Moederdag 2026

Het verhaal achter deze feestdag

Moederdag is een speciale dag waarop we het moederschap vieren en de geweldige invloed die moeders hebben op onze samenleving.  Het lijkt misschien een romantische traditie met bloemen, ontbijt op bed en lieve kaartjes van de kinderen, maar wist je dat het in Nederland zo’n honderd jaar geleden begon met een heel andere, nuchtere reden?  Iemand zag er namelijk een kans in om geld te verdienen!  Hier lees je wanneer we Moederdag in 2026 vieren en het verhaal achter deze traditie.

Moederdag wordt meestal in maart, april of mei gevierd, en dat verschilt per land. In Nederland en België vieren we Moederdag op de tweede zondag in mei.  In het Antwerpse, waar het sinds 1913 ook wel Mariadag, Moederkesdag of Sainte Marie wordt genoemd, vieren ze Moederdag op 15 augustus.  Die datum valt samen met Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaart, wat in veel katholieke en orthodoxe landen, waaronder België, een wettelijke feestdag is.

Wist je dat Moederdag eigenlijk helemaal niet zo oud is? Het begon allemaal aan het begin van de twintigste eeuw in de Verenigde Staten. Anna Marie Jarvis, een lieve dame, wilde graag een dag waarop we onze moeders eens extra in het zonnetje zetten.  In 1907 begon ze met het promoten van zo’n dag, en al een jaar later, in 1908, organiseerde ze de allereerste Moederdagviering.  Ze deed dit vooral om haar eigen moeder, Ann Reeves Jarvis, te herdenken. Moeder Ann was namelijk een echte heldin! Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog richtte ze Mother’s Day Work Clubs op. Dat waren groepen vrouwen die zorgden voor voedsel en medicijnen voor gezinnen die dat hard nodig hadden.

Anna was ontzettend goed in het overtuigen van mensen.  En dat leverde resultaat op! In 1914 maakte president Woodrow Wilson de tweede zondag in mei officieel tot Moederdag, een nationale feestdag.  Vanuit de Verenigde Staten verspreidde het idee zich vervolgens over de rest van de westerse wereld.

In 1916 probeerde het Leger des Heils Moederdag naar Nederland te halen.  Helaas liep dat niet zo lekker.  Het duurde tot 1924 voordat het écht aansloeg.  En weet je waarom?  De Koninklijke Maatschappij voor Tuinbouw en Plantkunde zag een gouden kans om de bloemenverkoop een boost te geven.  Een mooi bos bloemen voor mama in mei?  Dat was natuurlijk een geweldig idee!  De strategie werkte zelfs beter dan ze hadden durven hopen.  Tot op de dag van vandaag is een bos bloemen het populairste moederdagcadeau in Nederland.

Of je nu kiest voor een bloemetje, ontbijt op bed, een zelfgemaakt cadeautje of een gezellig dagje weg samen: het belangrijkste is dat je aandacht hebt voor je moeder.  Dat was zo toen Moederdag begon, en dat is in 2026 niet anders.

Bronnen: Libelle, Wikipedia; afbeelding: ChatGPT

Hulpmiddelen of ergotherapie?

Het vinden van de juiste hulpmiddelen voor ouderen kan een uitdaging zijn. Of u nu op zoek bent naar hulpmiddelen voor ouderen in huis, in bed, of in de badkamer, u heeft informatie nodig om langer veilig en comfortabel thuis te blijven wonen.

Naarmate we ouder worden, kan het uitvoeren van dagelijkse taken steeds uitdagender worden. Gelukkig zijn er tal van hulpmiddelen beschikbaar die speciaal ontworpen zijn om het leven thuis comfortabeler, veiliger en eenvoudiger te maken.

Of u nu op zoek bent naar hulpmiddelen die de veiligheid in uw huis verbeteren, zoals antislipmatten of noodalarmen, of naar producten die uw mobiliteit vergroten, zoals trapliften of rollators, u vindt hier de informatie die u nodig heeft om weloverwogen keuzes te maken. Deze hulpmiddelen helpen niet alleen bij het aanpassen van uw huis aan veranderende behoeften, maar dragen ook bij aan het behouden van uw zelfstandigheid en kwaliteit van leven. Ontdek praktische oplossingen voor uw woning, zorg, hulpmiddelen en vergoedingen. Duidelijk uitgelegd, stap voor stap, zodat u weet wat bij uw situatie past.

Daarnaast besteden zij aandacht aan het comfort in uw huis, met artikelen over handige keukenhulpmiddelen, ergonomische meubels en slimme technologieën die uw dagelijks leven aangenamer maken. Zij bieden praktische tips, uitgebreide keuzehulpen en deskundig advies, zodat u precies weet welke hulpmiddelen het beste bij uw situatie passen.

Zelf eens kijken wat er allemaal mogelijk is, kijk dan eens op de website van HalloVitaal of bijvoorbeeld direct bij de fabrikant Drive Devilbiss. Zij staat bekend om hun strenge kwaliteitscontroles en betrouwbaarheid. Elk product wordt grondig getest om te voldoen aan internationale veiligheidsnormen, zodat u verzekerd bent van een veilige en betrouwbare oplossing voor uw zorgbehoeften..

Een ergotherapeut helpt mensen die – door lichamelijke of psychische beperkingen – problemen hebben bij het uitvoeren van hun dagelijkse handelingen. De ergotherapeut kijkt samen wat de cliënt belangrijk vindt en zoekt naar mogelijkheden en aanpassingen. Vervolgens wordt samen met de cliënt een plan op maat opgesteld. De ergotherapeut adviseert, traint, coacht en geeft voorlichting om de praktische belemmeringen zoveel mogelijk te verminderen. De behandeling kan plaatsvinden op de ergotherapiepraktijk of op een plek waar de problemen zich voordoen, bijvoorbeeld thuis of op het werk, school of in de sportclub.

De ergotherapeut is er voor iedereen: kinderen, volwassenen en ouderen. Daarnaast kan een ergotherapeut ook mantelzorgers voorlichten over hoe zij op een duurzame manier voor hun naasten én zichzelf kunnen zorgen. Indien nodig werkt een ergotherapeut samen met andere zorgverleners, zoals de (huis)arts, thuiszorg, fysiotherapeut, etc.

Als je moeite hebt met het uitvoeren van jouw dagelijkse handelingen, dan kun je een ergotherapeut inschakelen. Dit kan gaan om het huishouden, jouw persoonlijke verzorging maar ook het uitvoeren van jouw werk, studie of hobby’s.
Ergotherapie is gericht op het bevorderen of herstellen van zelfredzaamheid. De ergotherapeut leert je hoe je een activiteit anders uit kunt voeren óf een hulpmiddel kunt gebruiken zodat je zoveel mogelijk activiteiten weer (zelf) kunt uitvoeren.
Het werkveld van een ergotherapeut is heel breed. Werkgebieden van een ergotherapeut zijn onder anderen:

  • Zelfzorg en zelfredzaamheid (wassen, aankleden, eten en maaltijdbereiding)
  • Revalidatie (thuis)
  • Woning- en/of werkplekaanpassing
  • Valpreventie
  • Dementie
  • Ziekte van Parkinson
  • Gebruik van hulpmiddelen en training met scootmobiel, rolstoel of rollator
  • Omgaan met beperkingen en vermoeidheid/energiemanagement
  • Aandacht en geheugen
  • Uitvoeren van hobby of sport
  • Lichamelijke en mentale werkbelasting
  • Advies over en aanvraag van hulpmiddelen

Wordt ergotherapie vergoed?
Er zijn verschillende mogelijkheden voor financiering van ergotherapie. De meest voorkomende financieringsvorm is vergoeding vanuit de zorgverzekering.

Zorgverzekering
Ergotherapie die bedoeld is om de zelfzorg en de zelfredzaamheid te bevorderen en te herstellen wordt vergoed door de zorgverzekeraar. Iedereen heeft vanuit de basisverzekering recht op 10 uur per kalenderjaar ergotherapiebehandeling. Dit gaat wel ten koste van jouw eigen risico (behalve voor kinderen tot 18 jaar).
Vanuit een aanvullend pakket worden soms nog extra uren vergoed. Vergoedingen uit een aanvullend pakket gaan niet ten koste van het eigen risico.
Een verwijsbrief voor ergotherapie is (voor de meeste zorgverzekeraars) niet nodig. Raadpleeg altijd even de polisvoorwaarden van jouw verzekering.
Op zoek naar een ergotherapeut bij jou in de buurt, kijk dan op deze website.

Alternatieve financieringsvormen
In sommige gevallen bestaat de mogelijkheid tot financiering door de gemeente, onderwijsinstelling of vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz). Heb jij of jouw kind van de gemeente of onderwijsinstelling een individuele voorziening gekregen voor thuis of voor op school? En is het nodig dat deze wordt aangemeten door een ergotherapeut of is er instructie over het gebruik van dat hulpmiddel nodig? Dan wordt dit door de betreffende gemeente/onderwijsinstelling vergoed. Ergotherapie wordt vanuit de Wlz betaald wanneer de behandeling onderdeel uitmaakt van een integrale Wlz behandeling.

Soms kunnen hulpmiddelen tijdelijk worden gehuurd, overleg met uw zorgverzekering en kijk bijvoorbeeld bij Medipoint.

Eerste telefoongesprek in 1876

Dit jaar is het 150 jaar geleden dat in Amerika het eerste telefoongesprek werd gevoerd. Maar de telefoon werd in 1860 al uitgevonden. De geschiedenis van de telefoon begint bij de Duitse Johann Phillip Reiss. In 1860 ontdekt hij de telefoon. Hij overlijdt echter al op veertigjarige leeftijd. De Italiaan Antoni Meucci vindt de telefoon daarna opnieuw uit. Wegens geldgebrek kan hij in 1871 geen patent aanvragen. De Schots-Amerikaanse uitvinder Alexander Graham Bell verbetert de uitvinding. In 1876 gaat hij er met het patent, en de roem, vandoor.

Het eerste telefoongesprek vindt in Boston plaats. Op Op 10 maart 1876 – kort nadat Alexander Graham Bell het patent op de telefoon in handen kreeg – werd het eerste telefoongesprek gevoerd. Bell sprak met zijn assistent Thomas Watson, en vroeg hem: ‘Mr. Watson, come here. I want to see you’. Reis bedacht het woord ‘telefoon’, maar Bell wist met zijn vastgelegde patent de technologie te verspreiden. Een jaar later richt hij de Bell Telephone Company op. Dit is de basis voor het moderne telefoniesysteem. Volgens sommigen hebben we het woord bellen aan zijn naam te danken. Waarschijnlijker is dat het woord is afgeleid van de telefoonbel: het geluid van de telefoon als die overgaat.

Voordat de telefoon er kwam, was het al mogelijk om gecodeerde berichten over lange afstanden door te seinen via een telegraaf. Bellen zoals we dat nu kennen was nog niet mogelijk, al hing de uitvinding van de telefoon in de lucht. Meerdere mensen waren met de techniek bezig. Aan het begin van 1876 was tussen uitvinders zelfs een heuse strijd om het patent gaande.

Wie is de échte uitvinder?
Bell was concurrent Elisha Gray slechts een paar uur voor met het indienen van zijn patent. Maar zelfs na 150 jaar wordt nog betwist wie de telefoon nu écht heeft uitgevonden. De Schot zou er namelijk een handje van hebben gehad ideeën van anderen te gebruiken voor zijn eigen uitvinding.
Hij voerde daarover in de loop der jaren honderden rechtszaken, die hij allemaal won. Concurrent Gray was een van degenen die naar de rechter waren gestapt. Hij vond dat het ontwerp van Bell wel héél erg leek op dat van hem.

Ook de Italiaan Antonio Meucci wordt veel genoemd als de échte uitvinder van de telefoon. Hij zou in 1860 al een demonstratie hebben gegeven van zijn ’teletrofono’. Maar door financiële problemen lukte het hem niet zijn uitvinding in een patent vast te leggen. Bell, die toegang had tot het lab en materialen van Meucci, zou daarvan hebben geprofiteerd.
Meucci kreeg in 2002 overigens alsnog erkenning voor zijn werk in het Amerikaanse Congres. Al blijft het patent van Bell staan. Niemand zal ooit weten of de telefoon ook zo’n succes zou zijn geworden als Meucci het patent had verkregen.

Op 1 juni 1881 opent de Nederlandsche Bell-Telephoon Maatschappij (NBTM) in Amsterdam het eerste telefoonnet van Nederland. Dat is op de zolder van Sociëteit de Groote Club op de Dam. Telefoniste mejuffrouw M. Scholten voert het eerste telefoongesprek met de woorden: ‘Ik verbind u door’. Er zijn 49 aansluitingen. Minstens honderd bedrijven en personen staan op de wachtlijst. Telefoonnummers hebben twee of drie cijfers.

De eerste telefoontoestellen zijn vrij groot en van hout. Meestal hangen ze aan de wand. Het toestel heeft een slinger. Door eraan te draaien, gaat de bel over bij de telefoniste van de telefooncentrale. De beller zegt met wie hij wil spreken en de telefoniste maakt handmatig de verbinding. Op een schakelpaneel steekt ze een kabel met stekker in de aansluiting van de persoon die de beller wil spreken.

In deze periode worden telefoons van (plaat)staal gemaakt. In 1925 wordt in Haarlem de eerste automatische telefooncentrale van Nederland in gebruik genomen. Voortaan kunnen bellers met een kiesschijf zelf een verbinding maken. In 1928 krijgt het Rijk het alleenrecht op het aanleggen van huistelefooninstallaties. Het is het ontstaan van de PTT: het Staatbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie. Vanaf de jaren dertig verschijnen telefoons van bakeliet. Het is een nieuw materiaal dat makkelijk in veel vormen is te persen.

1931: eerste telefooncel op straat
Het Amsterdamse Valeriusplein krijgt in 1931 de eerste telefooncel. Het is een automatisch munttoestel op straat waar je lokaal mee kunt bellen. Deze telefooncel lijkt een beetje op de bekende Engelse rode telefooncel maar dan in de kleur beige. In 1932 ontwerpt Leendert van der Vlugt de standaard grijze telefooncel: de Rijkstelefooncel. Dit model zal ruim 50 jaar deel uitmaken van het straatbeeld.

Na de Tweede Wereldoorlog begint het tijdperk van de standaardisatie van telefonie. Er is een enorme vraag naar telefoonaansluitingen en -toestellen. De wachttijden lopen op tot driekwart jaar. Om de belasting van het telefoonnetwerk binnen de perken te houden, wordt de abonnee dringend verzocht de gesprekken kort te houden!

Rond 1960 verschijnen de eerste plastic telefoons. De PTT introduceert de T65. De T staat voor tafeltoestel, 65 voor het jaar waarin het toestel op de markt kwam (1965). Voor veel mensen is dit hun eerste telefoon. In de jaren zeventig en tachtig belt zowat heel Nederland ermee. Begin jaren ’70 verhuist de telefoon van de gang naar de woonkamer. En daar hoort een fraaie kleur bij. De T65 is voortaan ook verkrijgbaar in rood, groen, blauw, wit en oranje.

Rond deze tijd worden computergestuurde centrales in gebruik genomen. In 1974 verschijnt de eerste telefoon met druktoetsen. Dat gaat sneller dan met een kiesschijf en zorgt voor minder fouten. Om te voorkomen dat mensen die erg handig zijn met een rekenmachine de toetsen te snel intoetsen, is de indeling anders dan op een rekenmachine. De telefooncentrale zou overbelast kunnen raken!

Met de komst van computerchips vanaf de jaren 80 krijgt de telefoon meer mogelijkheden. Je kunt bijvoorbeeld nummers opslaan. Of het laatstgekozen nummer herhalen door toets 1 in te drukken. In 1980 gaat autotelefonie in Nederland van start. Het eerste model is zo groot dat de zendontvanger achter in de auto wordt gemonteerd. In 1986 verschijnt de Nokia Carvox 2453 in Nederland. Dit model kun je, inclusief accu, aan een riem over je schouder dragen. In 1990 komen de eerste handzame mobiele telefoons in Nederland. De telefoon raakt los van de draad.

1989: PTT wordt KPN
Op 1 januari 1989 gaat het Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie (PTT) verder als zelfstandige onderneming. Voortaan heet het Koninklijke PTT Nederland NV (KPN).

1992: Greenhopper (Kermit)
In 1992 lanceert PTT Telecom Greenpoint. Dit is een netwerk met 5.000 contactpunten, waar je bij onder meer postkantoren en tankstations kunt bellen. Je hebt er een speciale telefoon voor nodig: de Greenhopper. Het toestel heeft ook de naam Kermit, naar de kikker van The Muppet Show. Het is een voordelig alternatief voor het dure autotelefoonnetwerk.

1994: Gsm-netwerk
In 1994 gaat het eerste gsm-netwerk in Nederland van start. Voortaan zijn bellers altijd en overal bereikbaar. De eerste, echte mobiele gsm-telefoons waarmee PTT Telecom de markt opgaat, zijn toestellen zoals de Motorola MicroTAC. Ook wel bekend als de fliptelefoon, vanwege het klepje dat je over het toetsenbord kunt klappen.

Doordat steeds meer huishoudens een eigen telefoon in huis kregen, dreigde in 1995 het aantal telefoonnummers op te raken. Daarom werden in een landelijke omnummeringsactie alle bestaande vaste telefoonnummers vervangen door een tiencijferig telefoonnummer. Iedereen kreeg een omnummerboekje in huis om te zien wat de nieuwe nummers waren.

Dat heette Operatie Decibel, een belangrijke en ingrijpende gebeurtenis, volgens Rex Leijenaar van Autoriteit Consument en Markt (ACM). De toezichthouder beheert de nationale telefoonnummervoorraad en publiceert regelmatig de telecommonitor. Daaruit bleek dat zo’n tien jaar geleden nog ruim zeven miljoen huishoudens een vaste telefoonaansluiting hadden. Nu zijn het er nog maar 3,8 miljoen.

De Pocketline Swing van 1998 is voor velen hun eerste mobiel. Het is een robuust toestel, met een schuifklepje en uitschuifbare antenne. Het is verkrijgbaar in vrolijke kleurtjes. In 1998 zijn er 3 miljoen mobiele aansluitingen.

Op dit moment zijn er 26 miljoen mobiele aansluitingen in Nederland in gebruik en zijn er nog 6,8 miljoen mobiele nummers beschikbaar. Een nieuwe Operatie Decibel lijkt dus voorlopig niet aan de orde.

In 2007 kwam Apple met de iPhone, een ‘smartphone’ zonder toetsenbord, maar mét touchscreen. Daarmee werd de moderne smartphone zoals we die nu kennen geboren; een complete computer in zakformaat. Het was een daverend succes. In Nederland moeten we nog een jaartje wachten. Maar vanaf 2008 kan iedereen beschikken over deze mobiele computer, waarmee je óók kunt bellen. Deze smartphone zorgt voor een ware revolutie. Je gebruikt hem voor e-mail, muziek luisteren, social media, internetbankieren en nog veel meer. Je kunt hem ook koppelen aan een smartwatch die vanaf 2013 doorbreekt. In 2025 betalen mensen aan de kassa vaker met hun smartphone of smartwatch dan met hun bankpas.

Door technologische innovaties worden smartphones steeds slimmer, efficiënter, veiliger en duurzamer. Ze worden dunner en kleiner, de schermen uitklapbaar of oprolbaar en de batterijduur langer. Slimme software en kunstmatige intelligentie (AI) zorgen voor supersnel draadloos internet voor meerdere apparaten tegelijkertijd. Het aantal toepassingen blijft toenemen.

Bronnen: kpn.com; nos.nl; nu.nl; speld.nl; dutchcowboys.nl; umu.nl

Nationaal Hitteplan

Het zomerseizoen staat weer voor de deur en voorbereiden op hitte kan geen kwaad. Hoewel veel mensen genieten van de warmte, kunnen sommige mensen door hitte gezondheidsproblemen krijgen. Daarom is het belangrijk om als het heet is meer aandacht te hebben voor kwetsbare groepen. Zoals ouderen, jonge kinderen en mensen met een chronische aandoening. Daarom is onze oproep: Zorg voor elkaar bij hitte.

Van mei tot september bestaat de kans op aanhoudende hitte. In deze periode kan het RIVM het Nationaal Hitteplan activeren. Het RIVM en het KNMI houden daarvoor de weersverwachting goed in de gaten en informeren u op tijd als het Nationaal Hitteplan wordt geactiveerd.

Op de website van Wandelen in Apeldoorn is een uitgebreid artikel verschenen over het hitteplan. Toespitst op organisaties, maar ook de gewone wandelaar vindt er genoeg informatie over wandelen bij hogere temperaturen.

Als de temperatuur buiten erg hoog oploopt en het langere tijd heet is, zorg dan dat je veel drinkt, extra meet en je medicijnen koel houdt. Volg daarnaast de tips van het RIVM.
De hitteplan-adviezen zijn vrij algemeen: Drink voldoende; Houd uzelf koel; Houd uw woning koel; Zorg voor elkaar.
Op onze website is hierover een apart artikel geplaatst.


Hitteplan bij diabetes

Als de temperatuur buiten erg hoog oploopt en het langere tijd heet is, zorg dan dat je veel drinkt, extra meet en je medicijnen koel houdt. Volg daarnaast de tips van het RIVM.

De hitteplan-adviezen zijn vrij algemeen.
▪ Drink voldoende
▪ Houd uzelf koel
▪ Houd uw woning koel
▪ Zorg voor elkaar

Warmte en diabetes

Wat zijn nu de adviezen met deze warmte als je diabetes hebt? Op de website van Voluit leven met diabetes staat hierover meer informatie.

De invloed van warm weer op diabetes

Warmte heeft een behoorlijke invloed op je insulinebehoefte. Ook tabletgebruikers hoeven soms minder te slikken. Lees hieronder wat warmte met je bloedglucosewaarden en medicatie doet.

Je lichaam heeft minder behoefte aan insuline bij warm weer

Warmte vermindert de insulinebehoefte en zorgt ervoor dat insuline sneller wordt opgenomen. Meet daarom een keer extra voordat je de warmte in gaat en tijdens een dag in de zon. Hoge temperaturen stimuleren de doorbloeding. Voor wie insuline moet spuiten: de gespoten insuline komt door de hoge temperaturen sneller in het bloed terecht, waardoor het effect van de insuline eerder optreedt dan gebruikelijk. Daarom heb je mogelijk minder insuline nodig en ben je gevoeliger voor een hypo.

Veel drinken tijdens warm weer is nog belangrijker als je diabetes hebt

Zweet je door de warmte maar drink je te weinig? Dan werkt de insuline juist minder goed; want door uitdroging, gaat de insuline moeilijker je bloedbaan in. Drink dus veel en wees extra attent als je minder vaak naar het toilet moet dan normaal. Soms is ORS (Oral Rehydration Solution) tegen uitdroging een goede oplossing. Dit is een mengsel van zout en suiker, verkrijgbaar in zakjes en te koop bij de apotheek.

Verder lezen?

Wandelen op latere leeftijd?

Wandelen kun je nog tot op late leeftijd doen. Wandelen is zelfs een hele goede remedie tegen allerlei ouderdomskwalen. Waar moet je op letten als je op latere leeftijd wandelt?

“Tot je 40e zorgt je lichaam voor jou, na je 40e moet jij voor je lichaam gaan zorgen.” Ellen Abbringh, is wandel- en vitaliteits/leefstijl coach. “Niemand is te oud om te (beginnen met) wandelen. Maar na je 40e beginnen er wel dingen in je lichaam te veranderen waar je rekening mee moet houden.”

Wat gebeurt er in je lichaam als je ouder wordt? Ouder worden komt met gebreken, dat is algemeen bekend. Naast een verhoogde kans op bijvoorbeeld hart- en vaatziekten, artrose en diabetes type 2 neemt met het ouder worden van nature de spiermassa af. Niet alleen van de spieren die het skelet ondersteunen, maar ook van je hart en ademhalingsspieren. “Je spieren zijn eigenlijk een soort van energiefabriekjes: meer spieren betekent meer van die energiefabriekjes en dat leidt tot meer energie. Bij een afname van spiermassa volgt automatisch ook het effect van minder energie, dus meer vermoeidheid en een verlaagde stofwisseling, maar ook het risico op vallen. De kans op een hoger vetpercentage en gewichtstoename neemt toe,” legt Ellen uit en vervolgt: “Vrouwen krijgen bij het ouder worden te maken met de overgang. De botkwaliteit wordt dan minder, doordat het lichaam minder oestrogeen aanmaakt. De kans op osteoporose neemt toe en daarmee ook de kans op botbreuken.”

De beste remedie

Wie denkt het ouder worden alleen maar beperkingen met zich mee brengt heeft het mis. Ellen staat voor een actieve levensstijl. “Tot op hoge leeftijd kun je trainen en sterker worden. Juist bewegen is de beste remedie tegen al die ouderdomskwaaltjes. En laat wandelen nu een heel laagdrempelige en ontspannende manier van bewegen zijn, die iedereen op zijn of haar eigen niveau kan doen.”

“Met wandelen train je namelijk je hartspier en verbeter je je uithoudingsvermogen. Het hart pompt meer bloed rond en wordt sterker. Je gebruikt natuurlijk ook je benen en romp, waardoor je de spieren en botten sterker maakt. Een verhoging van de spiermassa zorgt voor meer van die eerder genoemde energiefabriekjes en dus meer energie en een minder vermoeid gevoel. Daarnaast verbeter je de stofwisseling, waardoor het vetpercentage naar beneden gaat en de kans op diabetes type 2 en obesitas afneemt. Bovendien verlaagt wandelen de kans op hart- en vaatziekten, beroertes, heupfracturen en heeft het een positief effect op je levensduur. Niet onbelangrijk: met een actieve leefstijl versterk je je immuunsysteem.”

Ook Erik Scherder, hoogleraar neuropsychologie, is een promotor van een gezonde leefstijl en een groot voorstander van het blijven of gaan bewegen. De voordelen van wandelen zijn namelijk enorm en hebben een grote positieve invloed op het brein. Wandelen heeft een gunstig effect op je hersenen, je stemming en geheugen.

Rustig opbouwen

Ellen moedigt iedereen aan om te gaan wandelen. “Niet iedereen kan direct kilometers achter elkaar wandelen. Als je lang niets gedaan hebt, is het belangrijk om langzaam op te bouwen. Kijk naar je eigen mogelijkheden en begin bijvoorbeeld met een keertje op en neer door de straat te lopen. Het zou mooi zijn als je dit dan kan uitbouwen naar matig intensief: een hogere hartslag, een beetje hijgen mag best. En als je wat sterker wordt, kun je een steviger wandeltempo proberen. Je mag best je grens opzoeken. Voor 55+’ers is de beweegnorm vijf keer per week 30 minuten matig intensieve inspanning. De grootste gezondheidswinst is om inactieve mensen naar die norm te krijgen.”

Vallen

Toch is er ook een risico voor ouderen die (beginnen met) wandelen. Ellen begeleidt als wandelcoach veel mensen. “Ik zie weinig blessures ontstaan door het wandelen. We bouwen de belasting rustig op, zodat pezen, spieren en gewrichten aan de belasting kunnen wennen. Maar wat ik wel zie is dat oudere mensen een verhoogde kans hebben om te struikelen of te vallen en daardoor blessures oplopen.” Die verhoogde kans op struikelen en vallen kan ook letterlijk een drempel zijn om de deur uit te gaan.

Verbinding

“Voor veel ouderen is het best een stap om voor het eerst de deur uit te gaan. Ik hoor vaak zeggen: ‘alleen zou ik dit niet zo snel doen’. Daarom als tip om een groepje gelijkgestemden te zoeken om samen mee te wandelen. Wandelen is niet alleen belangrijk voor de algehele conditie, maar ook voor verbinding en de mentale gezondheid. Tijdens het wandelen is er alle tijd voor een goed gesprek, je komt misschien op plekken waar je anders niet snel komt, je bent even weg van het eigen eilandje en kunt genieten van de natuur en een andere omgeving. Ook gezelligheid, gezondheid en het hoofd leeg maken zijn redenen die ik vaak hoor van mensen die bij mij training volgen. En als je al wat langer aan het wandelen bent, is het ook leuk om een doel voor ogen te hebben, of een stok achter de deur. Of dat nu het wandelen van een bepaalde afstand of route is of een evenement, die hopelijk in de toekomst weer veelvuldig georganiseerd kunnen worden.”

Bron: Wandel.nl

Ouderen moeten in beweging blijven, zoveel is zeker. Maar wat als ze nou net een beetje harder zouden lopen? Dat is nóg beter om fit te blijven, concluderen onderzoekers.

Het is voor ouderen belangrijk dat ze niet te kwetsbaar worden. Dat verhoogt het risico op vallen, ziekenhuisopname en verlies van onafhankelijkheid. En dat pad wil je niet op. Als ouderen langzamer gaan bewegen, vermoeid zijn, afvallen of zich algeheel zwak voelen, is dat een teken dat de kwetsbaarheid toeneemt. Deze tendens hangt vaak samen met hoe actief iemand is. En hoewel 70-plussers zich steeds vaker nog in het zweet werken in de sportschool, is er ook een aardig deel dat al blij is met een wandeling.

Verder dan de praattest
Volgens de onderzoekers is wandelen daarom een belangrijke manier om ouderen in beweging te houden. Daarbij stelden ze zich de vraag: hoe snel moeten ze lopen voor het meeste gezondheidsvoordeel? Traditioneel wordt de ‘praattest’ gebruikt om de intensiteit te bepalen: mensen worden aangemoedigd om in een tempo te lopen waarbij het moeilijk is om te zingen, maar waarin ze nog wel comfortabel kunnen praten. Deze methode is echter subjectief en moeilijk consistent toe te passen.

En bovendien: het mag wel een tandje harder. Onderzoekers van de University of Chicagohebben aangetoond dat iets sneller lopen, namelijk 14 stappen per minuut meer dan iemands gebruikelijke tempo, leidde tot een aanzienlijke verbetering van de gezondheid bij kwetsbare ouderen. In een tweede studie testten de onderzoekers een zelf ontwikkelde smartphone-app die is ontworpen om het wandeltempo nauwkeurig te meten, want anders valt het natuurlijk niet mee om bij te houden of je nu 14 stappen per minuut extra hebt gezet of niet. De app bleek een groot succes.

Praktische aanpak
Je zult denken: wat maakt het uit hoeveel stappen je per minuut zet, maar het is simpelweg een praktische manier om de intensiteit van lichaamsbeweging te meten. “Oudere volwassenen lopen een hoog risico op complicaties bij operaties”, vertelt anesthesist Daniel Rubin van UChicago Medicine over de aanleiding van de studie. “Normaal gesproken vertrouwen chirurgische teams op vragenlijsten over fysieke functies om patiënten in risicogroepen in te delen, maar ik dacht dat er een manier moest zijn om objectievere meetmethoden te ontwikkelen.”

Verder lezen? sientias.nl

Geheugenproblemen passend bij de leeftijd

Als u ouder wordt vinden er veranderingen in de hersenen plaats, zoals verminderde bloedtoevoer en minder verbindingen tussen cellen. Hierdoor kunt u ook vergeetachtiger worden.

Ouderdom komt met gebreken, zeggen we allemaal wel eens. Iedereen weet dat je op latere leeftijd lichamelijk minder sterk, soepel en snel wordt. Dat ook het denken met de leeftijd minder goed gaat, is iets waar we ons veel minder vaak bewust van zijn. De meeste mensen merken als ze ouder worden de volgende veranderingen:

  • een wat trager denktempo;
  • meer moeite om de aandacht ergens bij te houden;
  • meer moeite om iets te onthouden, vergeetachtigheid;
  • lastiger op woorden en namen komen.

De vergeetachtigheid, die veel mensen ervaren, is vaak het gevolg van het wat langzamere tempo van denken en de verminderde aandacht. Dit kan er voor zorgen dat u vaker spullen kwijt bent, niet op een naam kan komen of vergeet wat u van plan was te gaan doen.

Er zijn ook andere oorzaken die klachten van de denkfuncties kunnen veroorzaken, bijvoorbeeld:

  • spanningen en drukte;
  • emotionele problemen (somberheid of angst);
  • onzekerheid over uw eigen denkvermogen;
  • lichamelijke oorzaken;
  • bijwerkingen van medicijnen.

Voor meer informatie over de hersenen en veroudering, kijk op

Wat kunt u zelf doen? Op de website van BreinZorg leest u meer over omgaan met geheugenproblemen en beschikbare ondersteuning. 

Op de website van BreinZorg kan je een leefstijltest invullen. Op basis van de uitslag van deze test worden er modules aanbevolen waarmee je kunt werken aan het verbeteren van je leefstijl. Hiermee verlaag je je risico op dementie zoveel als mogelijk is. In het totaal hebben we 16 modules ontwikkeld, waaronder Roken, Alcoholgebruik, Voeding, Gehoor en Slaap. Nadat  je een module hebt doorlopen, kun je een concreet en persoonlijk doel opstellen.

Bron: Jeroen Bosch Ziekenhuis en Breinzorg

Tips bij digitale zaken

Steeds meer zaken regelen we digitaal: met een computer, een tablet of de mobiele telefoon. Maar als je daarmee niet bent opgegroeid, is dat niet zo gemakkelijk. Een groot aantal mensen heeft moeite mee te komen in deze digitale wereld, onder wie ouderen, laaggeletterden en migranten. BeterOud wil meehelpen die digitale kloof te verkleinen en verzamelt kennis en goede voorbeelden.

Lees meer: beteroud.nl

Het consortium BeterOud bestaat uit partijen die samenwerken en daar afspraken over maken. Binnen BeterOud zetten ouderen, professionals en organisaties zich samen in om ouderen hun leven zo zelfstandig en waardevol mogelijk te laten leiden. Ook als zij afhankelijk worden van zorg of ondersteuning.