Fietshelm verplicht op elektrische fiets?

Om het aantal fietsdoden terug te brengen, moet de fietshelm voor alle elektrische fietsers verplicht worden.

Dat schrijven het Centraal Planbureau en het Planbureau voor de Leefomgeving in een studie naar effecten van politieke maatregelen op autorijden, ov, milieu en verkeersveiligheid met de doorrekening van kosten en overheidsinvesteringen. Het plan werd overhandigd aan de regering, Tweede Kamer en politieke partijen in aanloop van de 2021-verkiezingen.

Om het gebruik van de fiets in het woon-werkverkeer te bevorderen, zijn volgens de effectenmeting van CPB en PBL veel meer faciliteiten nodig, zoals meer fietspaden en stallingen, en naadloze aansluitingen op het ov. Een opvallende overweging in het rapport is om de fietshelm verplicht te stellen voor iedereen tot 12 jaar en voor alle elektrische fietsen. 

Enkele Europese landen kennen reeds de verplichte fietshelm, zoals Finland, Spanje, Tsjechië en IJsland. Andere landen in Europa adviseren wel het gebruik van fietshelm maar stellen deze (nog) niet verplicht. Oudere fietsers dragen geen helm omdat ze dat niet gewoon zijn. ‘In Scandinavische landen is dat ondenkbaar. Daar dragen bijna alle fietsers uit die groep een helm.’

Fietshelm verplichting in Nederland? ja of nee?

In Nederland is niemand verplicht om een fietshelm te dragen. Alleen wanneer je op een snelle e-bike, de zogenaamde speed pedelec rijdt, ben je verplicht om een helm te dragen. En hoewel het aantoonbaar veiliger is om met een fietshelm op te fietsen, zie je niet of nauwelijks fietsers met een helm in Nederland. Het is natuurlijk ook ieders eigen verantwoordelijkheid om wel of geen helm te dragen op de fiets.

Ga je naar het buitenland op vakantie en wil je daar gaan fietsen? Dan gelden er mogelijk andere regels. In een aantal Europese landen geldt een helmplicht voor fietsers. Helaas verschillen de regels per land en soms zelfs per regio.

Fietshelm voorkomt 7500 gevallen van hoofd- en hersenletsel per jaar

Het dragen van een fietshelm kan zorgen voor een halvering van het aantal gevallen van hersentrauma na een valpartij met de fiets.

Dat heeft SEH-arts dr. Crispijn van den Brand becijferd in zijn proefschrift waarop hij op 24 maart jl. promoveerde aan het Erasmus MC. Van den Brand heeft zitting genomen in een denktank in oprichting die zich buigt over de vraag hoe fietsend Nederland kan worden verleid vaker een fietshelm op te zetten.

Het aantal gevallen van hoofd-hersenletsel is de afgelopen decennia enorm toegenomen, met name bij 65-plussers. Alleen al in de periode van 1998 tot 2012 nam het aantal hoofdtrauma’s bij senioren toe van 2270 tot 10274 per jaar. Het gaat om verschillende soorten hoofd- en hersenletsel: van een hersenschudding tot ernstig hersentrauma waarbij langdurige of blijvende schade optreedt.

Het jaar 2012 is al een poos geleden, erkent Van den Brand, ‘Maar er is geen enkele reden om aan te nemen dat de trends nu anders zijn. In deze cijfers is de opkomst van de elektrische fiets bijvoorbeeld nog nauwelijks meegerekend.’ De effectiviteit van een helm kan vermoedelijk nog verhoogd worden door strengere Europese eisen voor het testen van fietshelmen.

Ouderen blijven tot op hoge leeftijd actief, wonen langer thuis. Hoofd- en hersenletsel ontstaat vaak bij valpartijen rond het huis, én tijdens het fietsen. ‘Het verkeer is voor automobilisten veel veiliger geworden, maar voor fietsers niet. Sinds eind jaren 90 nam het aantal dodelijke ongevallen met auto’s af van meer dan 600 eind jaren 90 naar circa 200 de afgelopen jaren. Bij fietsers was dat aantal eind jaren 90 rond de 200. Dat is nu nog steeds rond de 200. Het CBS heeft berekend dat het aantal 70-plussers dat in het verkeer overleed, de afgelopen 20 jaar steeg met 68 procent.’

Zelf heb ik altijd gezegd (whk, red.) dat als het verplicht wordt om een helm te dragen op mijn e-bike, stop ik met fietsen. ‘Ik ga toch niet met een helm fietsen’. Maar sinds deze winter ben ik van mening veranderd. Dat niet alleen omdat ik er meer over gelezen heb, maar een valpartij heeft mij over de streep getrokken. Gelukkig niets ernstigs, maar wel een nadenk-momentje. Daarom denk even iets verder en gebruik een fietshelm op je elektrische fiets, misschien zelfs op een gewone fiets! Het verkeer wordt steeds drukker, vooral in de stad en ook op de recreatieve fietspaden. Fiets maar eens op een zonnige zondagmiddag over de Veluwe. Neem geen risico met je gezondheid ook al ben je dan op leeftijd, is het niet voor jezelf, dan voor je naaste familie. Schaf hem aan en zet hem op, die helm! Een investering meer dan waard.

Dag van de fietshelm

Op woensdag 20 april 2022 vindt de eerste Landelijke Dag van de Fietshelm plaats. Het doel van deze dag is om het belang van de fietshelm onder de aandacht te brengen bij jong en oud. De fietshelm verkleint het risico op hersenletsel met wel 60 procent en kan bij een ongeluk veel leed voorkomen, zeker bij kwetsbare fietsers zoals kinderen en (oudere) E-bikers. De Landelijke Dag van de Fietshelm 2022 is een initiatief van Artsen voor Veilig Fietsen in samenwerking met het HersenStrijd fonds en de Hersenstichting.

‘De fietshelm komt nog te weinig voor in het Nederlandse straatbeeld’, zegt dr. Marcel Aries, mede-initiatiefnemer en neuroloog/intensivist aan Maastricht UMC. ‘De fietshelm heeft in Nederland een slecht imago. Wij als fietsland denken dat we kunnen fietsen en een helm niet nodig hebben, maar de cijfers bewijzen het tegendeel. Wij als Artsen voor Veilig Fietsen vinden dat er verandering in moet komen en de verkeersveiligheid van fietsers moet verbeteren.’

Met meer zekerheid op de fiets

Bij het ouder worden merk je misschien dat je niet meer zo zeker op de fiets zit als voorheen. Veel senioren durven daarom niet meer te fietsen. Bijvoorbeeld omdat ze bang zijn hun evenwicht te verliezen. Met de tips in het artikel met meer zekerheid op de fiets kun je langer veilig fietsen.

Pasen 2022

Eerste en Tweede Paasdag worden dit jaar op zondag 17 en maandag 18 april gevierd. Pasen valt jaarlijks tussen 22 maart en 25 april op de eerste zondag (en maandag) na de volle maan na het begin van de lente. Pasen is niet elk jaar op dezelfde zondag, maar grof gezegd op de eerste zondag die volgt op de volle maan na het begin van de lente, maar geheel nauwkeurig is die definitie niet. De exacte datum van Pasen wordt berekend volgens de kerkelijke (christelijke) kalender.

Pesach

De precieze herkomst van het woord Pasen is niet helemaal met zekerheid te achterhalen. Vermoedelijk staat het in verband met het joodse feest ‘Pesach’. Met dit feest herdenken de Joden de Exodus uit Egypte en daarmee hun bevrijding van de slavernij. Pesach begint met de Sederavond, de avond van 14 nisan, en duurt zeven of acht dagen. Het feest gaat traditioneel gepaard met het slachten van een lam, het eten van ongezuurd brood en het drinken van wijn.
De oorsprong kan ook liggen in het Latijnse woord ’pascua’, dat weide betekent en op die manier zou verwijzen naar de lente. De Duitse en Engelse woorden voor Pasen –  respectievelijk Ostern en Easter – zouden bovendien te herleiden zijn tot de oud Germaanse godin van de vruchtbaarheid: Eostre.

Laatste Avondmaal

Volgens een aantal evangeliën vond het Laatste Avondmaal van Jezus plaats op een Sederavond aan het begin van Pesach. Ook zijn kruising de volgende dag en de wederopstanding drie dagen later, vonden nog plaats tijdens het Joodse feest. Op deze manier raakten het joodse Pesach en de dood van Christus direct met elkaar verbonden. Gaandeweg richtten de christenen zich echter steeds meer op het belang van de wederopstanding van Jezus en lieten zij de joodse aspecten van de Pesach achterwege. Tijdens het concilie van Nicea in 325 werd de viering van Pasen dan ook definitief losgekoppeld van het joodse feest. Beslist werd dat paaszondag voortaan ieder jaar gevierd zou worden op de zondag na de eerste volle maan van de lente. Op de donderdag ervoor, Witte Donderdag, wordt het Laatste Avondmaal herdacht. Op Goede Vrijdag wordt de kruisiging van Jezus herdacht.

Paaseieren

Toen het christendom zich vervolgens in de loop der eeuwen over Europa verspreidde, raakte het Pasen ook vermengd met een aantal heidense lentefeesten. Zo stamt de traditie van het paasei mogelijk af van de heidense overtuiging dat eieren symbool stonden voor de vruchtbaarheid en de geboorte van de lente. Onder andere in de Germaanse heilige-boom cultus was het gebruikelijk om de komst van de lente te vieren door eieren in de bomen te hangen. Er bestaat echter ook een meer praktische verklaring van de oorsprong van het paasei, die met name verband houdt met de periode van het Vasten. In die weken was het namelijk voor christenen verboden om vlees en zuivel te eten, en door velen werden eieren ook als zuivelproduct beschouwd. Omdat de kippen echter niet stopten met broeden, had men aan het einde van het Vasten zo’n overschot, dat het al snel traditie werd om met het begin van Pasen hardgekookte eieren te eten.

Paashaas

Met de opkomst van het protestantisme 16e eeuw verdween in grote delen van Noord-Europa de traditie van het gezamenlijk vasten. Omdat vele Duitse protestanten hun kinderen echter niet het genot van de paaseieren wilden onthouden, bedachten zij de paashaas, die de eieren op paaszondag voor hen verstopte. Zeer waarschijnlijk heeft de keuze voor dit dier ook zijn oorsprong in het heidendom, aangezien de haas al sinds de oudheid vanwege zijn vruchtbaarheid symbool stond voor het begin van de lente.

Paasvuur

Een paasvuur is een soort vreugdevuur dat als ritueel tijdens Pasen in delen van Europa wordt aangestoken. Hiervoor wordt hout verzameld en op een grote stapel gelegd, die soms tientallen meters hoog is. Als het duister invalt wordt het geheel aangestoken. Het spektakel trekt vaak veel toeschouwers en meestal is het een echt dorpsgebeuren.
De noordgrens van het gebied waarin dit volksgebruik plaatsvindt, loopt door Denemarken en de zuidgrens door Zwitserland en Oostenrijk. Het oosten van Nederland is de westgrens en de oostgrens loopt oostelijk van de Harz. Maar ook buiten dit gebied worden paasvuren ontstoken.
Het paasvuur is waarschijnlijk voor voorchristelijke origine (mogelijk uit de Oudsaksische godsdienst en de Germaanse mythologie of overgenomen van andere Indo-Europeanen), maar kreeg later na de kerstening een christelijke invulling als het licht van Pasen en teken van de Verrijzenis van de Zoon van God, het licht der wereld.

Bronnen: isgeschiedenis.nl en nl.wikipedia.org.

Met meer zekerheid op de fiets!

Bij het ouder worden merk je misschien dat je niet meer zo zeker op de fiets zit als voorheen. Veel senioren durven daarom niet meer te fietsen. Bijvoorbeeld omdat ze bang zijn hun evenwicht te verliezen. Met onderstaande tips kun je langer veilig fietsen.

Nog geen e-bike? Wacht er niet te lang mee

De komst van de e-bike heeft het voor veel mensen mogelijk gemaakt om langer door te fietsen. Het fietst gemakkelijker door de trapondersteuning en sommige modellen hebben een ideale lage instap. Maar let wel op de hogere snelheid die je hiermee kunt halen. En wil je er een kopen, test dan verschillende modellen en kies het model dat het beste bij jou past. Vraag hulp om te leren fietsen met een e-bike. Begin met zo laag mogelijke ondersteuning. Als je ouder wordt en te lang wacht voordat je aan een e-bike begint, is het moeilijker om aan te wennen.
Lees ook ons eerder geplaatst bericht hierover.

Gebruik je medicijnen? Controleer of je mag fietsen

Sommige medicijnen hebben invloed op de rijvaardigheid, bijvoorbeeld omdat ze slaperigheid of duizeligheid veroorzaken. Als je een nieuw medicijn krijgt, dan moet je arts of apotheker je hierover informeren. Maar je kunt het ook terugvinden in de bijsluiter of aan een waarschuwing op de verpakking. Wil je zeker weten of jouw medicijn invloed heeft op de rijvaardigheid? Controleer het op deze site.

Helm

In Nederland kennen we (nog) geen helmplicht. Toch is veelvuldig uit onderzoek gebleken dat een helm bij veel ongevallen ernstig letsel kan voorkomen. Ook het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat raadt het gebruik van de fietshelm aan, met name bij gebruikers van een e-bike. Er zijn tegenwoordig mooie modellen en goedzittende fietshelmen.

Draag je een bril?

Leesbril, varifocus, tv-bril: elke bril is anders en niet elk exemplaar is even geschikt om mee te fietsen. Informeer daarom bij je opticien of je met jouw bril veilig de weg op kunt.

Twee of drie wielen?

Je ziet de driewieler steeds vaker in het straatbeeld. Als je moeite hebt met je evenwicht, houdt een fiets met twee wielen voor of achter je altijd veilig in balans. Houd wel rekening met de extra breedte en controleer of je hem thuis kwijt kunt. Mocht je lichamelijke klachten hebben overleg dan met een ergotherapeut en kijk wat de WMO voor je kan betekenen. De driewieler met ondersteuning is meestal een stuk duurder.

Zien en gezien worden

Goed zicht is essentieel, zowel voor je eigen veiligheid als die van anderen. Zorg daarom voor goed werkende verlichting, maar ook voor kleding met lichte of opvallende kleuren en eventueel reflecterende strepen. Tip: maak regelmatig je lampen en reflectoren schoon.

Spiegeltje aan het stuur

Als je moeite hebt met achterom kijken of daardoor snel je evenwicht verliest, kan een spiegel op het stuur uitkomst bieden. Vooral aan de linkerkant is dat handig, want dan hoef je niet meer over je schouder te kijken. Maar een tweede spiegel aan de rechterkant zorgt ervoor dat je net wat meer zicht naar achteren hebt. Laat je goed adviseren over de spiegel die bij jou past en de juiste plaatsing hiervan.

één been

Je kunt jezelf trainen om beter je evenwicht te bewaren. Bijvoorbeeld door ’s ochtends en ’s avonds tijdens het tandenpoetsen even op één been te gaan staan. Wissel links en rechts af; op die manier train je elke dag om beter je evenwicht te bewaren. Zorg er wel voor dat je niet omvalt, een handgreep in de buurt is aan te bevelen.

Antislip pedalen

Er bestaan speciale pedalen die de kans op het wegslippen van je voeten kleiner maken. Maar wat voor pedalen je ook gebruikt, pas bij voorkeur ook je schoenen aan: met rubberen zolen glijden je voeten veel minder snel van de pedalen dan met leren zolen.

Fiets opnieuw (laten) afstellen

Het kan geen kwaad om je fiets opnieuw af te stellen of dit te laten doen. Bijvoorbeeld door het zadel lager te zetten om op- en afstappen gemakkelijker te maken. Je kunt dan sneller reageren op onverwachte situaties omdat je met je voeten beter bij de grond kunt. En door je stuur in de juiste positie te zetten, kun je eenvoudiger een rechtere fietshouding aannemen.

Oversteken? Afstappen!

Als je een straat moet oversteken, kun je het beste even afstappen. Zeker als je moeite hebt met achterom kijken. Kijk rustig beide kanten op en steek dan pas de straat over, lopend of fietsend.

Zet de ondersteuning uit en schakel tijdig terug
Zeker als je een e-bike hebt met een rotatiesensor, dan is het veiliger om de ondersteuning pas in te schakelen als je goed en wel op het zadel zit. Op die manier voorkom je dat je fiets er tijdens het opstappen opeens door de ondersteuning vandoor gaat.

Verdeel bagage over je fiets

Probeer om zo weinig mogelijk grote en zware spullen mee te nemen op de fiets, zoals boodschappentassen. Doe je dit toch, verdeel de bagage dan zo goed mogelijk over de fiets, bijvoorbeeld door twee fietstassen te gebruiken. Tassen aan je stuur is geen goed idee, een (klein) mandje is dan beter.

Een extra slot en FIETSVERZEKERING niet vergeten

Bij het kopen van een extra fietsslot is het raadzaam rekening te houden met de verzekering. Een extra fietsslot dat erkend en geaccepteerd wordt door uw verzekeringsmaatschappij – zijnde een slot dat (méér dan) voldoende diefstalpreventie biedt – geeft al vanaf de aankoop een geruststellend gevoel.

Een fietsslot voor de verzekering is automatisch een ART-goedgekeurd slot. Voor de verzekeringsmaatschappijen is deze onafhankelijke certificering een handige houvast. Sterker nog, naast ANWB, politie en BOVAG maken ook verzekeraars onderdeel uit van Stichting ART, de instantie voor het testen en certificeren van de sloten (fietssloten, maar ook scootersloten en motorsloten).

Twee sterren ART-fietsslot voor verzekering
Meer informatie over Stichting ART vindt u op onze website over Fietssloten. Samengevat zorgt deze stichting voor uitgebreide testen op de mechanische beveiliging, via een laboratoriumtest én via een zogenoemde aanvalstest. Dit moet bepalen of het betreffende slot in voldoende mate beschermt tegen agressieve methoden van diefstal.

Minimaal ART-2 voor een te verzekeren fiets
Of het slot goed is voor de verzekering, hangt ook af van de soort tweewieler waarvoor het bestemd is. Ofwel, gaat het om de bescherming van de fiets, brommer/scooter of motor? De vijf ART-categorieën hebben hierop betrekking. In het algemeen geldt: hoe hoger het aantal sterren (ART-1 tot en met ART-5), hoe groter de preventieve waarde tegen diefstal, waarbij voor een motor al gauw ART-5 vereist is.

Fietsverzekering
De opmars van e-bikes (elektrische fietsen) is ook de fietsverzekeraars niet ontgaan. De meeste verzekeringsmaatschappijen hebben dan ook een speciale e-bikeverzekering. De premies zitten de laatste jaren flink in de lift.
Let er wel op bij een fietsverzekering over wat hun voorwaarden zijn voor de accu. Daar zitten meestal andere voorwaarden aan vast. Elke verzekering gaat hier anders mee om. Ook het eigen risico is iets om rekening mee te houden.
Het laatste wapen van de fietsbranche – inclusief de fietsverzekeraars – is track & trace. Steeds meer elektrische fietsen zijn uitgerust met een chip voor track & trace en gps-verbinding, waardoor nu 2/3 van het aantal gestolen e-bikes wordt teruggevonden. De verzekeraars verwachten dat dit er in de toekomst nog meer worden.

Bronnen: o.a. Fietsen123.nl, ANWB, Fietsslot.nl en Consumentenbond. Foto: pxhere.com.

Acht jaar wandelgroep

Op vrijdag 4 maart jl. hebben wij ons 8-jarig bestaan gevierd in Het Kristal. Begonnen werd om 10.00 uur met een toast op 8 jaar aan de wandel. Daarna zoals we gewend zijn onze wandeling. Na terugkomst was er uiteraard koffie of thee beschikbaar. Tegen 11.30 uur werden er door bakkerij Toet warme saucijzenbroodjes gebracht. Aan het eind van de ochtend was er voor iedereen nog een voorjaarsgroet om mee te nemen.

Voorafgaand aan de toast was er nog een korte toespraak.

Acht jaar Wandelgroep Het Kristal

Wat in maart 2014 begonnen is vanuit Accres/Sportstimulering is uitgegroeid tot wat het nu is, een groep die nog steeds met veel plezier wandelt. Geen verplichtingen, maar gewoon gezellig, maar vooral sociaal, samen aan de wandel.

Maar ook willen we vandaag even stilstaan bij de wandelaars die ons in een jaar tijd zijn ontvallen. We denken daarbij aan Max Horn, Cor Bloemendaal en recent nog Wilma Nikkels.

We bestaan dan wel acht jaar, maar de wandelaars van de eerste twee jaar zijn nu wel 7 of 8 jaar ouder. We kunnen gerust zeggen dat we een groep ‘oude knarren’ beginnen te worden. Dit bedoel ik dan wel positief! Het gaat bij ons allemaal niet altijd gemakkelijk en we hebben allemaal wel eens last van PHPD (pijntje-hier-pijntje-daar). Een aantal van ons heeft soms moeite met op gang komen. Allemaal wel bekend. Maar toch altijd weer blij en gelukkig dat we hebben meegewandeld.

Acht jaar en… niet vergeten de corona-periode overwonnen. In een aantal perioden weken, zelfs maanden, niet mogen wandelen. Acht jaar, waarin als we wel mochten wandelen, maar weinig uitval hadden door het tegenvallende weer. Zover ik heb kunnen nagaan was dit hooguit één keer per jaar, maar meestal was er dan wel koffie of thee in de brasserie, de volkstuinen, weer de brasserie en nu in onze huiskamer en nu door onze vrijwilligers mogelijk gemaakt.

Deze vrijwilligers zorgen er ook voor dat we na 8 jaar nog steeds kunnen wandelen, activiteiten houden en dat we dit allemaal samen mogelijk hebben gemaakt. Ieder op zijn of haar manier, een kortere of langere tijd. 

Vrijwilligers en wandelaars bedankt voor jullie inzet en vertrouwen. Samen gaan we door. Zoals we bij het 5-jarig jubileum zeiden: op naar de TIEN.

Proost op onze gezondheid.

Acht jaar nu ook op fotovideo

Voor de deelnemers van de wandelgroep is nu ook een complete fotovideo te zien via onze afgeschermd gedeelte op onze website via Foto’s & video’s.

Lentekriebels delen met je kleinkind

De lente komt er weer aan! De bloemetjes gaan bloeien, het wordt weer mooier. Ondanks de kou voel je de lentekriebels al en die wil je graag delen met je kleinkind. Op de website van Opa en Oma staat hoe je optimaal gebruik kan maken van dat gevoel.

Het wordt weer lente! Weg met die ijskoud en op naar de zon. De bloemen gaan weer volop bloeien en de temperatuur wordt weer wat aangenamer. De perfecte tijd om samen het een en ander te ondernemen en volop te genieten van die lentekriebels.

Verder lezen?

Valentijnsdag

Valentijnsdag wordt gevierd op 14 februari. Paus Gelasius I riep in 496 14 februari uit tot de dag van de Heilige Valentijn.

Valentijnsdag valt samen met de feestdag van twee christelijke martelaren met de naam Valentinus. De gewoonten die met de dag in verband staan hebben echter niets van doen met het leven van deze heiligen. Er bestaan verschillende heilige martelaren met de naam Sint-Valentijn. Eén was priester in Rome, een ander was bisschop van Terni. Beiden werden in de 3e eeuw ter dood gebracht. Mogelijk gaat het hier om dezelfde persoon. Over Sint-Valentijn is geen enkel biografisch gegeven bekend.

In de 18e eeuw werd geopperd dat het Valentijnsfeest op 14 februari is ingesteld om de oude Lupercalia, een Romeins (en wellicht nog ouder) vruchtbaarheidsfeest, te vervangen. Lupercalia werd op 15 februari gevierd ter ere van Juno, de Romeinse beschermgodin van de vrouw en het huwelijk, en Pan, de god van de natuur. Voor de Romeinen was dit destijds een belangrijk feest. Volgens het verhaal werden de namen van ongehuwde jonge vrouwen in een grote kom gegooid. Ongehuwde mannen mochten dan om de beurt een naam trekken. Tijdens het feest waren de twee jonge mensen die aan elkaar gekoppeld werden elkaars partner. In 496 verbood paus Gelasius dit heidense feest. Er is echter geen verband tussen de afschaffing van de Lupercalia en het ontstaan van de Valentijnsdag.

Legenden over Valentijn komen voor in de Legenda aurea, maar het Valentijnsfeest van de romantische liefde, zoals dat tegenwoordig gevierd wordt, dankt zijn ontstaan aan Geoffrey Chaucer, die in zijn gedicht Parliament of Fowls (1380-1382) deze versregels schreef:

For this was on seynt Volantynys day
Whan euery bryd comyth there to chese his make
‘Want dit was op Sint-Valentijnsdag
Als elke vogel daar zijn maatje komt kiezen’

De bovenstaande teksten staan vermeld op Wikipedia over het ontstaan van Valentijnsdag. Maar volgens de website Historiek valt er nog wel wat op aan te merken en toe te voegen. Hier is het volgende te lezen over Valentijn.

De geschiedenis van Valentijnsdag

Geen eenvoudige vraag om te beantwoorden. Je zou kunnen zeggen dat Valentijnsdag een versmelting is van christelijke, Romeinse, Germaanse en tegenwoordig ook nationale tradities.

Maar er is vooral veel onduidelijk over de herkomst van het feest. Niet eens zeker is naar welke Valentijn het feest is vernoemd. Wel duidelijk is dat paus Gelasius in het jaar 496 de veertiende februari uitriep tot de dag van de heilige Valentijn. Maar welke Valentijn? Er is geen enkel biografisch document over hem. En er zijn verschillende (onduidelijke en onbewijsbare) verhalen.

Een veelgehoord verhaal draait om een Romeinse priester die omkwam tijdens de christenvervolgingen onder keizer Claudius II Gothicus (268-270). De priester zou geweigerd hebben zijn geloof op te geven. In plaats daarvan probeerde hij de keizer zelfs te bekeren. Deze Valentijn stierf uiteindelijk als martelaar. Kort voor zijn executie zou hij nog wel een wonder hebben verricht door de blinde dochter van zijn cipier te helen. Handig want dan kon hij tenminste heilig verklaard worden. Zonder wonder, geen heilige is bij het Vaticaan immers de regel.

Ook wordt vaak een bisschop uit Terni genoemd. Hij werd in 273 onthoofd tijdens de christenvervolgingen van Keizer Aurelianus. Over hem is ook nauwelijks wat bekend. Niet uitgesloten wordt dat het om dezelfde persoon gaat.

Romeins vruchtbaarheidsfeest

Sinds de achttiende eeuw wordt ook wel eens gezegd dat het Vaticaan de feestdag van de heilige Valentijn invoerde ter vervanging van de zogenaamde Lupercalia. Dit was een oud vruchtbaarheidsfeest ter ere van de Romeinse god Lupercus (of Faunus). Het oude feest was behoorlijk populair, ook bij de christenen, en paus Gelasius I wilde daar – zo wil het verhaal – een einde aan maken. Hij besloot daarom rond dezelfde dag een nieuw, verantwoord feest in te voeren. Een feest ter ere van de heilige Valentijn. Voor dat laatste is echter geen enkel bewijs. De paus schreef wel een lange brief waarin hij de gelovigen het vieren van de Lupercalia verbood. Maar in die brief werd helemaal geen Valentinus genoemd. Er is daarmee geen bewijs voor een verband tussen het Romeinse en het christelijke feest.

Mythen en onduidelijkheid

Om een link te creëren tussen een historische ‘Sint Valentijn’ – van wie we dus niet precies weten wie dat was – en de liefdestradities van 14 februari, ontstonden er rond 1900 verschillende mythen en legendes. De heilige Valentijn zou, al dan niet met bloemen, stelletjes tot elkaar hebben gebracht en huwelijken hebben gesloten. Erg overtuigend was dit allemaal niet en omdat Sint Valentijn uiteindelijk vooral met onduidelijkheid werd geassocieerd, besloot de katholieke kerk in 1969 om 14 februari niet langer meer als zijn naamdag te vieren.

Kaarten en cadeaus

Vroeger was Valentijnsdag vooral een feest waarbij kaarten naar geliefden werden gestuurd. Tegenwoordig draait het steeds meer om cadeaus. De oudste Valentijnskaart die nog bestaat is gemaakt rond het jaar 1400 en is te vinden in het British Museum. In Engeland werd de afgelopen decennia sowieso het meest aan Valentijnsdag gedaan.

Oorspronkelijk werden de kaarten (of bijvoorbeeld rozen) meestal anoniem gestuurd. Tegenwoordig zetten veel mensen hun naam gewoon op de kaarten.

In Nederland is het feest nog betrekkelijk nieuw. Pas halverwege de jaren negentig kreeg Valentijnsdag hier voet aan de grond. Voor die tijd probeerde met name de middenstand het feest al aan de man en vrouw te brengen, maar dat was nog geen doorslaand succes.

Na de Tweede Wereldoorlog leefde de Nederlandse bloemensector op. En de bloemisten merkten dat er rond 14 februari goede zaken werden gedaan met het buitenland. Ze probeerden het ook in Nederland zover te krijgen dat geliefden elkaar een bloemetje zouden geven.

In 1951 kregen alle inwoners van Leeuwarden een strooibiljet. Daarop stond dat Sint Valentijn een monnik was die rond 250 na Christus bloemen gaf om iemand te troosten of paartjes gelukkig te maken. De boodschap was dat de daad van de monnik navolging verdiende. De Leeuwarder Courant vroeg de bloemisten wat later of de actie geslaagd was en kreeg een helder antwoord: ‘De Friezen zijn te nuchter. Ze lopen niet zo snel warm’.

De Nederlandse bloemisterij gaf niet op. In de jaren zeventig haalde ze met het uitdelen van bloemen herhaaldelijk de krant.
In 1974 kregen alle vrouwelijke Kamerleden bijvoorbeeld een bloemetje. Twee jaar later waren de wegenwachters de gelukkigen en in 1979 werden de chauffeurs in het openbaar vervoer met een bloemetje in het zonnetje gezet.

Lokaal kreeg dit wel wat navolging, maar echte populariteit bleef uit. In 1981 was er maar één drukkerij in Nederland die Valentijnskaarten drukte, slechts 25.000 stuks per jaar.

Begin jaren negentig werd hier nog nauwelijks iets aan het feest gedaan. Het waren uiteindelijk niet de bloemisten maar de kranten die ervoor zorgden dat het feest een succes werd. In 1990 boden enkele kranten de mogelijkheid om in een speciale Valentijnsrubriek berichten te plaatsen. Het bleek een groot succes. Een jaar later werden er rond 14 februari meer dan twee miljoen kaartjes en pakketten verzonden. Dat het feest juist in deze periode doorbrak heeft mogelijk te maken met het feit dat de welvaart vanaf het eind van de jaren tachtig flink toenam.

Synchroon met de opkomst van het feest kwam er ook kritiek: Valentijnsdag zou vooral een materialistisch feest zijn, bedacht door winkeliers.

Dit laatste is eigenlijk helemaal waar. Het is een commercieel dagje geworden waar het vooral gaat om steeds mooiere (en vooral duurdere) cadeaus. Het gaat hierbij vooral voorbij aan het doel van de dag. Aandacht voor elkaar, lief zijn voor elkaar, er zijn voor de medemens. Dat er dan ook een klein beetje (heimelijke) liefde bij komt, is toch mooi meegenomen. Is er op deze dag nog een stille aanbidder, mooi toch?……

Bronnen: Wikipedia en Historiek

Steeds verder in sociaal isolement?

Het leven in de huidige tijd lijkt of mensen steeds verder in een sociaal isolement komen. Steeds minder sociale contacten versterken het gevoel van eenzaamheid, al is dat niet hetzelfde.

Boodschappen doen we bijna niet meer zelf en worden gewoon thuisbezorgd. We bestellen steeds meer online en de pakketdiensten rijden af en aan door de straat. Een praatje in de supermarkt of bij de kassa doen we steeds minder; zelf-scannen wil de supermarkt zo graag promoten. Scheelt weer personeel. De sociale functie van de buurtwinkel is al tientallen jaren verdwenen. Alles wat we tegenwoordig sociaal actief noemen, gebeurt vaak op de smart-phone. Digitale vrienden, niet meer te tellen! Dit laatste heeft niets te maken met het sociale leven waar we niet buiten kunnen.

Maar wat is sociaal isolement? 

We spreken van sociaal isolement wanneer iemand weinig of geen (betekenisvolle, ondersteunende) contacten heeft. Iemand staat alleen. Het is een situatie waarin een persoon of een kleine groep personen afgezonderd leeft van anderen. Het isolement kan zowel van de persoon zelf uitgaan of door de omgeving zijn opgelegd. Het heersende beeld dat men heeft bij iemand in een sociaal isolement, is dat van een oudere of iemand die ernstig contact gestoord is. Hoewel het risico om geïsoleerd te raken toeneemt naarmate je ouder wordt, komt sociaal isolement voor onder elke leeftijdscategorie. Bovendien spelen er in het leven van een geïsoleerd persoon meestal meerdere persoonlijke problemen, zoals gezondheidsproblemen of financiële problemen. 

Sociaal isolement is anders dan eenzaamheid. Sociaal isolement is niet hetzelfde als eenzaamheid. Het kan wel samenvallen. Sociaal isolement is een situatie; eenzaamheid is een gevoel. Eenzaamheid is je niet verbonden voelen. Je mist een hechte, emotionele band met anderen. Of je hebt minder contact met andere mensen dan je wenst. Eenzaamheid is een persoonlijke ervaring. Veelal is het een verborgen probleem. Anderen kunnen moeilijk van buitenaf zien of je je eenzaam voelt.

Bij sociaal isolement ontbreekt het mensen aan een ondersteunend netwerk van familie, vrienden en bekenden. Ze missen de persoonlijke relaties waar zij op terug kunnen vallen wanneer ze steun nodig hebben. Het gaat dan om praktische, emotionele of gezelschapssteun.

Mensen die er niet in slagen om een ondersteunend netwerk op te bouwen en te benutten, zijn kwetsbaarder dan mensen die over een goed functionerend netwerk beschikken. Wie sociaal geïsoleerd is, staat er bij problemen en tegenslagen alleen voor of is aangewezen op professionele ondersteuning.

Verlangen naar vroeger?

We kennen als senioren allemaal wel de tijd van vroeger. De SRV-wagen, bakker of groenteboer aan de deur, zelf buiten de ramen lappen, stoepje schrobben, noem zelf maar op. Dat waren uitgesproken plekken om sociale contacten te hebben. Nu kan iemand dagen dood in zijn eigen huis liggen, voordat iemand dit ook maar door heeft. In wat voor tijd leven we nu? We kennen soms de eigen buren niet. Voorstellen door een nieuwe bewoner naast je, komt bijna niet meer voor.

Vroeger was het leven een stuk eenvoudiger. Er waren weliswaar minder mogelijkheden, maar ook minder prestatiedruk, eenzaamheid en materialisme. Het leven was een stuk stabieler en overzichtelijker.

Na decennia van steeds meer consumeren en verbruiken, is er nu een nieuwe beweging gaande waarbij men probeert zelfvoorzienend te leven. Of nou ja, nieuw? Eigenlijk is het een roep om weer terug te gaan in de tijd. Een simpel en eenvoudig leven zonder onnodige luxe en waarin je weet waar de producten die je gebruikt vandaan komen.

Je kunt er zelf wat aan doen

Eenzaamheid en leven in een sociaal isolement zijn grote problemen in de huidige maatschappij. Veel mensen hebben moeite om hun sociale leven op de rit te krijgen en contact te maken met andere mensen. Er kan op verschillende manieren aan dit probleem gewerkt worden.

Probeer een hobby of een sport te vinden die je in teamverband kunt uitoefenen. Sluit je aan bij een vereniging of sportclub en oefen je hobby of sport regelmatig binnen deze groep mensen uit. Zonder dat het veel moeite kost en je dingen moet gaan forceren, zul je contact leggen met andere mensen (en zij met jou) en op den duur zul je er misschien ook vrienden aan overhouden. Hier zitten vaak wel financiële verplichtingen aan en niet iedereen kan zicht dit veroorloven.

Wandelen is de goedkoopste sport en kan direct vanaf huis beoefend worden, gezond voor ons allemaal. Of neem een hond en de contacten komen meestal vanzelf bij het uitlaten.
Ga naar buiten, maak eens een praatje, nodig iemand eens uit voor een kopje koffie of thee, wacht niet tot ze jouw uitnodigen! 

Een andere mogelijkheid is om aan vrijwilligerswerk te doen en daarmee mensen te helpen die het misschien minder hebben dan jij. Kijk eens wat jouw gemeente voor mogelijkheden aanbiedt of bij De Kap.

Gelukkig hebben wij ook nog onze enthousiaste wandelgroep. Een groep die het sociale contact hoog in het vaandel heeft. Lekker samen wandelen, genieten van de kleine dingen om je heen, onderweg praten met andere mensen. Alles gewoon in je eigen tempo. Na afloop nog even napraten bij een lekker bakkie koffie of thee. Ongedwongen en aandacht voor de medemens. Al bijna 8 jaar aan de wandel met hulp van een groep vrijwilligers maken we dit waar, geheel vrijblijvend meewandelen en zonder deelname-kosten. Het kan nog in deze maatschappij!

Zijn pitten en zaden gezonde verrijkers of dikmakers?

Op de website van Gezondheidsnet is een aardig artikel te leen over voor- en nadelen bij het gebruik van zaden en pitten.
Van lijnzaad tot pompoenpitten en cacao nibs: keuze genoeg voor wie zijn yoghurt, boterham, salade of smoothie wil verrijken met pitten en zaden. Maar voegen deze – vaak best wel prijzige – ingrediënten ook echt wat toe of leveren ze alleen maar overbodige calorieën? Zes populaire soorten tegen het licht.

Zaden en pitten zijn de verborgen schatten van gezonde voeding. Ze zijn ontzettend rijk aan eiwitten en zitten bomvol antioxidanten, vitaminen, mineralen en omega-3 vetten. Zowel pitten als zaden bevatten meer en betere voedingsstoffen dan noten. Dagelijks een handje door uw eten of gewoon tussendoor als snack hebben ze een uitstekend effect op uw gezondheid, zowel lichamelijk als geestelijk. Daarnaast geven pitten en zaden u snel een vol gevoel, omdat ze langzaam verteerd worden. Goed kauwen is daarbij belangrijk.

Verder lezen?

Wil je nog meer informatie over pitten en zaden. Neem dan eens een kijkje op de website van Gezond’r. Het is een website over gezondheid en welzijn, met een frisse blik en kritische houding. Op deze website vind je kennis over gezond leven, gezondheidsklachten, allerhande kwalen, afslanken, diëten, lichaamsbeweging, lichamelijke verzorging en gezondheidsbevorderende en -ondersteunende producten. Gezond’r verkoopt niets en de informatie die op hun website wordt verstrekt, is dan ook volkomen onafhankelijk.