; repository.officiele-overheidspublicaties.nl/externebijlagen/exb-2015-9375/1/Bijlage/exb-2015-9375.pdf

Terug naar overzicht van De wijk Zuidbroek.