Vaderdag 2026

De geschiedenis van Vaderdag is eigenlijk een interessante mix van maatschappelijke veranderingen, religieuze tradities en commerciële belangen. Het valt dit jaar op zondag 21 juni.

Vaderdag ontstond aan het begin van de 20e eeuw in de Verenigde Staten. De belangrijkste persoon achter het initiatief was Sonora Smart Dodd uit de stad Spokane. Sonora werd opgevoed door haar vader, William Jackson Smart, een veteraan uit de Amerikaanse Burgeroorlog. Nadat zijn vrouw was overleden, voedde hij alleen zes kinderen op. Toen Sonora in 1909 een kerkdienst bijwoonde ter ere van Moederdag, vroeg zij zich af waarom er geen vergelijkbare dag bestond om vaders te eren.

Op haar initiatief werd op 19 juni 1910 in Spokane de eerste officiële Vaderdag gehouden. Het idee sloeg langzaam aan. Veel Amerikanen vonden het aanvankelijk wat vreemd om een speciale feestdag voor vaders te hebben, en sommigen zagen het als een commerciële truc.

Pas tientallen jaren later kreeg Vaderdag nationale erkenning. In 1972 maakte president Richard Nixon Vaderdag officieel tot een nationale feestdag in de Verenigde Staten, te vieren op de derde zondag van juni.

De periode rond 1900 was een tijd waarin het gezinsleven veranderde. Door industrialisatie werkten steeds meer mensen buitenshuis. Tegelijkertijd ontstond er meer aandacht voor opvoeding en de rol van ouders.

Moederdag was al populair geworden en veel mensen vonden dat ook vaders erkenning verdienden. Vaderdag was dus deels een reactie op het succes van Moederdag en deels een uitdrukking van het groeiende belang dat men hechtte aan het gezin.

In Nederland kwam Vaderdag niet direct voort uit een maatschappelijke beweging, maar vooral uit commerciële initiatieven.

In 1936 introduceerden Nederlandse sigarenwinkeliers een speciale dag voor vaders. De gedachte was eenvoudig: vaders rookten vaak sigaren en een speciale dag zou de verkoop stimuleren. Daarom werd de dag aanvankelijk in oktober gehouden en stond hij informeel bekend als “Vaderdag-Sigarendag”.

Na de Tweede Wereldoorlog zagen ook andere branches kansen. Vooral de herenmodewinkels wilden een eigen cadeaudag voor vaders. In 1948 werd daarom besloten Vaderdag voortaan op de derde zondag van juni te vieren, net als in de Verenigde Staten en veel andere landen.

Vanaf de jaren vijftig werd Vaderdag steeds populairder. Scholen en kleuterscholen gingen knutselwerkjes maken, kinderen spaarden voor een cadeautje en ontbijten op bed werd een vaste traditie.

Sommige historici wijzen erop dat er al veel eerder tradities bestonden om vaders of vaderfiguren te eren. In katholieke landen werd bijvoorbeeld op 19 maart de feestdag van Jozef van Nazareth gevierd. Omdat Jozef gold als het voorbeeld van een zorgzame vader, wordt die dag in landen als Spanje, Italië en Portugal nog steeds als Vaderdag gevierd.

De moderne Vaderdag is dus niet rechtstreeks uit deze religieuze traditie ontstaan, maar het idee om vaders speciaal te waarderen bestond al langer.

Tegenwoordig draait Vaderdag voor de meeste mensen minder om cadeaus en meer om waardering. Het is een moment om stil te staan bij de rol die vaders, stiefvaders, grootvaders of andere vaderfiguren spelen in het leven van kinderen.

Dat neemt niet weg dat winkels er nog steeds goed aan verdienen. Vaderdag behoort, samen met Moederdag, tot de belangrijkste commerciële feestdagen van het jaar. De combinatie van oprechte waardering én commerciële belangen is eigenlijk vanaf het begin een onderdeel van de geschiedenis van Vaderdag geweest.

Leuk detail: hoewel Vaderdag tegenwoordig heel vanzelfsprekend lijkt, is het eigenlijk veel jonger dan veel traditionele feestdagen. Waar feestdagen als Kerstmis, Pasen of Sinterklaas eeuwenoude wortels hebben, is Vaderdag pas iets meer dan honderd jaar oud.

En de Nederlandse geschiedenis ervan is best typisch: eerst een eerbetoon aan vaders, vervolgens opgepakt door sigarenwinkeliers, daarna door de herenmodebranche, en uiteindelijk uitgegroeid tot een dag waarop kinderen vooral knutselwerkjes maken en vaders ontbijt op bed krijgen.

Eerste telefoongesprek in 1876

Dit jaar is het 150 jaar geleden dat in Amerika het eerste telefoongesprek werd gevoerd. Maar de telefoon werd in 1860 al uitgevonden. De geschiedenis van de telefoon begint bij de Duitse Johann Phillip Reiss. In 1860 ontdekt hij de telefoon. Hij overlijdt echter al op veertigjarige leeftijd. De Italiaan Antoni Meucci vindt de telefoon daarna opnieuw uit. Wegens geldgebrek kan hij in 1871 geen patent aanvragen. De Schots-Amerikaanse uitvinder Alexander Graham Bell verbetert de uitvinding. In 1876 gaat hij er met het patent, en de roem, vandoor.

Het eerste telefoongesprek vindt in Boston plaats. Op Op 10 maart 1876 – kort nadat Alexander Graham Bell het patent op de telefoon in handen kreeg – werd het eerste telefoongesprek gevoerd. Bell sprak met zijn assistent Thomas Watson, en vroeg hem: ‘Mr. Watson, come here. I want to see you’. Reis bedacht het woord ‘telefoon’, maar Bell wist met zijn vastgelegde patent de technologie te verspreiden. Een jaar later richt hij de Bell Telephone Company op. Dit is de basis voor het moderne telefoniesysteem. Volgens sommigen hebben we het woord bellen aan zijn naam te danken. Waarschijnlijker is dat het woord is afgeleid van de telefoonbel: het geluid van de telefoon als die overgaat.

Voordat de telefoon er kwam, was het al mogelijk om gecodeerde berichten over lange afstanden door te seinen via een telegraaf. Bellen zoals we dat nu kennen was nog niet mogelijk, al hing de uitvinding van de telefoon in de lucht. Meerdere mensen waren met de techniek bezig. Aan het begin van 1876 was tussen uitvinders zelfs een heuse strijd om het patent gaande.

Wie is de échte uitvinder?
Bell was concurrent Elisha Gray slechts een paar uur voor met het indienen van zijn patent. Maar zelfs na 150 jaar wordt nog betwist wie de telefoon nu écht heeft uitgevonden. De Schot zou er namelijk een handje van hebben gehad ideeën van anderen te gebruiken voor zijn eigen uitvinding.
Hij voerde daarover in de loop der jaren honderden rechtszaken, die hij allemaal won. Concurrent Gray was een van degenen die naar de rechter waren gestapt. Hij vond dat het ontwerp van Bell wel héél erg leek op dat van hem.

Ook de Italiaan Antonio Meucci wordt veel genoemd als de échte uitvinder van de telefoon. Hij zou in 1860 al een demonstratie hebben gegeven van zijn ’teletrofono’. Maar door financiële problemen lukte het hem niet zijn uitvinding in een patent vast te leggen. Bell, die toegang had tot het lab en materialen van Meucci, zou daarvan hebben geprofiteerd.
Meucci kreeg in 2002 overigens alsnog erkenning voor zijn werk in het Amerikaanse Congres. Al blijft het patent van Bell staan. Niemand zal ooit weten of de telefoon ook zo’n succes zou zijn geworden als Meucci het patent had verkregen.

Op 1 juni 1881 opent de Nederlandsche Bell-Telephoon Maatschappij (NBTM) in Amsterdam het eerste telefoonnet van Nederland. Dat is op de zolder van Sociëteit de Groote Club op de Dam. Telefoniste mejuffrouw M. Scholten voert het eerste telefoongesprek met de woorden: ‘Ik verbind u door’. Er zijn 49 aansluitingen. Minstens honderd bedrijven en personen staan op de wachtlijst. Telefoonnummers hebben twee of drie cijfers.

De eerste telefoontoestellen zijn vrij groot en van hout. Meestal hangen ze aan de wand. Het toestel heeft een slinger. Door eraan te draaien, gaat de bel over bij de telefoniste van de telefooncentrale. De beller zegt met wie hij wil spreken en de telefoniste maakt handmatig de verbinding. Op een schakelpaneel steekt ze een kabel met stekker in de aansluiting van de persoon die de beller wil spreken.

In deze periode worden telefoons van (plaat)staal gemaakt. In 1925 wordt in Haarlem de eerste automatische telefooncentrale van Nederland in gebruik genomen. Voortaan kunnen bellers met een kiesschijf zelf een verbinding maken. In 1928 krijgt het Rijk het alleenrecht op het aanleggen van huistelefooninstallaties. Het is het ontstaan van de PTT: het Staatbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie. Vanaf de jaren dertig verschijnen telefoons van bakeliet. Het is een nieuw materiaal dat makkelijk in veel vormen is te persen.

1931: eerste telefooncel op straat
Het Amsterdamse Valeriusplein krijgt in 1931 de eerste telefooncel. Het is een automatisch munttoestel op straat waar je lokaal mee kunt bellen. Deze telefooncel lijkt een beetje op de bekende Engelse rode telefooncel maar dan in de kleur beige. In 1932 ontwerpt Leendert van der Vlugt de standaard grijze telefooncel: de Rijkstelefooncel. Dit model zal ruim 50 jaar deel uitmaken van het straatbeeld.

Na de Tweede Wereldoorlog begint het tijdperk van de standaardisatie van telefonie. Er is een enorme vraag naar telefoonaansluitingen en -toestellen. De wachttijden lopen op tot driekwart jaar. Om de belasting van het telefoonnetwerk binnen de perken te houden, wordt de abonnee dringend verzocht de gesprekken kort te houden!

Rond 1960 verschijnen de eerste plastic telefoons. De PTT introduceert de T65. De T staat voor tafeltoestel, 65 voor het jaar waarin het toestel op de markt kwam (1965). Voor veel mensen is dit hun eerste telefoon. In de jaren zeventig en tachtig belt zowat heel Nederland ermee. Begin jaren ’70 verhuist de telefoon van de gang naar de woonkamer. En daar hoort een fraaie kleur bij. De T65 is voortaan ook verkrijgbaar in rood, groen, blauw, wit en oranje.

Rond deze tijd worden computergestuurde centrales in gebruik genomen. In 1974 verschijnt de eerste telefoon met druktoetsen. Dat gaat sneller dan met een kiesschijf en zorgt voor minder fouten. Om te voorkomen dat mensen die erg handig zijn met een rekenmachine de toetsen te snel intoetsen, is de indeling anders dan op een rekenmachine. De telefooncentrale zou overbelast kunnen raken!

Met de komst van computerchips vanaf de jaren 80 krijgt de telefoon meer mogelijkheden. Je kunt bijvoorbeeld nummers opslaan. Of het laatstgekozen nummer herhalen door toets 1 in te drukken. In 1980 gaat autotelefonie in Nederland van start. Het eerste model is zo groot dat de zendontvanger achter in de auto wordt gemonteerd. In 1986 verschijnt de Nokia Carvox 2453 in Nederland. Dit model kun je, inclusief accu, aan een riem over je schouder dragen. In 1990 komen de eerste handzame mobiele telefoons in Nederland. De telefoon raakt los van de draad.

1989: PTT wordt KPN
Op 1 januari 1989 gaat het Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie (PTT) verder als zelfstandige onderneming. Voortaan heet het Koninklijke PTT Nederland NV (KPN).

1992: Greenhopper (Kermit)
In 1992 lanceert PTT Telecom Greenpoint. Dit is een netwerk met 5.000 contactpunten, waar je bij onder meer postkantoren en tankstations kunt bellen. Je hebt er een speciale telefoon voor nodig: de Greenhopper. Het toestel heeft ook de naam Kermit, naar de kikker van The Muppet Show. Het is een voordelig alternatief voor het dure autotelefoonnetwerk.

1994: Gsm-netwerk
In 1994 gaat het eerste gsm-netwerk in Nederland van start. Voortaan zijn bellers altijd en overal bereikbaar. De eerste, echte mobiele gsm-telefoons waarmee PTT Telecom de markt opgaat, zijn toestellen zoals de Motorola MicroTAC. Ook wel bekend als de fliptelefoon, vanwege het klepje dat je over het toetsenbord kunt klappen.

Doordat steeds meer huishoudens een eigen telefoon in huis kregen, dreigde in 1995 het aantal telefoonnummers op te raken. Daarom werden in een landelijke omnummeringsactie alle bestaande vaste telefoonnummers vervangen door een tiencijferig telefoonnummer. Iedereen kreeg een omnummerboekje in huis om te zien wat de nieuwe nummers waren.

Dat heette Operatie Decibel, een belangrijke en ingrijpende gebeurtenis, volgens Rex Leijenaar van Autoriteit Consument en Markt (ACM). De toezichthouder beheert de nationale telefoonnummervoorraad en publiceert regelmatig de telecommonitor. Daaruit bleek dat zo’n tien jaar geleden nog ruim zeven miljoen huishoudens een vaste telefoonaansluiting hadden. Nu zijn het er nog maar 3,8 miljoen.

De Pocketline Swing van 1998 is voor velen hun eerste mobiel. Het is een robuust toestel, met een schuifklepje en uitschuifbare antenne. Het is verkrijgbaar in vrolijke kleurtjes. In 1998 zijn er 3 miljoen mobiele aansluitingen.

Op dit moment zijn er 26 miljoen mobiele aansluitingen in Nederland in gebruik en zijn er nog 6,8 miljoen mobiele nummers beschikbaar. Een nieuwe Operatie Decibel lijkt dus voorlopig niet aan de orde.

In 2007 kwam Apple met de iPhone, een ‘smartphone’ zonder toetsenbord, maar mét touchscreen. Daarmee werd de moderne smartphone zoals we die nu kennen geboren; een complete computer in zakformaat. Het was een daverend succes. In Nederland moeten we nog een jaartje wachten. Maar vanaf 2008 kan iedereen beschikken over deze mobiele computer, waarmee je óók kunt bellen. Deze smartphone zorgt voor een ware revolutie. Je gebruikt hem voor e-mail, muziek luisteren, social media, internetbankieren en nog veel meer. Je kunt hem ook koppelen aan een smartwatch die vanaf 2013 doorbreekt. In 2025 betalen mensen aan de kassa vaker met hun smartphone of smartwatch dan met hun bankpas.

Door technologische innovaties worden smartphones steeds slimmer, efficiënter, veiliger en duurzamer. Ze worden dunner en kleiner, de schermen uitklapbaar of oprolbaar en de batterijduur langer. Slimme software en kunstmatige intelligentie (AI) zorgen voor supersnel draadloos internet voor meerdere apparaten tegelijkertijd. Het aantal toepassingen blijft toenemen.

Bronnen: kpn.com; nos.nl; nu.nl; speld.nl; dutchcowboys.nl; umu.nl

Welke generaties zijn er?

Je hoort de verschillende termen vast weleens voorbij komen: boomer, millenial of Gen-Z. Maar wie hoort waar nu bij? Iedere generatie heeft zijn eigen kenmerken. Zo hebben de millenials een goede werk-privé balans en snappen de boomers daar niks van: die vinden dat je gerust overuren kunt maken. Welke generaties zijn er allemaal en hoe kenmerken zij zich? Welke groep hoort bij welke leeftijd? Wij zetten de generaties voor je op een rij. Bij welke generatie hoor jij? Wij zetten alle generaties op een rij en beginnen bij 1946.

De babyboomgeneratie groeit op in de periode direct na de Tweede Wereldoorlog, wanneer Nederland zich opnieuw opbouwt en de welvaart snel stijgt. Er worden veel kinderen geboren, het onderwijs breidt zich sterk uit en steeds meer gezinnen krijgen toegang tot nieuwe voorzieningen. Dit is de tijd waarin televisie zijn intrede doet, jongeren meer vrijheden krijgen en de maatschappij in hoog tempo verandert. Door de groeiende welvaart en maatschappelijke kansen ontwikkelt deze generatie een optimistische en vooruitstrevende blik. Als babyboomer hecht u vaak waarde aan stabiliteit, betrouwbaarheid en hard werken.

Generatie X groeit op nadat de grote babyboom voorbij was, in een tijd met economische onzekerheid, hogere werkloosheid en veranderende gezinssituaties. Daardoor staan ze vaak bekend als zelfstandig, nuchter en gewend om zichzelf te redden. Deze generatie maakt belangrijke technologische en maatschappelijke veranderingen mee: van het ontstaan van computers tot het begin van globalisering. Veel mensen uit Generatie X hebben zowel analoge als digitale werelden bewust ervaren. Ze worden daardoor vaak gezien als de verbinding tussen oudere en jongere generaties.

Millennials groeien op in een periode waarin de wereld heel snel verandert door technologische vooruitgang. Ze maken als eersten de overstap mee van een grotendeels analoge jeugd naar een digitale wereld. Daardoor ontwikkelen ze sterke digitale vaardigheden, maar hebben ze ook herinneringen aan een tijd zonder smartphones of sociale media. Deze combinatie maakt hen flexibel en vaardig in zowel traditionele als moderne vormen van communicatie. Deze generatie hecht veel waarde aan persoonlijke ontwikkeling. Ze zijn opgegroeid met het idee dat we onze talenten moeten benutten, ons eigen pad mogen kiezen en dat werk meer is dan alleen inkomen. Daarom zoeken veel millennials naar functies die betekenisvol zijn, waarin ze impact kunnen maken en waar ruimte is om te groeien.

Generatie Z groeit volledig op in een tijdperk waarin digitale technologie de normaalste zaak van de wereld is. Smartphones, snelle internetverbindingen en sociale media zijn al vanaf jonge leeftijd aanwezig, waardoor deze generatie gewend is om informatie direct te vinden en constant met de wereld verbonden te zijn. Door deze digitale omgeving ontwikkelen ze een sterke online vaardigheid en een goed gevoel voor beeld, taal en trends. Daarnaast is Generatie Z wereldwijd georiënteerd. Via internet komen ze al vroeg in aanraking met verschillende culturen, leefstijlen en meningen. Hierdoor staan ze vaak open voor diversiteit en inclusie. Ze vinden het belangrijk dat iedereen gelijk behandeld wordt en hebben een scherp oog voor sociale rechtvaardigheid. Dit maakt hen kritisch en maatschappelijk betrokken, vooral op thema’s als klimaat, ongelijkheid en mentale gezondheid. Ook in hun persoonlijke ontwikkeling valt op dat ze streven naar echtheid en streven ze naar eerlijkheid en transparantie.

Generatie Alpha is de generatie die volledig in de 21e eeuw opgroeit, wat hen de meest digitaal verbonden groep ooit maakt. Voor hen is kunstmatige intelligentie (AI), de mobiele telefoon en altijd online zijn simpelweg de standaard. Ze kennen geen wereld zonder. Ze groeien op in een tijd van snelle technologische verandering en wereldwijde uitdagingen. Ze zijn vaak de kinderen van Millennials en gebruiken graag apps zoals YouTube en TikTok. Hoewel ze nog jong zijn, hebben ze nu al een enorme invloed op hun ouders en de manier waarop we naar onderwijs en entertainment kijken.

De mensen die geboren zijn tussen ongeveer 1910 en 1930 hebben een levensverhaal dat gevormd is door ingrijpende historische gebeurtenissen, vooral de Tweede Wereldoorlog. Het is een generatie die veel heeft meegemaakt, van economische crisissen tot maatschappelijke veranderingen. Laten we eens dieper ingaan op wat deze generatie zo uniek maakt.

Stel je voor: je bent geboren rond 1910. Dan maak je als kind de Grote Depressie mee, gevolgd door de dreiging en uiteindelijke uitbraak van de Tweede Wereldoorlog. Je ziet je vaderland bezet worden, je leeft met schaarste en onzekerheid. Na de oorlog begint de wederopbouw, een tijd van hard werken en soberheid. Pas later, als je al wat ouder bent, zie je de welvaart toenemen en de maatschappij veranderen. Deze levensloop heeft ongetwijfeld een diepe impact gehad op hun normen, waarden en kijk op het leven. Ze leerden de waarde van stabiliteit en veiligheid, en koesterden vaak wat ze hadden. Sparen was belangrijk, verspilling werd verafschuwd. Dit vormde hun persoonlijkheid en hun keuzes in het leven, zowel privé als professioneel.

De Tweede Wereldoorlog (1939-1945) is zonder twijfel het meest bepalende evenement voor deze generatie. Velen dienden in het leger, anderen werden getroffen door bombardementen, razzia’s of de hongerwinter. De impact van deze periode is enorm geweest. Na de oorlog lag Nederland in puin en moest alles opnieuw worden opgebouwd. Dit vereiste een enorme inspanning en veerkracht van de bevolking. De oorlogsgeneratie zette de schouders eronder en werkte hard om het land weer op te bouwen. Ze begrepen het belang van samenwerking en doorzettingsvermogen. Deze collectieve ervaring smeedde een band en creëerde een gevoel van gemeenschappelijkheid dat in latere generaties minder sterk aanwezig is. Laten we dit vooral niet vergeten!

Als we weten waar de verschillen tussen generaties vandaan komen, wordt het makkelijker om elkaar te begrijpen. Iedere generatie is gevormd door de tijd waarin zij opgroeide en dat verklaart vaak waarom mensen dingen anders aanpakken of belangrijk vinden. Door dit met elkaar te bespreken en vragen te stellen, ontstaat meer begrip voor elkaars gewoontes en manier van communiceren. Het helpt om open te blijven, uw eigen ervaringen te delen en ook te luisteren naar die van anderen. Op die manier ziet u sneller wat u gemeen heeft en waar u elkaar kunt aanvullen. Zo wordt samenwerken en samenleven een stuk eenvoudiger en leuker.

Bronnen: plusonline.nl, jmouders, zorgwelzijn.nl, businessgids.nl

Veilig op internet of telefoon blijven

Social engineering-praktijken herkennen en vermijden, waaronder phishingmails, neptelefoontjes van helpdesks en andere fraudepogingen

Volg deze tips om fraudepogingen te vermijden en lees en leer daarvan wat je moet doen als je verdachte e-mails, telefoontjes of andere berichten ontvangt.

Social engineering is een gerichte aanval waarbij door middel van imitatie, bedrog en manipulatie wordt geprobeerd toegang tot je persoonsgegevens te krijgen. Bij zo’n aanval doen oplichters zich voor als medewerkers van een bekend bedrijf (via de telefoon of ander communicatiemiddel). Ze gebruiken vaak gewiekste tactieken om je persoonsgegevens te ontfutselen, zoals inloggegevens, beveiligingscodes en financiële informatie.

Phishing is een veelgebruikte vorm van social engineering. Meestal worden deze frauduleuze pogingen om persoonlijke informatie in handen te krijgen per e-mail gedaan. Oplichters gebruiken elke mogelijke manier om je door misleiding over te halen informatie te delen of geld te geven.

Als je een onverwacht bericht, telefoontje of verzoek om persoonlijke informatie (zoals je e-mailadres, telefoonnummer, wachtwoord, beveiligingscode of geld) niet vertrouwt, kun je er zekerheidshalve van uitgaan dat er sprake is van een poging tot oplichting. Neem eventueel rechtstreeks contact op met het desbetreffende bedrijf.

Houd je apparatuur en programma’s up-to-date. Installeer altijd nieuwe versies of veiligheidsupdates. Vooral nu het aantal datalekken toeneemt. Als je een melding van een bedrijf ontvangt dat zij betrokken zijn bij een datalek, wijzig dan je wachtwoord voor dat bedrijf. Lees meer info over datalekken op de site van de Rijksoverheid.

Lees hoe je social engineering-aanvallen en phishingmails herkent, neptelefoontjes afhandelt en andere online fraudepogingen voorkomt.
Social engineering-aanvallers doen zich voor als iemand anders en manipuleren je om eerst je vertrouwen te winnen. Vervolgens proberen ze je gevoelige gegevens afhandig te maken of je zover te krijgen dat je hen toegang geeft tot je accountgegevens. Ze passen diverse tactieken toe om zich voor te doen als een vertrouwd bedrijf, entiteit of iemand die je kent.

Let op deze signalen die erop kunnen wijzen dat je het doelwit van een social engineering-aanval bent:

  • Een oplichter kan je bellen via een schijnbaar legitiem telefoonnummer van een vertrouwd bedrijf. Dit wordt ‘spoofing’ genoemd. Als je het niet vertrouwt, kun je beter ophangen en zelf het officiële nummer van het bedrijf bellen.
  • Oplichters noemen vaak persoonlijke informatie over jou in een poging je vertrouwen te winnen en geloofwaardig over te komen. Ze noemen wellicht informatie die jij als privé beschouwt, zoals je adres, waar je werkt of zelfs je burgerservicenummer.
  • Ze benadrukken vaak dat ze je graag willen helpen om een dringend probleem op te lossen. Ze beweren bijvoorbeeld dat iemand je internet-, computer-, tablet-, of telefoon-account heeft gehackt of buiten jouw weten om iets heeft betaald met je bankpas (fysiek of digitaal). De oplichter beweert dat hij/zij je wil helpen om de aanval te keren of het bedrag weer terug te storten.
  • De oplichter dikt de urgentie vaak flink aan, zodat je niet de tijd krijgt om even rustig na te denken of zelf contact op te nemen. De oplichter kan bijvoorbeeld zeggen dat je het bedrijf of bank best zelf kunt gaan bellen, maar dat de frauduleuze activiteiten intussen doorgaan en dat jij aansprakelijk bent. Dit is niet waar en wordt alleen gezegd om je aan de telefoon te houden.
  • Uiteindelijk vragen oplichters om je accountgegevens of beveiligingscodes. Meestal sturen ze je naar een nepwebsite die eruitziet als een echte aanmeldingspagina en staan ze erop dat je je identiteit verifieert. Computersoftware (bijvoorbeeld Apple of Microsoft) vragen je nooit om in te loggen op een website, om in het dialoogvenster met tweestaps-verificatie op ‘Accepteer’ te tikken of om je wachtwoord, de toegangscode van je apparaat of een tweestaps-verificatiecode op te geven of op een website in te voeren.
  • Oplichters kunnen je soms vragen om beveiligingsfuncties uit te schakelen, zoals tweestaps-verificatie of de bescherming bij gestolen apparaten. Dit zou nodig zijn om een aanval te keren of om jou weer de controle over je account te geven. Het gaat dan echter om een slinkse poging om je beveiliging te verzwakken, zodat een aanval van hun kant meer kans van slagen heeft. Computersoftware vraagt je nooit om een beveiligingsfunctie op je apparaat of voor je account uit te schakelen.

Oplichters proberen e-mail en sms-berichten van legitieme bedrijven te kopiëren om jou door misleiding over te halen je persoonlijke informatie en wachtwoorden af te geven. Let op de volgende kenmerken om phishing-e-mails te identificeren:

  • Het e-mailadres of telefoonnummer van de afzender komt niet overeen met de naam van het bedrijf waar het bericht van afkomstig zou moeten zijn.
  • Het e-mailadres of telefoonnummer waarmee ze contact met je hebben opgenomen, is anders dan het e-mailadres of telefoonnummer dat je aan dat bedrijf hebt gegeven.
  • Een link in een bericht ziet er correct uit, maar de URL komt niet overeen met de website van het bedrijf.
  • Het bericht ziet er heel anders uit dan andere e-mails die je van het bedrijf hebt gekregen.
  • In het bericht wordt gevraagd om persoonlijke informatie, zoals je creditcardgegevens of het wachtwoord van je account.
  • Het bericht is ongewenst en bevat een bijlage.

Oplichters gebruiken nepinformatie voor nummerherkenning om telefoonnummers van bedrijven te vervalsen en beweren dan vaak dat je account of apparaat verdachte activiteit vertoont om je aandacht te trekken. Of ze gebruiken vleiende of juist dreigende taal om je onder druk te zetten om ze informatie, geld en zelfs gift-cards te geven.

Als je een ongevraagd of verdacht telefoontje krijgt van iemand die beweert van support- of klantenservice te zijn, kun je gewoon ophangen.

Ook via whatsapp kun je soms berichten of telefoontjes ontvangen. Bijvoorbeeld van een familielid die zijn telefoon verloren heeft en om contact geld verlegen zit. Gebeurt het toch omdat je zoon of dochter in het buitenland is? Vraag dan gegevens die alleen hij/zij kan weten. Je wilt altijd de mogelijkheid hebben om toch te helpen.

Je kunt frauduleuze telefoontjes of berichten melden, zie aan het eind van dit artikel.

Als je een ongewenste of verdachte agenda-uitnodiging krijgt in je e-mail programma of agenda, kun je deze melden als ongewenste reclame. Als je je per ongeluk hebt geabonneerd op een spam-agenda, kun je deze direct verwijderen.

Als je tijdens het surfen op het internet een pop-upadvertentie of bericht ziet waarin je een gratis prijs wordt aangeboden of waarin je wordt gewaarschuwd voor een beveiligingsprobleem of virus op je apparaat, vertrouw het dan niet en ga er niet op in. Dit soort pop-upvensters zijn meestal frauduleuze advertenties, ontworpen door de oplichter om je door misleiding over te halen om schadelijke software te downloaden of je persoonlijke informatie of geld te geven.

Bel het telefoonnummer niet en klik niet op de links om een prijs te claimen of een probleem op te lossen. Negeer het bericht en navigeer weg van de pagina of sluit het hele venster of tabblad. Misschien heeft jouw internet programma de mogelijkheid om pop-ups te negeren of uit te zetten, maak daar dan gebruik van.

Wees uitermate voorzichtig met het downloaden van materiaal van het internet. Sommige downloads op het internet bevatten mogelijk niet de software die ze beweren te bevatten of ze bevatten onverwachte of ongewenste software. Denk hierbij aan apps die je vragen om configuratieprofielen te installeren waarmee vervolgens de bediening van je apparaat kan worden overgenomen. Als je onbekende of ongewenste software installeert, kan deze bijzonder hinderlijk en vervelend worden en zelfs je computer, tablet of telefoon beschadigen en je gegevens stelen.

Om ongewenste nep-software of kwaadaardige software (malware) te vermijden, installeer je software het liefst rechtstreeks van de website van de ontwikkelaar. Lees en leer op je apparaat hoe je software veilig opent en ongewenste configuratieprofielen van het apparaat verwijdert.

Hier zijn een paar dingen die je kunt doen ter voorkoming van fraudepogingen die gericht zijn op je email-, internet-account en apparaten.

  • Deel nooit persoonsgegevens of beveiligingsinformatie (zoals wachtwoorden of beveiligingscodes) en voer ze nooit in op een webpagina waarnaar iemand je doorverwijst.
  • Bescherm je account en gebruik eventueel twee-factor-authenticatie, beveilig altijd je contactgegevens en houd deze up-to-date en deel nooit een account-wachtwoord of verificatiecodes met wie dan ook. De meeste bedrijven vragen je nooit naar deze informatie om ondersteuning te leveren.
  • Gebruik nooit Gift Cards om betalingen aan andere mensen te doen, als daar inlogcodes voor nodig zijn.
  • Betaal op internet als het kan via een creditkaart, dan ben meestal nog beveiligd en kan je aanspraak maken op terugbetaling. Kijk daarvoor bij de betreffende bank- of creditmaatschappij.
  • Lees en verdiep je er in hoe je apparaten en gegevens veilig kunt beschermen.
  • Download software alleen van bronnen die je kunt vertrouwen.
  • Klik niet op links en open of bewaar geen bijlagen in verdachte of ongevraagde berichten.
  • Beantwoord geen verdachte telefoontjes of berichten die van banken of bedrijven afkomstig zouden zijn. Neem in dat geval via onze officiële ondersteuningskanalen rechtstreeks contact op met bank of bedrijf.

Er zijn verschillende sites beschikbaar waar je verdachte informatie naar toe kunt sturen. Kijk daarvoor op de sites van politie, veilig bankieren, fraude helpdesk, opgelicht of het ccv. Deze sites geven ook uitgebreide informatie om fraude te voorkomen.

Contant geld moet blijven

Het contante betalingssysteem staat onder druk. Ruim 87 procent van de Nederlanders geeft aan dat contant geld overal in Nederland geaccepteerd moet worden.

Ondanks de toenemende mate van contactloos betalen en de afnemende hoeveelheid pinautomaten, blijft de gemiddelde Nederlander veel waarde hechten aan contant geld. De oudere respondenten hechten het meest aan een eventuele acceptatieplicht van contant geld, ook de jongste leeftijdsgroep schaart zich hier met een meerderheid achter.

Nederlanders kopen steeds meer online, en daar komt geen contant geld aan te pas. Koop je wel iets in de winkel, dan is even afrekenen met je pinpas een stuk sneller en handiger dan betalen met biljetten en muntjes. Veel winkeliers willen het liefst alleen digitale betalingen accepteren. Dit maakt het minder aantrekkelijk voor overvallers van winkels. Toch is het verdwijnen van cashgeld en het sluiten van steeds meer bankkantoren problematisch is ook de mening van De Nederlandsche Bank (DNB), en met name problematisch voor kwetsbare groepen zoals ouderen.

Hoe denken Nederlanders over een samenleving zonder contante betalingen? De jongere generatie denkt anders dan de oudere. Het is eigenlijk heel makkelijk, want je kunt alles online doen. Je hoeft geen geld meer in je portemonnee te hebben en je kunt alles gewoon via internet regelen. Je hoeft niet eens meer naar de bank om geld op te nemen. Ruim de helft van Nederland denkt dat contant geld voor het jaar 2030 helemaal uit de samenleving verdwenen is. Mensen boven de 60 jaar zijn wat terughoudender en slechts 1 op de 5 denkt dat contant geld zal verdwijnen. 

Minder bankfilialen en geldautomaten

In Nederland zijn heel veel kantoren van banken en hun geldautomaten verdwenen, waardoor mensen geen toegang meer hebben tot hun eigen geld. De automaten zijn door de banken zelf verwijderd. Dit is voornamelijk gedaan uit veiligheidsoverweging met het oog op plofkraken en als kostenbesparing omdat de automaten simpelweg minder werden gebruikt de afgelopen jaren.

DNB vindt de inwisselbaarheid van privaat geld (giraal, door banken gecreëerd en uitgegeven) en publiek geld (contant, door centrale bank uitgegeven) belangrijk voor het vertrouwen in het monetaire systeem. Zonder contant geld kan een burger zijn tegoed bij een bank niet meer opvragen. Contant geld is ook de enige manier voor mensen om, onafhankelijk van een bank, geld bij zich te dragen. Contant geld is wettig betaalmiddel en je kunt ermee betalen zonder betrokkenheid van derden.

Contant geld blijft een belangrijk betaalmiddel

Het gebruik van contant geld aan de kassa is recent gedaald naar 21% van alle transacties. Toch blijft het door de specifieke eigenschappen voor veel mensen een nuttig betaalmiddel en soms zelfs de enige manier om zelfstandig te kunnen betalen. Je kunt er bovendien niet meer van uitgeven dan je bij je hebt wat helpt bij budgetteren en schulden voorkomen. Het dalende gebruik van contant geld aan de kassa mag daarom niet leiden tot verslechtering van de acceptatie ervan door winkels en overheidsorganisaties. Dat contant geld minder wordt gebruikt om mee te betalen was tot voor kort vooral een keuze van de burger, maar die wordt tegenwoordig steeds vaker ontmoedigd om met contant geld te betalen.

Contant geld helpt in noodsituaties

Bovendien moet er in geval van een langdurige pinstoring of cyberaanval ook betaald kunnen worden, zeker voor de eerste levensbehoeften. DNB laat in haar analyse zien dat contant geld ook als terugvaloptie geschikt is en dat banken daarom voldoende geldautomaten moeten blijven aanbieden. Dit is in het belang van de weerbaarheid van het gehele betalingsverkeer.

Afspraken over contant geld

Er moeten genoeg winkels zijn waar u met contant geld kunt betalen. Maar winkeliers mogen contant geld weigeren. Het kabinet moedigt winkels en bijvoorbeeld gemeenten aan om contant geld te blijven accepteren. Hiervoor zijn gesprekken met onder andere gemeentes, banken, winkeliers en organisaties die opkomen voor kwetsbare groepen.
In 2022 spraken zij af ervoor te zorgen dat contant geld ook in de toekomst voor iedereen bruikbaar blijft.

Bronnen: rijksoverheid.nl; dnb.nl

Publicatie: 18-10-2023; gewijzigd: 10-01-2026

Zet ook de knop om

We moeten nú minder afhankelijk worden van gas uit Rusland. Overheden, bedrijven en huishoudens kunnen meehelpen door minder energie te gebruiken. Veel Nederlanders zijn al goed bezig en besparen energie. Om ons op de komende winter voor te bereiden, zijn extra stappen nodig. In deze campagne geven we aan wat huishoudens kunnen doen.

Van het gas dat een huishouden verbruikt, gaat ongeveer driekwart naar het verwarmen van het huis en iets meer dan 20 procent naar warm water voor douche en keuken. Met het veranderen van gedrag is veel winst te behalen. Een huishouden dat in een rijtjeshuis woont en nog nergens op let, kan gemiddeld 1340 euro besparen. De meeste huishoudens passen wel enkele tips toe, maar niet allemaal en niet altijd. Per tip is de besparing en uitleg gegeven. Huishoudens krijgen zo een indruk van wat ze nog kunnen besparen.

Onze energierekening stijgt, we moeten nu minder afhankelijk worden van gas uit Rusland en we willen klimaatverandering tegengaan. Daarom gaan we nú meer en sneller energie besparen. Kijk wat jij thuis kunt doen. Nu meteen en om je voor te bereiden op de komende winter met goede isolatie. Zet ook de knop om. Zo gebruiken we in een handomdraai veel minder energie.

De prijs van energie is hoog. Met een paar simpele tips kun je ook deze zomer flink besparen. Ook thuis kan je de knop omzetten. Kom dus nu in actie! Hoeveel ga jij besparen?

Andere bronnen: Rijksoverheid / MilieuCentraal.

Publicatie: 18-09-2023; gewijzigd: 08-01-2026

De geschiedenis van het (lager) onderwijs

De didactische en pedagogische verwachtingen van het onderwijs in Nederland zijn de afgelopen eeuwen flink veranderd. Van aap, noot, mies naar computers in de klas en van krijt en lei naar tablet. Het onderwijs in Nederland heeft in de loop der eeuwen flinke veranderingen ondergaan. Is onderwijs in het verleden voor kinderen van adel en gegoede burgerij, tegenwoordig kennen we de onderwijsplicht voor ieder kind. Nostalgie van vervlogen tijden en dat komt niet meer terug.

Op onderstaande websites zijn leuke dingen te zien en lezen over het onderwijs uit “onze tijd”. We zijn er vroeger allemaal mee opgegroeid, groot geworden en hier en daar een blik van herkenning zal het zeker oproepen.

Geschiedenis van het onderwijs in het kort

Herinneringen aan de lagere school uit de jaren vijftig

De geschiedenis van het onderwijs in Nederland

Onderwijsmuseum

Het Nationaal Onderwijsmuseum heeft, met meer dan 325.000 voorwerpen, de grootste onderwijscollectie ter wereld. Uniek, net als artikel 23 uit onze grondwet over de vrijheid van onderwijs dat ten grondslag ligt aan de diversiteit in het Nederlandse onderwijs. En die verscheidenheid aan objecten is terug te zien in onze collectie.

In een levendige en veelzijdige tentoonstelling laat het museum de vele aspecten van het onderwijs en de invloed ervan op jeugdcultuur zien. Bezoek het museum en beleef aan de hand van persoonlijke verhalen en actuele gebeurtenissen de ontwikkeling van onderwijs (geschiedenis) in het heden, verleden en toekomst.

Het Nederlandse onderwijssysteem bestaat uit meerdere sectoren en niveaus, te beginnen met regulier basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs. Na het basisonderwijs zijn er zeven vormen van voortgezet onderwijs, gevolgd door drie vormen van vervolgonderwijs.

Meer Nostalie?

Lees dan ook eens het bericht Nostalgie op onze website. Of neem eens een kijkje op de website van Opanoma. Zoveel herkenning van vroegere jaren, genoeg voor een regenachtige middag! Je vindt dan ook onverwachte herinneringen in je eigen geheugen, mooi toch?

Publicatie: 27-08-2021; gewijzigd: 30-12-2025

Nostalgie naar vroeger

De geur van kolen, koude winters en de smaak van duimdrop

Wie vandaag de dag door een hypermoderne supermarkt loopt, kan het zich nauwelijks voorstellen: een tijd waarin je voor een onsje (mag het iets meer zijn) naar de kruidenier of drogist ging en de winter niet alleen een seizoen was, maar een fysieke vijand die je met gloeiende kolen en wollen dekens te lijf ging. De jaren tussen 1950 en 1970 vormen het collectieve geheugen van een Nederland dat nog overzichtelijk was, maar tegelijkertijd hardhandig wakker werd geschud.

Soms is nostalgie niets meer dan een geur of een liedje op de radio. Een paar akkoorden, en ineens sta je weer in de jaren zestig. Niet letterlijk natuurlijk, maar in dat zachte, geromantiseerde landschap van herinneringen waar alles net iets langzamer ging en de toekomst nog onbevangen leek.

Begin jaren 50 rook Nederland naar boenwas, Sunlight-zeep en de zware walm van kolenkachels. Het was een land in de steigers, waar de oorlog nog in de botten zat. Men leefde volgens de tucht van de zuinigheid. Moeder stopte de gaten in de sokken en de wasmachine was een luxe die alleen voor de ‘hoge heren’ was weggelegd.

De zaterdagavond was een heilig ritueel: de zinken teil werd voor de kachel gezet. De kinderen gingen één voor één in hetzelfde water, de jongste eerst, terwijl de radio zachtjes speelde. Het was een tijd van verzuiling; je las de krant van je eigen geloof en kocht je brood bij de bakker die dezelfde kerk bezocht. Het leven was klein, maar de sociale controle was groot.

Nostalgie smaakt nergens zo zoet als bij de snoepwinkel van toen. Geen glimmende plastic zakken, maar grote, zware glazen potten die de toonbank sierden. Voor een stuiver of duppie kreeg je een handjevol geluk. Er was de duimdrop, een kleverige sliert waar je uren op kon zuigen tot je duim zwart zag. Of de wijn- of toverballen, die zo groot waren dat praten onmogelijk werd. En wie herinnert zich nog de salmiakbrokken die je gehemelte bijna wegbrandden, of de zachte borsthoning die bij de drogist in brokken van een groot blok werd gehakt? Het was snoepgoed met karakter, vaak hard en ongepolijst, net als de tijd zelf.

De winters van nu, anno 2025/2026, zijn een schim van de ijstijden uit die periode. In de jaren 50 en 60 was de winter een serieuze aangelegenheid. De legendarische winter van 1963 staat in het geheugen gegrift als de Apocalyps van het ijs. De Noordzee was een ijsvlakte en de Elfstedentocht van dat jaar was geen sportevenement, maar een barre overlevingstocht. Met de auto over het ijs van het IJsselmeer, weet je nog?

Binnen bevroren de bloemen op de ruiten. De kachel werd roodgloeiend gestookt, maar drie meter verderop was het nog steeds stervenskoud. Men sliep onder loodzware dekens met een warme kruik (of een warme baksteen gewikkeld in een krant) bij de voeten. Het was afzien, maar het schiep een band; de wereld was wit, stil en voor even heel erg dichtbij.
Maar ook de winters van 1979 en 1985 staan nog in ons geheugen. Veel sneeuw, langdurige vorstperioden, overlast tot gevolg.

Ruim 20 jaar geleden was de grote afsluiting van wegen door sneeuw en winterse omstandigheden waarbij Apeldoorn bijna onbereikbaar raakte. Dat gebeurde tijdens een beruchte sneeuwstorm op vrijdag 25 november 2005. Door de storm viel er veel sneeuw en ontstonden enorme files: het verkeer op de A50, maar ook op andere snelwegen zoals de A1, A12 en A28, stond volledig vast. Treinen en bussen reden niet meer en hulpdiensten moesten mensen in stilstaande auto’s helpen met dekens en brandstof. Apeldoorn was daardoor in de loop van de middag feitelijk niet meer bereikbaar voor verkeer. Zelf heb ik er die middag 3 uur over gedaan met de auto van Velp naar Ugchelen!

Vanaf het midden van de jaren 60 begon het ‘oude’ Nederland te scheuren. De welvaart stroomde binnen via de gasbel in Slochteren. Na jaren van zuinigheid en herstel begon het land te ademen. Er kwam geld, er kwam ruimte, en vooral: er kwam nieuwsgierigheid.

De televisie verhuisde van luxeobject naar vast meubelstuk, aanvankelijk een houten kastje waar de hele buurt voor uitliep, werd het nieuwe altaar in de woonkamer. De zwart-wit beelden van Swiebertje en Pipo de Clown maakten plaats voor de eerste kleurenbeelden en de rebelse klanken van de Beatles. Het liet zien dat de wereld groter was dan de straat of het dorp. Dat alleen al veranderde alles.

De ringbaardjes en de vetkuiven deden hun intrede. De brommer (Zündapp, Kreidler, Puch) werd het symbool van vrijheid voor de jeugd, die niet langer precies wilde doen wat de pastoor of de dominee zei. De spruitjeslucht klaarde langzaam op en maakte plaats voor de eerste geuren van bami en macaroni – de grote wereld kwam eindelijk naar het lage land.

Wie jong was in die tijd, herinnert zich niet zozeer de grote politieke discussies, maar de kleine verschuivingen. Langere haren. Kortere rokken. Muziek die harder klonk dan ouders prettig vonden. Het gevoel dat je niet meer automatisch hoefde te worden wie er van je verwacht werd dat je zou zijn. Dat was misschien wel de grootste revolutie.

Ja, de welvaart groeide en ja, jongeren kregen een stem. Maar laten we niet vergeten dat die vrijheid ongelijk verdeeld was. Wie niet jong, mannelijk en wit was, moest vaak nog lang wachten op echte emancipatie. Nostalgie poetst die rafelranden moeiteloos weg.

Wat we eigenlijk missen, is niet de tijd zelf, maar het gevoel van richting. In de jaren zestig en zeventig leek vooruitgang logisch, bijna onvermijdelijk. De toekomst was iets waar je naartoe liep, niet iets waarvoor je je moest indekken. Vandaag voelt dat anders. We leven in een tijd van crises, nuance, polarisatie en wantrouwen. Terugkijken is dan aantrekkelijker dan vooruitkijken.

De verheerlijking werkt ook verlammend. Door het verleden steeds als moreel hoogtepunt te presenteren, doen we alsof echte verandering alleen toen mogelijk was. Alsof idealisme een afgesloten hoofdstuk is. Dat is gemakzuchtig. Het ontslaat ons van de plicht om nu zelf risico’s te nemen.

De Provo’s (rebelse stad Amsterdam) worden vaak genoemd als bewijs dat het anders kan. Maar zij wachtten niet tot hun tijd ‘historisch’ werd. Ze handelden, ze provoceerden, ze accepteerden chaos en mislukking. Dat aspect verdwijnt meestal in onze veilige nostalgie.

Aan het eind van de jaren zestig trokken hippies van heinde en verre naar het monument op de Dam om er in de zomer in de open lucht te bivakkeren; soms verbleven er enkele honderden. Het verschijnsel had voor- en tegenstanders. Het Amsterdamse gemeentebestuur liet het aanvankelijk oogluikend toe, maar het leverde problemen op met betrekking tot de openbare orde en hygiëne. De gemeente Amsterdam wilde in 1969 al een eind maken aan het slapen op de Dam. In 1970 kwam de gemeente, met aan het hoofd burgemeester Samkalden, met een verbod. Het verbod ging in op 24 augustus 1970 en leidde tot heftige rellen, waarbij 50 gewonden vielen en plunderingen voorkwamen.
De volgende dag was het nog niet rustig op de Dam en besloten 80 man uit Doorn en Den Helder het recht in eigen hand te nemen. Zij sloegen de hippies met knuppels en koppelriemen van de Dam. Dit resulteerde in het schoonvegen van de Dam.

Was het in Apeldoorn in de jaren 50 en 60 een saaie boel? Zeker niet! Wie heeft er niet gedanst in de Eurobeurs of staan swingen op jazz- en dixielandmuziek in de ATS aan de Loolaan? Of misschien ging je liever naar La Bordelaise, Soos ’59, of juist de Groene Fles? En kun je ‘Send me the pillow’ nog meezingen van Lydia and the Melodystrings? Of hield je meer van André Roothaer of rock ‘n roll? Een tijd met verschillende muziekstromingen en diverse plekken om uit te gaan. Nederland was vijftig jaar geleden in de ban van Rock & Roll; de burgers sidderden terwijl de jeugd danste en joelde. En dat alles naar aanleiding van de film ‘Rock around the Clock’ van Bill Haley en zijn Comets. Wat herinner jij je nog van toen, als inwoner van Apeldoorn?

In Apeldoorn werd de film verboden en relletjes bleven niet uit. Iemand opende de ramen van de woning boven de groentewinkel en draaide op zijn pick-up het gewraakte nummer ‘Rock around the Clock’. Terwijl de muziek over de markt schalde, begonnen mensen te dansen. Daarna liep de zaak verder uit de hand: jongeren sprongen voor een stadsbus die zich door de menigte probeerde te wurmen, anderen gooiden met bloemkolen  en er werd gescandeerd: ‘Rock and roll’!  De politie greep in, hield twee jongens aan. Relletjes in Apeldoorn waren het gevolg.
Ook de volgende avond was het weer druk in de binnenstad. Belust op sensatie trokken niet alieen steeds aangroeiende groepen jongelui naar Apeldoorn, maar ook vaders en moeders, peuters van vier tot tien jaar tussen zich in, kwamen kijken alsof het Sinterklaas of Koninginnefeest was. Af en toe hieven de jongelui, wetend dat er iets van hen verwacht werd, een ‘wij willen rock en roll-geschreeuw’ aan, maar tot ernstige baldadigheden kwam het niet. Er was een versterkte politiemacht op de been, die zo nu en dan hardhandig moest optreden, doch tegen middernacht was alles weer rustig. Voor een aantal jongelingen zal deze rel een staartje hebben. Door de politie werden zes personen aangehouden en ingesloten.
Het bleef nog een paar dagen onrustig, maar Apeldoorn kon weer verder leven en slapen. Al dat grote stedengedoe was niks voor Apeldoorn.

Misschien moeten we stoppen met verlangen naar de jaren zestig en beginnen met ons af te vragen waarom we vandaag zo weinig durven te dromen. Nostalgie is comfortabel, maar verandering is dat nooit geweest. Ook toen niet. Het verschil is alleen dat we dat vergeten zijn.

Misschien dat we daarom nu, in een digitale en jachtige wereld, zo graag terugdenken aan die ene zuurstok uit de glazen pot. Een echt koude winter met langdurig koud weer maar wel met veel zon en overal te kunnen schaatsen of sleetje rijden. Het was niet per se beter, maar het was wel heel erg ‘echt’. En wat is er mis mee om eens achterom te kijken, daar is nostalgie voor, toch?

Bronnen:
YouTube; Nieuwe Apeldoornse Courant; dingenvanvroeger.nl; hetmow.nl/nostalgie.

Publicatie: 26-12-2025; gewijzigd: 27-12-2025.