Halloween: historie en horror

Van oude Keltische rituelen tot moderne griezelverhalen: Halloween is meer dan alleen snoep en kostuums. Ontdek de fascinerende oorsprong van dit feest en laat je prikkelen door een paar korte nachtmerries.

Op 31 oktober veranderen straten in spookachtige taferelen: pompoenen gloeien op vensterbanken, kinderen bellen aan voor snoep en heksen, vampiers en spoken trekken voorbij. Halloween is tegenwoordig vooral een feest vol verkleedpartijen en plezier, maar achter de maskers schuilt een lange geschiedenis — en een voorliefde voor verhalen die ons tegelijk laten huiveren en glimlachen.

Halloween wordt vaak verbonden met Samhain, een oud Keltisch seizoensfeest dat het einde van de oogst en het begin van de winter markeerde. Volgens overleveringen was dit een tijd waarin de grens tussen de wereld van de levenden en die van de doden dunner leek. Vuren konden de donkere winter verwelkomen, terwijl maskers en vermommingen bescherming zouden bieden tegen rondwarende geesten. De precieze gebruiken en betekenissen verschilden per plaats en periode.

Later kreeg 1 november in delen van de christelijke traditie de betekenis van Allerheiligen. De avond ervoor werd All Hallows’ Eve genoemd — een naam die uiteindelijk veranderde in Halloween. Door de eeuwen heen raakten oudere gebruiken en christelijke feestdagen met elkaar verweven. Halloween zoals we het nu kennen, groeide verder uit, onder meer door tradities die Ierse en Schotse immigranten naar Noord-Amerika meenamen.

Ook de pompoen heeft een verhaal. In Ierse volksverhalen komt Jack-o’-lantern voor: een zwervende figuur die met een lichtje ronddoolt. Voordat pompoenen de bekende griezelgezichten kregen, werden in Ierland vaak rapen uitgehold en verlicht. Toen de traditie zich naar Noord-Amerika verspreidde, bood de pompoen een groter en makkelijker uit te hollen alternatief.

Een goed griezelverhaal zet gewone dingen net een beetje scheef. Een krakende trap klinkt ineens als voetstappen. Een donkere gang lijkt langer dan overdag. En een spiegel toont misschien — heel even — iets wat daar niet hoort.

Misschien is dat precies de aantrekkingskracht: we kunnen de spanning voelen zonder echt gevaar te lopen. We zitten veilig op de bank, maar ons hoofd vult de schaduwen zelf in. En vaak is het onbekende enger dan wat we daadwerkelijk zien.

De griezelverhalen hieronder spelen met die spanning — en met alles wat zich in het donker zou kunnen verschuilen.

Het was Halloweenavond. Mevrouw De Vries, 78 jaar, stond alleen op het kleine stationnetje. De laatste trein zou om 23.13 uur vertrekken. Ze keek op haar horloge. 23.12 uur.

In de verte klonk een fluittoon. Een oude trein reed langzaam het station binnen. De deuren gingen open, maar er zat geen conducteur. Ze stapte in en ging bij het raam zitten. Tegenover haar zat een oude man met een zwarte hoed. ‘Ook naar huis?’ vroeg hij vriendelijk. ‘Ja,’ antwoordde mevrouw De Vries. ‘Ik ben blij dat ik nog een trein heb.’

De man keek haar vreemd aan. ‘Dat is bijzonder. Deze trein rijdt namelijk maar één keer per jaar.’ ‘Hoe bedoelt u?’ De man boog naar haar toe en fluisterde: ‘Alle passagiers zijn mensen die ooit op dit station zijn overleden.’ Mevrouw De Vries voelde haar hart bonzen. ‘Maar… ik leef toch nog?’ De man glimlachte. ‘Dat dacht ik vroeger ook.’

Op dat moment stopte de trein. De deuren gingen open. Buiten stond een jonge conducteur. Hij keek recht naar mevrouw De Vries en riep: ‘Mevrouw! Niet uitstappen! U bent nog niet aan de beurt!’ Toen werd alles zwart.

De volgende ochtend werd mevrouw De Vries wakker op een bankje in het station. In haar hand hield ze een oud treinkaartje. Op de achterkant stond geschreven: Tot volgend jaar.

Tijdens het opruimen van de zolder vond meneer Jansen een oude familiefoto. Er stonden vijf mensen op. Zijn ouders, zijn grootouders en… een onbekende vrouw. Hij nam de foto mee naar beneden en liet hem aan zijn vrouw zien.

‘Wie is die vrouw achteraan?’ vroeg hij. Zijn vrouw keek verbaasd. ‘Dat is tante Marie. Die is toch al meer dan zestig jaar dood?’ Meneer Jansen haalde zijn schouders op. Die avond zette hij de foto op het dressoir. 

Rond middernacht hoorde hij een zacht tikken. Tik… tik… tik… Hij liep naar de woonkamer. De foto stond nog op zijn plaats, maar er was iets veranderd. De onbekende vrouw stond nu dichter bij de camera.

De volgende ochtend vertelde hij het aan zijn vrouw. Zij lachte hem uit. ‘Je verbeeldt het je.’ Maar de volgende nacht gebeurde het opnieuw. Dit keer stond de vrouw helemaal vooraan. En op de achterkant van de foto stond nu met blauwe inkt geschreven: ‘Ik wil ook op de foto met de familie.’

Meneer Jansen besloot de foto weg te gooien. Toen hij de volgende ochtend de woonkamer binnenkwam, stond de foto weer op het dressoir. Maar nu was er iets nieuws. Er stonden zes mensen op. En meneer Jansen herkende zichzelf. Hij stond achter tante Marie. Met zijn ogen dicht.

Iedere avond om precies twaalf uur zag meneer Bakker zijn buurvrouw voor het raam staan. Ze droeg altijd dezelfde lange witte nachtjapon. Ze zwaaide nooit. Ze glimlachte nooit. Ze keek alleen maar naar buiten.

Op een avond besloot hij haar eens aan te spreken. Hij liep naar haar huis en belde aan. Geen antwoord. Hij belde nog eens. Toen ging de deur langzaam open. Binnen was het ijskoud.

‘Goedenavond,’ riep hij. ‘Ik ben uw buurman. Ik wilde even kennismaken.’ Uit de woonkamer klonk een stem. ‘Kom maar binnen.’ De buurvrouw zat in een stoel bij het raam. ‘Ik zie u iedere avond,’ zei meneer Bakker. ‘U staat altijd zo laat nog voor het raam.’

De vrouw keek hem aan. ‘Dat kan niet.’ ‘Waarom niet?’ ‘Omdat ik al twaalf jaar dood ben.’ Meneer Bakker voelde zijn benen slap worden. ‘Maar wie staat er dan iedere avond voor mijn raam?’ De vrouw wees langzaam naar het raam achter hem. ‘Kijk maar eens.’

Hij draaide zich om. In het glas zag hij zijn eigen spiegelbeeld. Maar achter hem stond nog iemand. Een oude vrouw in een witte nachtjapon. En ze glimlachte.

Mevrouw Visser had van haar overleden man een oude staande klok geërfd. Een prachtige klok, maar er was één vreemd probleem. Iedere nacht om twaalf uur sloeg de klok dertien keer. Haar zoon had de klok al eens laten nakijken. ‘Alles is in orde, moeder,’ had hij gezegd.

Op Halloweenavond zat mevrouw Visser alleen in haar woonkamer. Ze keek televisie toen de klok begon te slaan. Eén… twee… drie… Ze telde mee. Tien… elf… twaalf… En toen kwam de dertiende slag.

BONG! De televisie sprong uit. De kamerdeur ging langzaam open. In de deuropening stond haar overleden man. Hij droeg dezelfde jas als op de dag van zijn begrafenis. ‘Jan?’ fluisterde ze. Hij knikte. ‘Ik kom je iets vertellen,’ zei hij.

Mevrouw Visser stond op. ‘Wat dan?’ Jan keek naar de klok. ‘Je moet vannacht niet naar bed gaan.’ ‘Waarom niet?’ Hij keek haar recht aan. ‘Omdat ik vannacht niet alleen terugkom.’

Op dat moment begon de klok opnieuw te slaan. Eén… twee… drie… Maar deze keer sloeg hij achteruit. En vanuit de klok klonk een stem: ‘Jan, neem je vrouw maar mee. Het is tijd.’

Het was Halloweenavond en meneer en mevrouw Peters zaten gezellig in de woonkamer. Er werd aangebeld. ‘Dat zullen kinderen zijn,’ zei mevrouw Peters. Ze deed de deur open. Op de stoep stond een klein meisje met een zwart jurkje en een wit gezichtje.

‘Trick or treat,’ fluisterde ze. Mevrouw Peters gaf haar een handje snoep. Het meisje keek haar ernstig aan. ‘Woont u hier al lang?’ ‘Ja hoor, al bijna veertig jaar.’ Het meisje knikte langzaam. ‘Dan kent u mijn moeder vast wel.’ ‘Wie is je moeder, lieverd?’

Het meisje wees naar het huis. ‘Zij woont hier ook.’ Mevrouw Peters keek verbaasd. ‘Dat kan niet. Wij wonen hier met z’n tweeën.’ Het meisje glimlachte. ‘Jawel. Ze zit boven op de slaapkamer. Ze wacht al heel lang.’

Mevrouw Peters deed snel de deur dicht. Ze vertelde het aan haar man. Die liep onmiddellijk naar boven. De slaapkamerdeur stond open. Het bed was netjes opgemaakt. Maar op het kussen lag een oude zwart-witfoto. Het was een foto van een jong meisje met een vrouw.

Op de achterkant stond: ‘Voor mijn lieve dochter. Halloween 1958.’ Mevrouw Peters herkende de vrouw. Het was zijzelf. Alleen was ze op de foto minstens twintig jaar jonger. En naast haar stond het meisje van zojuist.

Beneden ging opnieuw de bel. Dit keer klonk er een volwassen vrouwenstem: ‘Goedenavond. Ik kom mijn dochter ophalen.’

=+=+=+=+=+=+=+=+=+=+=+=+=+=+=+=+=+=+

Meer griezelverhalen en hun betekenis.

Veilig op internet of telefoon blijven

Social engineering-praktijken herkennen en vermijden, waaronder phishingmails, neptelefoontjes van helpdesks en andere fraudepogingen

Volg deze tips om fraudepogingen te vermijden en lees en leer daarvan wat je moet doen als je verdachte e-mails, telefoontjes of andere berichten ontvangt.

Social engineering is een gerichte aanval waarbij door middel van imitatie, bedrog en manipulatie wordt geprobeerd toegang tot je persoonsgegevens te krijgen. Bij zo’n aanval doen oplichters zich voor als medewerkers van een bekend bedrijf (via de telefoon of ander communicatiemiddel). Ze gebruiken vaak gewiekste tactieken om je persoonsgegevens te ontfutselen, zoals inloggegevens, beveiligingscodes en financiële informatie.

Phishing is een veelgebruikte vorm van social engineering. Meestal worden deze frauduleuze pogingen om persoonlijke informatie in handen te krijgen per e-mail gedaan. Oplichters gebruiken elke mogelijke manier om je door misleiding over te halen informatie te delen of geld te geven.

Als je een onverwacht bericht, telefoontje of verzoek om persoonlijke informatie (zoals je e-mailadres, telefoonnummer, wachtwoord, beveiligingscode of geld) niet vertrouwt, kun je er zekerheidshalve van uitgaan dat er sprake is van een poging tot oplichting. Neem eventueel rechtstreeks contact op met het desbetreffende bedrijf.

Houd je apparatuur en programma’s up-to-date. Installeer altijd nieuwe versies of veiligheidsupdates. Vooral nu het aantal datalekken toeneemt. Als je een melding van een bedrijf ontvangt dat zij betrokken zijn bij een datalek, wijzig dan je wachtwoord voor dat bedrijf. Lees meer info over datalekken op de site van de Rijksoverheid.

Lees hoe je social engineering-aanvallen en phishingmails herkent, neptelefoontjes afhandelt en andere online fraudepogingen voorkomt.
Social engineering-aanvallers doen zich voor als iemand anders en manipuleren je om eerst je vertrouwen te winnen. Vervolgens proberen ze je gevoelige gegevens afhandig te maken of je zover te krijgen dat je hen toegang geeft tot je accountgegevens. Ze passen diverse tactieken toe om zich voor te doen als een vertrouwd bedrijf, entiteit of iemand die je kent.

Let op deze signalen die erop kunnen wijzen dat je het doelwit van een social engineering-aanval bent:

  • Een oplichter kan je bellen via een schijnbaar legitiem telefoonnummer van een vertrouwd bedrijf. Dit wordt ‘spoofing’ genoemd. Als je het niet vertrouwt, kun je beter ophangen en zelf het officiële nummer van het bedrijf bellen.
  • Oplichters noemen vaak persoonlijke informatie over jou in een poging je vertrouwen te winnen en geloofwaardig over te komen. Ze noemen wellicht informatie die jij als privé beschouwt, zoals je adres, waar je werkt of zelfs je burgerservicenummer.
  • Ze benadrukken vaak dat ze je graag willen helpen om een dringend probleem op te lossen. Ze beweren bijvoorbeeld dat iemand je internet-, computer-, tablet-, of telefoon-account heeft gehackt of buiten jouw weten om iets heeft betaald met je bankpas (fysiek of digitaal). De oplichter beweert dat hij/zij je wil helpen om de aanval te keren of het bedrag weer terug te storten.
  • De oplichter dikt de urgentie vaak flink aan, zodat je niet de tijd krijgt om even rustig na te denken of zelf contact op te nemen. De oplichter kan bijvoorbeeld zeggen dat je het bedrijf of bank best zelf kunt gaan bellen, maar dat de frauduleuze activiteiten intussen doorgaan en dat jij aansprakelijk bent. Dit is niet waar en wordt alleen gezegd om je aan de telefoon te houden.
  • Uiteindelijk vragen oplichters om je accountgegevens of beveiligingscodes. Meestal sturen ze je naar een nepwebsite die eruitziet als een echte aanmeldingspagina en staan ze erop dat je je identiteit verifieert. Computersoftware (bijvoorbeeld Apple of Microsoft) vragen je nooit om in te loggen op een website, om in het dialoogvenster met tweestaps-verificatie op ‘Accepteer’ te tikken of om je wachtwoord, de toegangscode van je apparaat of een tweestaps-verificatiecode op te geven of op een website in te voeren.
  • Oplichters kunnen je soms vragen om beveiligingsfuncties uit te schakelen, zoals tweestaps-verificatie of de bescherming bij gestolen apparaten. Dit zou nodig zijn om een aanval te keren of om jou weer de controle over je account te geven. Het gaat dan echter om een slinkse poging om je beveiliging te verzwakken, zodat een aanval van hun kant meer kans van slagen heeft. Computersoftware vraagt je nooit om een beveiligingsfunctie op je apparaat of voor je account uit te schakelen.

Oplichters proberen e-mail en sms-berichten van legitieme bedrijven te kopiëren om jou door misleiding over te halen je persoonlijke informatie en wachtwoorden af te geven. Let op de volgende kenmerken om phishing-e-mails te identificeren:

  • Het e-mailadres of telefoonnummer van de afzender komt niet overeen met de naam van het bedrijf waar het bericht van afkomstig zou moeten zijn.
  • Het e-mailadres of telefoonnummer waarmee ze contact met je hebben opgenomen, is anders dan het e-mailadres of telefoonnummer dat je aan dat bedrijf hebt gegeven.
  • Een link in een bericht ziet er correct uit, maar de URL komt niet overeen met de website van het bedrijf.
  • Het bericht ziet er heel anders uit dan andere e-mails die je van het bedrijf hebt gekregen.
  • In het bericht wordt gevraagd om persoonlijke informatie, zoals je creditcardgegevens of het wachtwoord van je account.
  • Het bericht is ongewenst en bevat een bijlage.

Hoe herken je formjacking? Het verraderlijke van formjacking is dat je de echte website bezoekt. Het is dus niet alsof je in een nepmail bent getrapt of op een verdachte link geklikt hebt. Bovendien werkt het bestellen en betalen in de betreffende webshop gewoon. Zelfs de eigenaar van de webwinkel merkt soms niet dat criminelen meekijken. Volgens het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) kunnen bezoekers formjacking daardoor vrijwel niet herkennen. Alleen controleren of het webadres klopt, biedt in dit geval onvoldoende bescherming omdat de url gewoon correct is. Op de website van PlusOnline is hier een duidelijk artikel over te lezen.

Oplichters gebruiken nepinformatie voor nummerherkenning om telefoonnummers van bedrijven te vervalsen en beweren dan vaak dat je account of apparaat verdachte activiteit vertoont om je aandacht te trekken. Of ze gebruiken vleiende of juist dreigende taal om je onder druk te zetten om ze informatie, geld en zelfs gift-cards te geven.

Als je een ongevraagd of verdacht telefoontje krijgt van iemand die beweert van support- of klantenservice te zijn, kun je gewoon ophangen.

Ook via whatsapp kun je soms berichten of telefoontjes ontvangen. Bijvoorbeeld van een familielid die zijn telefoon verloren heeft en om contact geld verlegen zit. Gebeurt het toch omdat je zoon of dochter in het buitenland is? Vraag dan gegevens die alleen hij/zij kan weten. Je wilt altijd de mogelijkheid hebben om toch te helpen.

Je kunt frauduleuze telefoontjes of berichten melden, zie aan het eind van dit artikel.

Als je een ongewenste of verdachte agenda-uitnodiging krijgt in je e-mail programma of agenda, kun je deze melden als ongewenste reclame. Als je je per ongeluk hebt geabonneerd op een spam-agenda, kun je deze direct verwijderen.

Als je tijdens het surfen op het internet een pop-upadvertentie of bericht ziet waarin je een gratis prijs wordt aangeboden of waarin je wordt gewaarschuwd voor een beveiligingsprobleem of virus op je apparaat, vertrouw het dan niet en ga er niet op in. Dit soort pop-upvensters zijn meestal frauduleuze advertenties, ontworpen door de oplichter om je door misleiding over te halen om schadelijke software te downloaden of je persoonlijke informatie of geld te geven.

Bel het telefoonnummer niet en klik niet op de links om een prijs te claimen of een probleem op te lossen. Negeer het bericht en navigeer weg van de pagina of sluit het hele venster of tabblad. Misschien heeft jouw internet programma de mogelijkheid om pop-ups te negeren of uit te zetten, maak daar dan gebruik van.

Wees uitermate voorzichtig met het downloaden van materiaal van het internet. Sommige downloads op het internet bevatten mogelijk niet de software die ze beweren te bevatten of ze bevatten onverwachte of ongewenste software. Denk hierbij aan apps die je vragen om configuratieprofielen te installeren waarmee vervolgens de bediening van je apparaat kan worden overgenomen. Als je onbekende of ongewenste software installeert, kan deze bijzonder hinderlijk en vervelend worden en zelfs je computer, tablet of telefoon beschadigen en je gegevens stelen.

Om ongewenste nep-software of kwaadaardige software (malware) te vermijden, installeer je software het liefst rechtstreeks van de website van de ontwikkelaar. Lees en leer op je apparaat hoe je software veilig opent en ongewenste configuratieprofielen van het apparaat verwijdert.

Hier zijn een paar dingen die je kunt doen ter voorkoming van fraudepogingen die gericht zijn op je email-, internet-account en apparaten.

  • Deel nooit persoonsgegevens of beveiligingsinformatie (zoals wachtwoorden of beveiligingscodes) en voer ze nooit in op een webpagina waarnaar iemand je doorverwijst.
  • Bescherm je account en gebruik eventueel twee-factor-authenticatie, beveilig altijd je contactgegevens en houd deze up-to-date en deel nooit een account-wachtwoord of verificatiecodes met wie dan ook. De meeste bedrijven vragen je nooit naar deze informatie om ondersteuning te leveren.
  • Gebruik nooit Gift Cards om betalingen aan andere mensen te doen, als daar inlogcodes voor nodig zijn.
  • Betaal op internet als het kan via een creditkaart, dan ben meestal nog beveiligd en kan je aanspraak maken op terugbetaling. Kijk daarvoor bij de betreffende bank- of creditmaatschappij.
  • Lees en verdiep je er in hoe je apparaten en gegevens veilig kunt beschermen.
  • Download software alleen van bronnen die je kunt vertrouwen.
  • Klik niet op links en open of bewaar geen bijlagen in verdachte of ongevraagde berichten.
  • Beantwoord geen verdachte telefoontjes of berichten die van banken of bedrijven afkomstig zouden zijn. Neem in dat geval via onze officiële ondersteuningskanalen rechtstreeks contact op met bank of bedrijf.

Er zijn verschillende sites beschikbaar waar je verdachte informatie naar toe kunt sturen. Kijk daarvoor op de sites van politie, veilig bankieren, fraude helpdesk, opgelicht of het ccv. Deze sites geven ook uitgebreide informatie om fraude te voorkomen.

Voedselvoorraden in Nederland

Hoewel Nederland en de Europese Unie (EU) voor veel voedselproducten zelfvoorzienend zijn, is er voor een aantal essentiële landbouwproducten en -inputs een afhankelijkheid van internationale invoer uit derde landen. Vervanging van deze producten is binnen het huidige EU-landbouwsysteem slechts beperkt en op langere termijn mogelijk. Daarom concludeert dit rapport dat strategische voorraden, nuttig en wenselijk zijn als onderdeel van een bredere (strategische) aanpak om de weerbaarheid van het voedselsysteem te vergroten.

Supermarkten draaien zo efficiënt dat voorraden nagenoeg ontbreken, waardoor een storing zoals bij Albert Heijn het hele systeem kan ontregelen.
Onderzoekers van Clingendael en Wageningen University waarschuwen dat het Nederlandse voedselsysteem extreem kwetsbaar is voor verstoringen.

  • Supermarkten en distributiecentra hebben samen slechts een voorraad voor ongeveer zes dagen.
  • Bij een combinatie van stroom- en IT-storingen met extreem weer kan het twee weken duren voordat de bevoorrading weer normaal verloopt.
  • Onderzoekers adviseren huishoudens daarom een noodvoorraad voor acht dagen aan te houden, in plaats van de huidige drie.

De kwetsbaarheid zit diep in het systeem zelf, zegt onderzoeker Pieter Zwaan van Clingendael. Supermarkten leunen zwaar op IT-systemen voor precieze, tijdige aanvoer, wat ze gevoelig maakt voor cyberincidenten en stroomuitval. Bart de Steenhuijsen Piters van Wageningen University bevestigt dit: “Supermarkten hebben geen voorraden, en al hun leveranties moeten van een centraal distributiecentrum komen.”

Efficiëntie houdt prijzen laag maar gaat ten koste van weerbaarheid, erkent De Steenhuijsen Piters. Toch kan een grotere voorraad ook bedrijfseconomisch slim zijn, stelt Zwaan: “Als je ziet hoeveel omzet Albert Heijn nu misloopt, is een iets grotere voorraad misschien wel verstandig.”

Op basis van drie scenarioworkshops en interviews is inzichtelijk gemaakt hoe kwetsbaarheden zich manifesteren tijdens de geanalyseerde scenario’s. In het geval van langdurige hevige regenval en de oorlogssituatie ontstaan er vooral problemen in de binnenlandse distributie en logistiek en in de toegang tot en benutting van voedsel. In het geval van de internationale handelsverstoring komt, op de middellange en lange termijn, de beschikbaarheid van specifieke voedselproducten in het geding. 

De onderzoekers doen op basis van deze scenario’s en kwetsbaarheden, de volgende drie aanbevelingen:

  • Vergroot de beschikbare voedselvoorraad bij huishoudens (van de huidige drie) naar acht dagen, of bij supermarkten of distributiecentra om voorbereid te zijn op de acute fase van een crisis.
  • Leg een voorraad raapzaadolie aan voor een periode van 18 maanden voor een langdurige leveringsonderbreking.
  • De aanwezigheid van voorraden voor sojaschroot, aminozuren en vitamines voor 2 tot 3 maanden kan nuttig zijn om verstoring op middellange en langetermijn op te vangen. De onderzoekers geven aan dat de haalbaarheid van dit advies beperkt is vanwege het grote gebruik van soja in Nederland.

Staatssecretaris Erkens werkt aan plannen om de voedselzekerheid te vergroten, al ontbreekt een nationaal protocol voor noodsituaties nog. Vooral de 1,6 miljoen Nederlanders die al moeite hebben met hun voedselvoorziening zouden bij een grote schok extra hard worden getroffen.

Denk vooruit: een goede voorbereiding geeft rust

We zijn gewend om actief bezig te zijn. Een fietstocht, een wandeling, op bezoek bij familie of vrienden, een dagje weg… We trekken er graag op uit. Maar heeft u er weleens over nagedacht wat u doet als er thuis of onderweg onverwacht iets gebeurt?

De landelijke campagne Denk vooruit helpt iedereen om zich voor te bereiden op een noodsituatie. Denk bijvoorbeeld aan een langdurige stroomstoring, extreem weer of een situatie waarin telefoon, internet of andere voorzieningen tijdelijk niet beschikbaar zijn.

Zorg voor een klein noodpakket.
Veel spullen heeft u waarschijnlijk al in huis: water, houdbaar eten, een zaklamp, batterijen, een radio en eventueel medicijnen die u nodig heeft. Leg deze spullen bij elkaar, zodat u ze snel kunt vinden.

Maak een eenvoudig noodplan.
Bedenk met uw partner, familie of vrienden wat u doet als de telefoon of het internet uitvalt. Hoe neemt u contact met elkaar op? Waar kunt u elkaar ontmoeten? Een paar afspraken vooraf kunnen veel gedoe voorkomen.

Denk ook aan elkaar.
Als actieve senioren weten we hoe belangrijk contact en omzien naar elkaar zijn. Kijk eens bij de buren of spreek met vrienden af wie u in een onverwachte situatie kunt helpen en wie misschien wat extra hulp kan gebruiken.

Een noodsituatie hoeft natuurlijk helemaal niet te gebeuren. Maar net zoals we een paraplu meenemen als er regen wordt voorspeld, is het verstandig om voorbereid te zijn op situaties die we niet in de hand hebben.

U hoeft ook niet meteen een compleet noodmagazijn aan te leggen. Begin gewoon met een paar praktische zaken. Dan bent u beter voorbereid én het geeft een prettig gevoel om te weten dat u zichzelf en anderen kunt redden als dat nodig is.

Meer informatie en praktische tips vindt u op Denk vooruit.

Denk vooruit. Samen voorbereid, samen sterker!

Fiets op slot in tuin niet verzekerd

Een fiets die op slot staat met een goedgekeurd slot is niet gedekt op de inboedelverzekering als deze fiets wordt gestolen uit de tuin, ook niet als de tuin moeilijk bereikbaar is voor dieven. De verzekeraar hoeft de schade daarom niet te vergoeden.

Dat blijkt uit een bindende uitspraak van de Geschillencommissie van het Kifid. In deze zaak zijn bij een verzekerde twee racefietsen en een e-step gestolen uit de achtertuin. De fietsen en de step stonden op slot met een ART3-slot. De verzekerde claimde de diefstal op de inboedelverzekering, maar deze weigerde uit te betalen. De verzekerde stapte daarop naar het Kifid, maar daar kreeg hij nul op het rekest.

De Geschillencommissie vond de polisvoorwaarden niet onredelijk. In deze voorwaarden staat dat fietsen bij diefstal enkel zijn verzekerd als deze uit de woning of een ander gebouw zijn gestolen en er braaksporen aanwezig zijn. Diefstal uit de tuin is dus niet gedekt. In theorie kunnen verzekeringsvoorwaarden door bijzondere omstandigheden onaanvaardbaar zijn. Zo liep er in dit geval achter de tuin een sloot, waardoor de tuin moeilijk bereikbaar was. Bovendien stonden de fietsen op slot. De Geschillencommissie vond die omstandigheid niet bijzonder genoeg, want de dieven konden over het tuinhek de tuin binnendringen. Ook de getroffen voorzorgsmaatregelen om de fietsen en de step op slot te zetten, waren niet voldoende om te spreken van bijzondere omstandigheden. De verzekeraar hoeft de schade daarom niet te vergoeden.

Controleer zelf de voorwaarden
Controleer daarom of de verzekeraar diefstal van inboedel uit de tuin heeft uitgesloten van dekking in de voorwaarden. Aangezien de fietsen in de tuin van de consument stonden op het moment dat deze gestolen werden, is deze schade uitgesloten van dekking onder de inboedelverzekering.

Voor een antwoord op de vraag of een fietsverzekering nuttig is, had de Consumentenbond zelfs een filmpje op zijn website geplaatst. Kennelijk worstelen veel mensen met de vraag. In dat filmpje zei medewerker Marc Drabbe dat een fietsverzekering nuttig is als je een ‘hele dure fiets’ hebt gekocht. ‘Als je van je laatste centen een fiets hebt gekocht en hij wordt gestolen, is het prettig als je een nieuwe krijgt. Maar een fietsverzekering is minder zinvol is als je een goedkopere fiets hebt of een fiets die je toch altijd in de schuur zet.’

Twee vragen
Het gaat dus om twee vragen: Hoe groot is het risico dat je fiets wordt gestolen? En: kun je zelf de schade opvangen als het gebeurt? Een gouden regel bij verzekeringen is dat je risico’s die je zelf kunt betalen niet hoeft te verzekeren. Dus wel een ziektekostenverzekering of een WA-verzekering, maar misschien geen fietsverzekering. De Consumentenbond schrijft in zijn Geldgids: ‘De meeste mensen verzekeren hun fiets niet, en gelijk hebben ze. U kunt het geld voor de premie ook op een spaarrekening zetten. Als er niets met uw fiets gebeurt, bent u ook geen geld kwijt. Sterker nog, uw spaartegoed neemt dankzij de rente juist toe.’
Dat van de toenemende spaartegoeden was vroeger, toen er nog serieuze spaarrente was, maar in grote lijnen is dit nog steeds voor veel mensen een goede overweging.

Dynamische twintiger
De premies van fietsverzekeringen zijn namelijk hoog: in een stad als Amsterdam ben je voor drie jaar diefstaldekking voor een fiets van 750 euro ongeveer 180 euro premie kwijt en in de provincie 90 euro. Tot voor kort waren de premies voor de e-bikes vrij schappelijk, in verhouding tot de hoge aanschafkosten, maar de kans bestaat dat dat volgend jaar anders is, gezien de toenemende diefstal van e-bikes.
Daarnaast zul je een inschatting moeten maken van je persoonlijke fietsdiefstalrisico. Als je een rustig leven in de provincie leidt en je fiets thuis in de schuur kunt zetten, loop je minder risico dan de dynamische twintiger in de grote stad met vele bezoeken aan binnenstad, sportveld en station.
Veel fietsverzekeringen bieden de mogelijkheid de fiets tevens tegen schade te verzekeren. Ook hier is het belangrijk de vraag te beantwoorden hoeveel kans je op schade loopt.

Originele sleutels
Wie voor een fietsverzekering kiest, moet wel opletten dat hij de twee originele sleutels van het slot kan overhandigen, want dat is altijd een van de voorwaarden van de verzekeringsmaatschappij om de fiets te vergoeden in geval van diefstal. Als je er een kwijt raakt, moet je een nieuwe bij de sleutelfabrikant laten maken met een officieel nummer en dat nummer doorgeven aan de verzekeringsmaatschappij.
Verder is het nog handig om bij de keuze van een fietsverzekering erop te letten of je geld krijgt of een nieuwe fiets kunt uitzoeken als je fiets gestolen wordt. In dat laatste geval ben je vaak gebonden aan de rijwielhandelaar waar je de oorspronkelijke fiets hebt gekocht. Vervelend als je verhuist bent of slechte ervaringen met de betreffende fietsenmaker hebt.
Kortom, een fietsverzekering is een persoonlijke afweging, maar denk er in de euforie van de aankoop van een nieuwe fiets wel even serieus over na. Je kunt voor het geld van de premie ook een goed extra slot kopen.

Bronnen: o.a Plusonline; Kifid; Fietsersbond









Eerste telefoongesprek in 1876

Dit jaar is het 150 jaar geleden dat in Amerika het eerste telefoongesprek werd gevoerd. Maar de telefoon werd in 1860 al uitgevonden. De geschiedenis van de telefoon begint bij de Duitse Johann Phillip Reiss. In 1860 ontdekt hij de telefoon. Hij overlijdt echter al op veertigjarige leeftijd. De Italiaan Antoni Meucci vindt de telefoon daarna opnieuw uit. Wegens geldgebrek kan hij in 1871 geen patent aanvragen. De Schots-Amerikaanse uitvinder Alexander Graham Bell verbetert de uitvinding. In 1876 gaat hij er met het patent, en de roem, vandoor.

Het eerste telefoongesprek vindt in Boston plaats. Op Op 10 maart 1876 – kort nadat Alexander Graham Bell het patent op de telefoon in handen kreeg – werd het eerste telefoongesprek gevoerd. Bell sprak met zijn assistent Thomas Watson, en vroeg hem: ‘Mr. Watson, come here. I want to see you’. Reis bedacht het woord ‘telefoon’, maar Bell wist met zijn vastgelegde patent de technologie te verspreiden. Een jaar later richt hij de Bell Telephone Company op. Dit is de basis voor het moderne telefoniesysteem. Volgens sommigen hebben we het woord bellen aan zijn naam te danken. Waarschijnlijker is dat het woord is afgeleid van de telefoonbel: het geluid van de telefoon als die overgaat.

Voordat de telefoon er kwam, was het al mogelijk om gecodeerde berichten over lange afstanden door te seinen via een telegraaf. Bellen zoals we dat nu kennen was nog niet mogelijk, al hing de uitvinding van de telefoon in de lucht. Meerdere mensen waren met de techniek bezig. Aan het begin van 1876 was tussen uitvinders zelfs een heuse strijd om het patent gaande.

Wie is de échte uitvinder?
Bell was concurrent Elisha Gray slechts een paar uur voor met het indienen van zijn patent. Maar zelfs na 150 jaar wordt nog betwist wie de telefoon nu écht heeft uitgevonden. De Schot zou er namelijk een handje van hebben gehad ideeën van anderen te gebruiken voor zijn eigen uitvinding.
Hij voerde daarover in de loop der jaren honderden rechtszaken, die hij allemaal won. Concurrent Gray was een van degenen die naar de rechter waren gestapt. Hij vond dat het ontwerp van Bell wel héél erg leek op dat van hem.

Ook de Italiaan Antonio Meucci wordt veel genoemd als de échte uitvinder van de telefoon. Hij zou in 1860 al een demonstratie hebben gegeven van zijn ’teletrofono’. Maar door financiële problemen lukte het hem niet zijn uitvinding in een patent vast te leggen. Bell, die toegang had tot het lab en materialen van Meucci, zou daarvan hebben geprofiteerd.
Meucci kreeg in 2002 overigens alsnog erkenning voor zijn werk in het Amerikaanse Congres. Al blijft het patent van Bell staan. Niemand zal ooit weten of de telefoon ook zo’n succes zou zijn geworden als Meucci het patent had verkregen.

Op 1 juni 1881 opent de Nederlandsche Bell-Telephoon Maatschappij (NBTM) in Amsterdam het eerste telefoonnet van Nederland. Dat is op de zolder van Sociëteit de Groote Club op de Dam. Telefoniste mejuffrouw M. Scholten voert het eerste telefoongesprek met de woorden: ‘Ik verbind u door’. Er zijn 49 aansluitingen. Minstens honderd bedrijven en personen staan op de wachtlijst. Telefoonnummers hebben twee of drie cijfers.

De eerste telefoontoestellen zijn vrij groot en van hout. Meestal hangen ze aan de wand. Het toestel heeft een slinger. Door eraan te draaien, gaat de bel over bij de telefoniste van de telefooncentrale. De beller zegt met wie hij wil spreken en de telefoniste maakt handmatig de verbinding. Op een schakelpaneel steekt ze een kabel met stekker in de aansluiting van de persoon die de beller wil spreken.

In deze periode worden telefoons van (plaat)staal gemaakt. In 1925 wordt in Haarlem de eerste automatische telefooncentrale van Nederland in gebruik genomen. Voortaan kunnen bellers met een kiesschijf zelf een verbinding maken. In 1928 krijgt het Rijk het alleenrecht op het aanleggen van huistelefooninstallaties. Het is het ontstaan van de PTT: het Staatbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie. Vanaf de jaren dertig verschijnen telefoons van bakeliet. Het is een nieuw materiaal dat makkelijk in veel vormen is te persen.

1931: eerste telefooncel op straat
Het Amsterdamse Valeriusplein krijgt in 1931 de eerste telefooncel. Het is een automatisch munttoestel op straat waar je lokaal mee kunt bellen. Deze telefooncel lijkt een beetje op de bekende Engelse rode telefooncel maar dan in de kleur beige. In 1932 ontwerpt Leendert van der Vlugt de standaard grijze telefooncel: de Rijkstelefooncel. Dit model zal ruim 50 jaar deel uitmaken van het straatbeeld.

Na de Tweede Wereldoorlog begint het tijdperk van de standaardisatie van telefonie. Er is een enorme vraag naar telefoonaansluitingen en -toestellen. De wachttijden lopen op tot driekwart jaar. Om de belasting van het telefoonnetwerk binnen de perken te houden, wordt de abonnee dringend verzocht de gesprekken kort te houden!

Rond 1960 verschijnen de eerste plastic telefoons. De PTT introduceert de T65. De T staat voor tafeltoestel, 65 voor het jaar waarin het toestel op de markt kwam (1965). Voor veel mensen is dit hun eerste telefoon. In de jaren zeventig en tachtig belt zowat heel Nederland ermee. Begin jaren ’70 verhuist de telefoon van de gang naar de woonkamer. En daar hoort een fraaie kleur bij. De T65 is voortaan ook verkrijgbaar in rood, groen, blauw, wit en oranje.

Rond deze tijd worden computergestuurde centrales in gebruik genomen. In 1974 verschijnt de eerste telefoon met druktoetsen. Dat gaat sneller dan met een kiesschijf en zorgt voor minder fouten. Om te voorkomen dat mensen die erg handig zijn met een rekenmachine de toetsen te snel intoetsen, is de indeling anders dan op een rekenmachine. De telefooncentrale zou overbelast kunnen raken!

Met de komst van computerchips vanaf de jaren 80 krijgt de telefoon meer mogelijkheden. Je kunt bijvoorbeeld nummers opslaan. Of het laatstgekozen nummer herhalen door toets 1 in te drukken. In 1980 gaat autotelefonie in Nederland van start. Het eerste model is zo groot dat de zendontvanger achter in de auto wordt gemonteerd. In 1986 verschijnt de Nokia Carvox 2453 in Nederland. Dit model kun je, inclusief accu, aan een riem over je schouder dragen. In 1990 komen de eerste handzame mobiele telefoons in Nederland. De telefoon raakt los van de draad.

1989: PTT wordt KPN
Op 1 januari 1989 gaat het Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie (PTT) verder als zelfstandige onderneming. Voortaan heet het Koninklijke PTT Nederland NV (KPN).

1992: Greenhopper (Kermit)
In 1992 lanceert PTT Telecom Greenpoint. Dit is een netwerk met 5.000 contactpunten, waar je bij onder meer postkantoren en tankstations kunt bellen. Je hebt er een speciale telefoon voor nodig: de Greenhopper. Het toestel heeft ook de naam Kermit, naar de kikker van The Muppet Show. Het is een voordelig alternatief voor het dure autotelefoonnetwerk.

1994: Gsm-netwerk
In 1994 gaat het eerste gsm-netwerk in Nederland van start. Voortaan zijn bellers altijd en overal bereikbaar. De eerste, echte mobiele gsm-telefoons waarmee PTT Telecom de markt opgaat, zijn toestellen zoals de Motorola MicroTAC. Ook wel bekend als de fliptelefoon, vanwege het klepje dat je over het toetsenbord kunt klappen.

Doordat steeds meer huishoudens een eigen telefoon in huis kregen, dreigde in 1995 het aantal telefoonnummers op te raken. Daarom werden in een landelijke omnummeringsactie alle bestaande vaste telefoonnummers vervangen door een tiencijferig telefoonnummer. Iedereen kreeg een omnummerboekje in huis om te zien wat de nieuwe nummers waren.

Dat heette Operatie Decibel, een belangrijke en ingrijpende gebeurtenis, volgens Rex Leijenaar van Autoriteit Consument en Markt (ACM). De toezichthouder beheert de nationale telefoonnummervoorraad en publiceert regelmatig de telecommonitor. Daaruit bleek dat zo’n tien jaar geleden nog ruim zeven miljoen huishoudens een vaste telefoonaansluiting hadden. Nu zijn het er nog maar 3,8 miljoen.

De Pocketline Swing van 1998 is voor velen hun eerste mobiel. Het is een robuust toestel, met een schuifklepje en uitschuifbare antenne. Het is verkrijgbaar in vrolijke kleurtjes. In 1998 zijn er 3 miljoen mobiele aansluitingen.

Op dit moment zijn er 26 miljoen mobiele aansluitingen in Nederland in gebruik en zijn er nog 6,8 miljoen mobiele nummers beschikbaar. Een nieuwe Operatie Decibel lijkt dus voorlopig niet aan de orde.

In 2007 kwam Apple met de iPhone, een ‘smartphone’ zonder toetsenbord, maar mét touchscreen. Daarmee werd de moderne smartphone zoals we die nu kennen geboren; een complete computer in zakformaat. Het was een daverend succes. In Nederland moeten we nog een jaartje wachten. Maar vanaf 2008 kan iedereen beschikken over deze mobiele computer, waarmee je óók kunt bellen. Deze smartphone zorgt voor een ware revolutie. Je gebruikt hem voor e-mail, muziek luisteren, social media, internetbankieren en nog veel meer. Je kunt hem ook koppelen aan een smartwatch die vanaf 2013 doorbreekt. In 2025 betalen mensen aan de kassa vaker met hun smartphone of smartwatch dan met hun bankpas.

Door technologische innovaties worden smartphones steeds slimmer, efficiënter, veiliger en duurzamer. Ze worden dunner en kleiner, de schermen uitklapbaar of oprolbaar en de batterijduur langer. Slimme software en kunstmatige intelligentie (AI) zorgen voor supersnel draadloos internet voor meerdere apparaten tegelijkertijd. Het aantal toepassingen blijft toenemen.

Bronnen: kpn.com; nos.nl; nu.nl; speld.nl; dutchcowboys.nl; umu.nl

Welke generaties zijn er?

Je hoort de verschillende termen vast weleens voorbij komen: boomer, millenial of Gen-Z. Maar wie hoort waar nu bij? Iedere generatie heeft zijn eigen kenmerken. Zo hebben de millenials een goede werk-privé balans en snappen de boomers daar niks van: die vinden dat je gerust overuren kunt maken. Welke generaties zijn er allemaal en hoe kenmerken zij zich? Welke groep hoort bij welke leeftijd? Wij zetten de generaties voor je op een rij. Bij welke generatie hoor jij? Wij zetten alle generaties op een rij en beginnen bij 1946.

De babyboomgeneratie groeit op in de periode direct na de Tweede Wereldoorlog, wanneer Nederland zich opnieuw opbouwt en de welvaart snel stijgt. Er worden veel kinderen geboren, het onderwijs breidt zich sterk uit en steeds meer gezinnen krijgen toegang tot nieuwe voorzieningen. Dit is de tijd waarin televisie zijn intrede doet, jongeren meer vrijheden krijgen en de maatschappij in hoog tempo verandert. Door de groeiende welvaart en maatschappelijke kansen ontwikkelt deze generatie een optimistische en vooruitstrevende blik. Als babyboomer hecht u vaak waarde aan stabiliteit, betrouwbaarheid en hard werken.

Generatie X groeit op nadat de grote babyboom voorbij was, in een tijd met economische onzekerheid, hogere werkloosheid en veranderende gezinssituaties. Daardoor staan ze vaak bekend als zelfstandig, nuchter en gewend om zichzelf te redden. Deze generatie maakt belangrijke technologische en maatschappelijke veranderingen mee: van het ontstaan van computers tot het begin van globalisering. Veel mensen uit Generatie X hebben zowel analoge als digitale werelden bewust ervaren. Ze worden daardoor vaak gezien als de verbinding tussen oudere en jongere generaties.

Millennials groeien op in een periode waarin de wereld heel snel verandert door technologische vooruitgang. Ze maken als eersten de overstap mee van een grotendeels analoge jeugd naar een digitale wereld. Daardoor ontwikkelen ze sterke digitale vaardigheden, maar hebben ze ook herinneringen aan een tijd zonder smartphones of sociale media. Deze combinatie maakt hen flexibel en vaardig in zowel traditionele als moderne vormen van communicatie. Deze generatie hecht veel waarde aan persoonlijke ontwikkeling. Ze zijn opgegroeid met het idee dat we onze talenten moeten benutten, ons eigen pad mogen kiezen en dat werk meer is dan alleen inkomen. Daarom zoeken veel millennials naar functies die betekenisvol zijn, waarin ze impact kunnen maken en waar ruimte is om te groeien.

Generatie Z groeit volledig op in een tijdperk waarin digitale technologie de normaalste zaak van de wereld is. Smartphones, snelle internetverbindingen en sociale media zijn al vanaf jonge leeftijd aanwezig, waardoor deze generatie gewend is om informatie direct te vinden en constant met de wereld verbonden te zijn. Door deze digitale omgeving ontwikkelen ze een sterke online vaardigheid en een goed gevoel voor beeld, taal en trends. Daarnaast is Generatie Z wereldwijd georiënteerd. Via internet komen ze al vroeg in aanraking met verschillende culturen, leefstijlen en meningen. Hierdoor staan ze vaak open voor diversiteit en inclusie. Ze vinden het belangrijk dat iedereen gelijk behandeld wordt en hebben een scherp oog voor sociale rechtvaardigheid. Dit maakt hen kritisch en maatschappelijk betrokken, vooral op thema’s als klimaat, ongelijkheid en mentale gezondheid. Ook in hun persoonlijke ontwikkeling valt op dat ze streven naar echtheid en streven ze naar eerlijkheid en transparantie.

Generatie Alpha is de generatie die volledig in de 21e eeuw opgroeit, wat hen de meest digitaal verbonden groep ooit maakt. Voor hen is kunstmatige intelligentie (AI), de mobiele telefoon en altijd online zijn simpelweg de standaard. Ze kennen geen wereld zonder. Ze groeien op in een tijd van snelle technologische verandering en wereldwijde uitdagingen. Ze zijn vaak de kinderen van Millennials en gebruiken graag apps zoals YouTube en TikTok. Hoewel ze nog jong zijn, hebben ze nu al een enorme invloed op hun ouders en de manier waarop we naar onderwijs en entertainment kijken.

De mensen die geboren zijn tussen ongeveer 1910 en 1930 hebben een levensverhaal dat gevormd is door ingrijpende historische gebeurtenissen, vooral de Tweede Wereldoorlog. Het is een generatie die veel heeft meegemaakt, van economische crisissen tot maatschappelijke veranderingen. Laten we eens dieper ingaan op wat deze generatie zo uniek maakt.

Stel je voor: je bent geboren rond 1910. Dan maak je als kind de Grote Depressie mee, gevolgd door de dreiging en uiteindelijke uitbraak van de Tweede Wereldoorlog. Je ziet je vaderland bezet worden, je leeft met schaarste en onzekerheid. Na de oorlog begint de wederopbouw, een tijd van hard werken en soberheid. Pas later, als je al wat ouder bent, zie je de welvaart toenemen en de maatschappij veranderen. Deze levensloop heeft ongetwijfeld een diepe impact gehad op hun normen, waarden en kijk op het leven. Ze leerden de waarde van stabiliteit en veiligheid, en koesterden vaak wat ze hadden. Sparen was belangrijk, verspilling werd verafschuwd. Dit vormde hun persoonlijkheid en hun keuzes in het leven, zowel privé als professioneel.

De Tweede Wereldoorlog (1939-1945) is zonder twijfel het meest bepalende evenement voor deze generatie. Velen dienden in het leger, anderen werden getroffen door bombardementen, razzia’s of de hongerwinter. De impact van deze periode is enorm geweest. Na de oorlog lag Nederland in puin en moest alles opnieuw worden opgebouwd. Dit vereiste een enorme inspanning en veerkracht van de bevolking. De oorlogsgeneratie zette de schouders eronder en werkte hard om het land weer op te bouwen. Ze begrepen het belang van samenwerking en doorzettingsvermogen. Deze collectieve ervaring smeedde een band en creëerde een gevoel van gemeenschappelijkheid dat in latere generaties minder sterk aanwezig is. Laten we dit vooral niet vergeten!

Als we weten waar de verschillen tussen generaties vandaan komen, wordt het makkelijker om elkaar te begrijpen. Iedere generatie is gevormd door de tijd waarin zij opgroeide en dat verklaart vaak waarom mensen dingen anders aanpakken of belangrijk vinden. Door dit met elkaar te bespreken en vragen te stellen, ontstaat meer begrip voor elkaars gewoontes en manier van communiceren. Het helpt om open te blijven, uw eigen ervaringen te delen en ook te luisteren naar die van anderen. Op die manier ziet u sneller wat u gemeen heeft en waar u elkaar kunt aanvullen. Zo wordt samenwerken en samenleven een stuk eenvoudiger en leuker.

Bronnen: plusonline.nl, jmouders, zorgwelzijn.nl, businessgids.nl

Contant geld moet blijven

Het contante betalingssysteem staat onder druk. Ruim 87 procent van de Nederlanders geeft aan dat contant geld overal in Nederland geaccepteerd moet worden.

Ondanks de toenemende mate van contactloos betalen en de afnemende hoeveelheid pinautomaten, blijft de gemiddelde Nederlander veel waarde hechten aan contant geld. De oudere respondenten hechten het meest aan een eventuele acceptatieplicht van contant geld, ook de jongste leeftijdsgroep schaart zich hier met een meerderheid achter.

Nederlanders kopen steeds meer online, en daar komt geen contant geld aan te pas. Koop je wel iets in de winkel, dan is even afrekenen met je pinpas een stuk sneller en handiger dan betalen met biljetten en muntjes. Veel winkeliers willen het liefst alleen digitale betalingen accepteren. Dit maakt het minder aantrekkelijk voor overvallers van winkels. Toch is het verdwijnen van cashgeld en het sluiten van steeds meer bankkantoren problematisch is ook de mening van De Nederlandsche Bank (DNB), en met name problematisch voor kwetsbare groepen zoals ouderen.

Hoe denken Nederlanders over een samenleving zonder contante betalingen? De jongere generatie denkt anders dan de oudere. Het is eigenlijk heel makkelijk, want je kunt alles online doen. Je hoeft geen geld meer in je portemonnee te hebben en je kunt alles gewoon via internet regelen. Je hoeft niet eens meer naar de bank om geld op te nemen. Ruim de helft van Nederland denkt dat contant geld voor het jaar 2030 helemaal uit de samenleving verdwenen is. Mensen boven de 60 jaar zijn wat terughoudender en slechts 1 op de 5 denkt dat contant geld zal verdwijnen. 

Minder bankfilialen en geldautomaten

In Nederland zijn heel veel kantoren van banken en hun geldautomaten verdwenen, waardoor mensen geen toegang meer hebben tot hun eigen geld. De automaten zijn door de banken zelf verwijderd. Dit is voornamelijk gedaan uit veiligheidsoverweging met het oog op plofkraken en als kostenbesparing omdat de automaten simpelweg minder werden gebruikt de afgelopen jaren.

DNB vindt de inwisselbaarheid van privaat geld (giraal, door banken gecreëerd en uitgegeven) en publiek geld (contant, door centrale bank uitgegeven) belangrijk voor het vertrouwen in het monetaire systeem. Zonder contant geld kan een burger zijn tegoed bij een bank niet meer opvragen. Contant geld is ook de enige manier voor mensen om, onafhankelijk van een bank, geld bij zich te dragen. Contant geld is wettig betaalmiddel en je kunt ermee betalen zonder betrokkenheid van derden.

Contant geld blijft een belangrijk betaalmiddel

Het gebruik van contant geld aan de kassa is recent gedaald naar 21% van alle transacties. Toch blijft het door de specifieke eigenschappen voor veel mensen een nuttig betaalmiddel en soms zelfs de enige manier om zelfstandig te kunnen betalen. Je kunt er bovendien niet meer van uitgeven dan je bij je hebt wat helpt bij budgetteren en schulden voorkomen. Het dalende gebruik van contant geld aan de kassa mag daarom niet leiden tot verslechtering van de acceptatie ervan door winkels en overheidsorganisaties. Dat contant geld minder wordt gebruikt om mee te betalen was tot voor kort vooral een keuze van de burger, maar die wordt tegenwoordig steeds vaker ontmoedigd om met contant geld te betalen.

Contant geld helpt in noodsituaties

Bovendien moet er in geval van een langdurige pinstoring of cyberaanval ook betaald kunnen worden, zeker voor de eerste levensbehoeften. DNB laat in haar analyse zien dat contant geld ook als terugvaloptie geschikt is en dat banken daarom voldoende geldautomaten moeten blijven aanbieden. Dit is in het belang van de weerbaarheid van het gehele betalingsverkeer.

Afspraken over contant geld

Er moeten genoeg winkels zijn waar u met contant geld kunt betalen. Maar winkeliers mogen contant geld weigeren. Het kabinet moedigt winkels en bijvoorbeeld gemeenten aan om contant geld te blijven accepteren. Hiervoor zijn gesprekken met onder andere gemeentes, banken, winkeliers en organisaties die opkomen voor kwetsbare groepen.
In 2022 spraken zij af ervoor te zorgen dat contant geld ook in de toekomst voor iedereen bruikbaar blijft.

Bronnen: rijksoverheid.nl; dnb.nl

Publicatie: 18-10-2023; gewijzigd: 10-01-2026