Overprikkeling – herken je dit?

Een druk festival bezoeken, een kinderfeestje met drukke kinderen die allemaal iets anders willen, boodschappen doen in een overvolle supermarkt. Het zijn typische voorbeelden van situaties waarbij je veel prikkels tegelijk te verwerken krijgt en die kunnen zorgen voor overprikkeling.
Overprikkeling komt niet alleen voor bij hoogsensitieve mensen (HSP) of mensen met Niet-Aangeboren Hersenletsel (NAH), ADHD of een Autisme Spectrum Stoornis (ASS). Ook als je gevoelig bent voor prikkels, kunnen sommige situaties ervoor zorgen dat je het gevoel hebt dat je hoofd ontploft van alle indrukken.

Wat is overprikkeling?

Een prikkel is een stukje informatie dat binnenkomt via onze zintuigen. Zo kunnen we prikkels bijvoorbeeld zien, horen, voelen, ruiken, en proeven. Overprikkeling betekent dat die stukjes informatie niet goed door de hersenen worden verwerkt.
Mensen met een hersenaandoening verwerken prikkels dus op een andere manier. Zo kunnen ze eerder en vaker overprikkeld raken dan andere mensen. De berg aan onverwerkte prikkels wordt dan niet helemaal goed verwerkt.

Normaal gesproken zorgen de hersenen er op verschillende manieren voor dat alle prikkels goed verwerkt worden. Als dit mis gaat kun je veel meer prikkels ervaren dan normaal of kost het meer moeite om prikkels te verwerken. Gevolg is dat veel prikkels om je aandacht vragen. Het geeft  een druk en vermoeiend gevoel, maar kan ook leiden tot een zeer ernstige handicap. 

Meer informatie hierover is onder andere te vinden op de volgende websites: Hersenstichting, Hersenletsel-uitleg of DiSofa.

Publicatie: 16-08-2021; gewijzigd: 07-01-2026

Nieuwe preventiestrategie

De gezonde keuze moet de makkelijke keuze worden

Gezond kiezen is niet altijd makkelijk – of soms niet eens mogelijk. Staatssecretaris Karremans (Jeugd, Preventie en Sport) kiest met zijn nieuwe preventiestrategie voor een andere benadering: meer gezonde keuzevrijheid, en meer slimme ondersteuning om die keuze ook echt te kunnen maken. Met extra aandacht voor de jeugd. De ministerraad heeft ingestemd met deze nieuwe, samenhangende aanpak van het preventiebeleid.

De nieuwe preventiestrategie richt zich op 7 omgevingen waarin kinderen en jongeren opgroeien en zich ontwikkelen: thuis, op school, op het werk, in de supermarkt, online, in de zorg en tijdens een dagje uit. In al die omgevingen moet gezond leven makkelijker worden. De ambitie blijft: een gezonde generatie in 2040. Maar de manier waarop verandert. Uitgangspunt daarbij is: niet door dingen op te leggen, maar juist door gezonde keuzes aantrekkelijker, eenvoudiger en logischer te maken.

Hoewel steeds meer mensen gezondere keuzes maken – er wordt minder gerookt en er is minder problematisch alcoholgebruik onder volwassenen – zijn er ook zorgwekkende ontwikkelingen. We hebben te maken met dalende vaccinatiegraden, vapen en de gevolgen daarvan neemt zorgwekkende vormen aan, en in plaats van sporten en bewegen besteden kinderen veel tijd achter schermen en op sociale media. Dat heeft serieuze gevolgen voor de gezondheid op lange termijn en ook voor de betaalbaarheid van de zorg in de toekomst. De nieuwe strategie zet in op preventie waar het de meeste impact heeft: bij de jeugd, en daar waar de leefomgeving veel invloed heeft.

Op de website van Gezondheidsnet staat een artikel met 12 simpele trucs om lang en gezond te leven. Wat kun je in en rond je huis veranderen om gezond oud te worden? Met deze tips leef je actiever, maak je gezondere keuzes en verklein je het risico op onder andere hartziekten, kanker en dementie.
Lees verder…..

Publicatie: 20-04-2021; gewijzigd: 30-12-2025

Het effect van gezond eten op reuma

Gezond eten, en vooral plantaardig eten, heeft een directe link met reuma. Wat heeft de zelfgemaakte tomatensaus, broccoli en een pan vol groentes te maken met reuma? Misschien meer dan je denkt. Steeds meer onderzoek laat zien dat leefstijl invloed heeft op reuma. 

Reuma gaat  vaak gepaard  met langdurige ontstekingen in het lichaam. Uit onderzoek blijkt dat leefstijl – dus wat je eet, hoeveel je beweegt, hoe goed je slaapt en hoe je met stress omgaat – veel invloed kan hebben op die ontstekingen. Kleine veranderingen kunnen al verschil maken.
Belangrijk is om niet te streven naar perfectie, maar naar consistentie: iets kleins veranderen en dat volhouden, levert op de lange termijn meer op dan ineens alles tegelijk willen aanpassen.

Een plantaardig voedingspatroon helpt het lichaam om beter in balans te komen. Groente, fruit, en vezels zorgen voor gezonde darmen. En gezonde darmen zijn belangrijk bij het verminderen van ontstekingen. Hoe meer je van deze plantaardige producten eet, hoe groter de kans dat je lichaam goed blijft functioneren.
Het is ook beter voor het klimaat. In internationale voedingsrichtlijnen zie je daarom ook steeds vaker het advies om meer plantaardig te eten.

Let op: plantaardig eten betekent niet automatisch gezond eten. Er zijn ook plantaardige producten die sterk bewerkt zijn en minder goede voedingstoffen bevatten. Het draait om balans en het maken van bewuste keuzes.

Bewegen is belangrijk, zeker bij reuma. Mensen die regelmatig bewegen hebben een lager risico op chronische aandoeningen. Beweging helpt ook om spiermassa te behouden, wat belangrijk is bij mensen die minder actief zijn door pijn of vermoeidheid. Zelfs een rustige wandeling of lichte oefeningen kunnen al helpen.

Stress en slecht slapen kunnen reumaklachten verergeren. In het webinar werd benadrukt hoe belangrijk slaaproutine is. Denk aan op tijd naar bed, geen schermen meer in de avond, en genoeg ontspanning overdag. Meer zingeving in het dagelijks leven helpt ook bij het omgaan met stress.

Roken verergert reumatische klachten. Het verhoogt ontstekingen en vertraagt het herstel. Ook alcohol is niet onschuldig. Minder en bewuster drinken is beter. Af en toe een glaasje is bijvoorbeeld beter dan één keer per week meerdere glazen achter elkaar. Maar het blijft natuurlijk het best om niet te drinken.

Meer informatie: Lees verder op de website van Reuma Zorg Nederland.

Publicatie van 2020 geheel gewijzigd met nieuwe inzichten!

Blessure en toch wandelen?

Wandelen is voor veel mensen een vanzelfsprekende en relatief zachte vorm van beweging. Maar wat doe je als je een blessure hebt? Mag je dan nog wandelen? En zo ja: hoe pak je dat verantwoord aan, zodat je herstel niet ondermijnd wordt?
Hieronder lees je wat je wel en niet met een blessure kunt doen, aangevuld met een paar praktische tips.

Wandelen kan tijdens een herstelperiode meerdere voordelen hebben. Zelfs lichte inspanning zorgt al voor een betere doorbloeding, wat het afvoeren van afvalstoffen stimuleert en het herstel van weefsel ondersteunt. Daarnaast helpt wandelen om de conditie te behouden of zelfs licht op te bouwen, zeker wanneer intensievere sporten tijdelijk niet mogelijk zijn. Ook mentaal heeft wandelen een positief effect: stilzitten kan frustrerend zijn, terwijl een rustige wandeling de kans biedt om toch actief te blijven, frisse lucht op te doen en het hoofd leeg te maken. Niet voor niets wordt bewegen in de Nederlandse richtlijnen gezien als een belangrijk onderdeel van een gezonde leefstijl.

Toch is het geen vrijbrief om zomaar te blijven doorstappen: het is belangrijk slim te kiezen wat wél en wat beter niet kan.

Voordat je besluit te gaan wandelen, dien je te weten wat de blessure is. Gaat het om:

  • Een verstuiking (enkel, knie)
  • Spier- of peesblessure (hamstring, kuit, achillespees)
  • Een ontsteking (bv. slijmbeursontsteking, tendinitis)
  • Een breuk of verzwakking van bot (stressfractuur)
  • Een overbelasting van je benen (heup, knie, kuit, enkel)

Afhankelijk van het type, de ernst en de fase van genezing gelden andere regels. Bij een acute blessure met beschadigd weefsel, duidelijke zwelling en scherpe pijn, is het vooral belangrijk in de eerste fase rust te nemen. Overleg zo nodig met een fysiotherapeut of sportarts. In Nederland is sportgeneeskunde inmiddels officieel erkend als medisch specialisme, waardoor sportartsen goed advies kunnen geven over de combinatie van bewegen met een blessure.


Start met korte wandelingen van vijf tot tien minuten en kijk hoe je lichaam reageert. Op die manier bouw je rustig op zonder onnodig risico te nemen.

Draag goede schoenen
Schoenen met voldoende demping en ondersteuning zijn belangrijk. Versleten of slecht passende schoenen kunnen de blessure juist verergeren.

Kies een veilige ondergrond
Loop bij voorkeur op een vlak en stabiel terrein. Een ongelijke ondergrond vergroot de kans op verzwikken of overbelasting.

Houd zeker in het begin het tempo rustig
Zorg dat je in een tempo wandelt waarbij je nog kunt praten zonder buiten adem te raken en zonder dat de pijn toeneemt.

Verdeel je inspanning
Niet in een keer een langere afstand. Meerdere korte wandelingen op een dag zijn vaak beter dan één lange tocht. Zo gun je je lichaam tussendoor meer hersteltijd. Je lichaam zal altijd, vaak onbewust, je houding aanpassen om minder pijn te voelen. Daarom ook niet te lang wandelen in het begin en probeer altijd rekening te houden met je wandelhouding.

Gebruik hulpmiddelen indien nodig
Als het lastig is om je volledige gewicht te dragen, kan een wandelstok of kruk tijdelijk ondersteuning bieden. Goede nordic-walking stokken zijn een goed alternatief om als steun te gebruiken. Denk daarbij niet aan wording-walking-wandelen, maar gewoon als steun, ook voor je evenwicht. Gebruik één stok zeker niet te lang, voorkomt andere blessures.

Werk ook aan mobiliteit en stabiliteit
Combineer wandelen met zachte rekoefeningen of lichte stabiliteitstraining, zolang de blessure dit toelaat. Dit ondersteunt het herstel. Vraag rustig een ander tijdens het wandelen eens of je bijvoorbeeld ‘waggelt’ of ‘slingert’.

Luister naar je lichaam
Krijg je later op de dag meer pijn of neemt de zwelling toe, dan is dat een teken dat je te ver bent gegaan. Pas je belasting daarop aan. Zeker op oudere leeftijd duurt het herstel langer dan je zelf wilt. Zwem je wel eens? Dan is het zeker aan te bevelen dat weer eens te gaan doen.

Bouw rustig verder
Merk je dat wandelen steeds makkelijker gaat? Dan kun je de duur, frequentie of de ondergrond geleidelijk wat uitdagender maken.

Sommige keuzes lijken onschuldig, maar kunnen je blessure juist en ongemerkt verergeren. Door een paar valkuilen bewust te vermijden, verklein je de kans dat je herstel onnodig langer duurt. Vermijd lange afstanden Het is verleidelijk om meteen weer een flinke wandeling te maken, zeker als je je energie kwijt wilt. Toch vergroot je daarmee de kans op overbelasting. Bij een blessure is weefsel vaak nog kwetsbaar en te veel kilometers achter elkaar kunnen het herstelproces flink vertragen. Houd het daarom in de beginfase bij korte afstanden en breid pas uit wanneer je lichaam duidelijk aangeeft dat het daar klaar voor is.

Pas op met hellingen en trappen
Hellingen en trappen lijken misschien een goede manier om je spieren te versterken, maar ze belasten gewrichten, pezen en spieren vaak veel zwaarder dan je denkt. Zeker bij knie- en enkelklachten kan het traplopen de blessure verergeren. Kies liever voor vlak terrein totdat je zeker weet dat je weer stabiel genoeg bent om die extra belasting aan te kunnen.

Laat ruwe ondergrond links liggen
Onverharde bospaden, grind of hobbelige trottoirs kunnen voor gezonde wandelaars uitdagend zijn, maar met een blessure vergroten ze het risico op verzwikken of opnieuw letsel oplopen. Juist omdat stabiliteit tijdelijk verminderd kan zijn, is het verstandiger om voorlopig te kiezen voor asfalt, verharde paden of een loopband. Dat geeft je de kans te focussen op herstel zonder onverwachte misstappen.
Besef wel dat een loopband geen vervanging is van wandelen in de buitenlucht. Vooral evenwicht en oriëntatie zijn bij wandelen in de buitenlucht belangrijk. Daarbij komt vaak ook het sociale aspect.

Negeer geen pijnsignalen
Een beetje stijfheid of ongemak kan normaal zijn bij herstel, maar scherpe of stekende pijn is dat niet. Toch blijven veel mensen doorlopen in de hoop dat het vanzelf overgaat. Daarmee kun je het probleem echter alleen maar groter maken. Luister naar de signalen van je lichaam: pijn is er niet voor niets en is vaak de duidelijkste waarschuwing dat je een stap terug moet doen.

Plan voldoende rustmomenten
Rustdagen zijn geen zwaktebod, maar juist een essentieel onderdeel van je herstel. Tijdens rust kan het lichaam herstellen, weefsel opbouwen en sterker worden. Wie te snel weer elke dag intensief wandelt, loopt het risico dat het weefsel onvoldoende tijd krijgt om te genezen. Bouw dus bewust rustmomenten in, zodat inspanning en herstel elkaar in balans houden.

Zie wandelen niet als enige oplossing
Wandelen is een toegankelijke vorm van bewegen, maar het hoeft niet de enige te zijn. Soms is een alternatieve, minder belastende activiteit beter geschikt, zoals rustig fietsen op een hometrainer of zwemmen in een zwembad. Zo blijf je in beweging zonder dat je je blessure te veel onder druk zet.

Zoek op tijd begeleiding
Twijfel je of je goed bezig bent, of merk je dat klachten aanhouden of zelfs erger worden? Dan is professionele begeleiding geen overbodige luxe. Een fysiotherapeut of sportarts kan gericht meekijken, inschatten welke belasting wél mogelijk is en een plan maken dat past bij jouw herstel. Daarmee verklein je de kans op terugval en weet je zeker dat je verantwoord bezig bent.

Hoe je wandelen inzet tijdens herstel hangt sterk af van de aard van de blessure.
Bij een lichte enkelverstuiking is het in de eerste dagen vaak lastig om je gewicht volledig te dragen. Hierbij klapt de enkel naar binnen of naar buiten. Komt meestal voor bij wandelaars met lage schoenen, maar ook bij hoge schoenen kan een ongelukkige stap tot een verzwikking leiden. Eerst rust, eventueel een zwachtel of elastische kous. Ook koelen of met het been omhoog zitten gaat de zwelling tegen. Bij een zware verzwikking is doktershulp gewenst.Zodra de pijn en zwelling afnemen, kun je korte stukjes lopen op vlak terrein, eventueel met steun van een brace.
Bij een achillespees- of kuitblessure is voorzichtigheid nog belangrijker: begin met zeer korte wandelingen en vermijd hellingen of plots versnellen. Een achillespeesblessure is een verraderlijke kwaal: als je er echt last van begint te krijgen, is het vaak al te laat. Het duurt bovendien lang voordat pijnlijke achillespezen helemaal hersteld zijn, niet zelden enkele maanden tot een jaar. Ook een kuitblessure of zweepslag is vaak erger dan je denkt. Ook dit vraagt tijd en langzaam opbouwen is heel belangrijk. Blessure blijft anders terugkomen met steeds langere periode van herstel of ontstekingen tot gevolg.
Knieklachten vragen om stabiliteit en een zachte ondergrond, zodat de knie niet onnodig zwaar belast wordt. Het is vaak een verraderlijke wandelblessure: de pijn komt langzaam op, maar zodra die een probleem begint te worden, is het al te laat en kom je er moeilijk vanaf. Wandelaars met zwakke knieën raad ik daarom aan om met wandelstokken te wandelen. Ze geven stabiliteit tijdens het wandelen, ontlasten de knieën.
Lage rugklachten reageren vaak juist positief op rustig wandelen; het houdt de spieren soepel, zolang je het niet te lang of te zwaar maakt. Bij stressfracturen of botproblemen ligt dat anders: volledige belasting is pas weer veilig als een arts aangeeft dat het bot voldoende hersteld is.
Bij overbelasting heb je klachten die kunnen voorkomen in vooral in een heup, knie of kuit, soms afwisselend in elk gewricht. Niet te lang negeren en kmt het vaker voor, laat er naar kijken door arts, fysiotherapeut. Kijk ook naar je schoenen en een podoloog kan je daarbij adviseren.

Wandelen kan vaak een veilige manier zijn om in beweging te blijven, maar soms is extra begeleiding noodzakelijk. Blijft de pijn of zwelling aanwezig, ook al bouw je je wandelingen voorzichtig op, dan is dat een duidelijk signaal dat er meer aan de hand kan zijn. Ook wanneer het lopen zelf zo beperkt blijft dat gewone dagelijkse activiteiten lastig worden, is het verstandig om professionele hulp te zoeken.
Heb je het vermoeden dat de blessure ernstiger is, bijvoorbeeld door een mogelijke breuk of schade aan de gewrichtsbanden, dan is het belangrijk dit niet zelf te blijven aankijken. Hetzelfde geldt als je klachten je werk, sport of dagelijks leven sterk beïnvloeden.
Een sportarts of gespecialiseerde fysiotherapeut kan dan veel betekenen. Zij kunnen met een belastbaarheidstest inschatten welke vormen van bewegen wel of juist niet geschikt zijn en samen met jou een plan maken om stap voor stap en op een veilige manier te herstellen.

Kriebel in je benen en een drang om ze te bewegen?

Zolang je rondloopt, gaat het wel. De problemen beginnen pas als je stilzit. De jeuk, kriebel en het prikkelende gevoel in je benen. Je móet je benen bewegen. Herkenbaar? Dan heb je misschien last van het Restless Legs Syndrome (RLS). 
Je zit net lekker en dan beginnen je benen te prikkelen. Sommige mensen vergelijken het gevoel met insecten die in je benen kruipen. Bewegen helpt, maar niet voor lang. Een eindje lopen verlicht de klachten, maar zo gauw je weer zit, komt het terug. Hoe langer je rust, hoe erger het wordt.

Restless Legs (RLS), ofwel kriebel in je benen of rusteloze benen, zijn geen pretje. Sterker nog, wanneer je langdurig last hebt van RLS kan dit leiden tot ernstige vermoeidheid en slaapgebrek. Gelukkig valt er iets aan te doen.
Het is altijd zinvol om eerst een goede diagnose te krijgen van een arts, om zeker te weten dat het om RLS gaat. Daarna kun je zelf een aantal aanpassingen doen in je leefstijl, om de klachten enigszins te verminderen.

Wandelen in de regen

Waarom wandelen in de regen wél een goed idee is

Wandelen in de regen slaan we vaak over. Maar dat is zonde, want juist dan kan een frisse neus wonderen doen. De lucht is schoner, de omgeving rustiger en u voelt zich vaak energieker dan verwacht. Daarom citeren we dit bericht van de website MaxVadaag.

Bij een regenbui stroomt lucht uit de bovenste luchtlagen mee naar beneden. Mensen ervaren dit als ‘frisse lucht’, omdat de lucht als het ware wordt schoongewassen. Regen zuivert de lucht van stofdeeltjes, pollen, allergenen en andere vervuilende stoffen, waardoor u letterlijk schonere lucht inademt.

Tijdens een regenbui dalen de luchtdruk en de temperatuur, waardoor er tijdelijk meer zuurstof in de lucht aanwezig is. Dat zorgt ervoor dat u zich fris en energiek kunt voelen tijdens een wandeling. Ook zorgt die frisse lucht voor een hogere luchtvochtigheid, wat goed is voor uw huid: het voorkomt uitdroging en helpt uw huid soepel te houden. Bovendien beperkt een hoge luchtvochtigheid de verspreiding van virusdeeltjes in de lucht. Een regenachtige dag blijkt dus juist een uitstekend moment om naar buiten te gaan.

Wanneer u een wandeling maakt in de regen, verbrandt u meer calorieën dan wanneer het buiten droog is. Dat komt onder andere door de lagere temperatuur: uw lichaam moet harder werken om op temperatuur te blijven, en dat kost energie. Daarnaast bent u in de regen vaak alerter, omdat u bewust probeert niet uit te glijden of in een plas te stappen. Die verhoogde concentratie en extra inspanning zorgen samen voor een iets hogere calorieverbranding.

Het is niet voor niets dat sommige mensen regengeluiden gebruiken om in slaap te vallen. Regen heeft voor velen een kalmerend effect, ook tijdens het wandelen. Het getik van de druppels, de rust op straat en de geur van regen zorgen voor een rustgevend gevoel. De combinatie van deze prikkels kan stress verminderen en helpt u om beter in het moment te zijn.

Een regenbui heeft u niet in de hand. Door toch naar buiten te gaan, leert u omgaan met omstandigheden die u niet kunt veranderen. U traint uzelf om niet meteen op te geven als het tegenzit. Ook geeft het vaak een prettig gevoel van voldoening zodra u weer thuis bent.

Het belangrijkste is natuurlijk dat u veilig de weg op gaat. In de regen ziet u minder van de weg en het verkeer, en zeker als het schemert of donker is, kan dat risico’s geven. Bereid u daarom goed voor als u naar buiten gaat. Draag meerdere (waterdichte) lagen, kies schoenen met een stevige zool en goede grip en zorg dat u goed zichtbaar bent met reflecterende details of een lampje. In dit artikel leest u meer over hoe u goed zichtbaar de weg op kunt.

Bronnen: Decathlon, Margriet, Maxvandaag.nl.

Ouderenmishandeling

Ouderenmishandeling is mishandeling van een persoon van 65 jaar en ouder. Onder ouderenmishandeling valt bijvoorbeeld lichamelijke, seksuele en psychische mishandeling, verwaarlozing en financiële uitbuiting. Ouderenmishandeling komt voor in gezins- of familierelaties, maar ook in relaties met beroepskrachten. De mishandeling kan het resultaat zijn van zowel actief (plegen van handelingen) als passief gedrag (nalaten van handelingen).

Het risico op ouderenmishandeling neemt toe met het ouder worden. Uit onderzoek blijkt dat het  risico op ouderenmishandeling groter wordt naarmate de oudere meer zorg nodig heeft. Ouderenmishandeling kan plaatsvinden bij de oudere thuis, maar ook in verzorgings-, verpleeg- en ziekenhuizen. Als er sprake is van ouderenmishandeling in een verzorgings-of verpleeghuis of ziekenhuis moet de inspectie ingeschakeld worden in plaats van Veilig Thuis.

De oudere is afhankelijk van de pleger. Vaak is de pleger een naaste van het slachtoffer, bijvoorbeeld een dochter, zoon, echtgenoot of kleinkind. Soms hebben plegers zelf problemen, bijvoorbeeld met alcohol of drugs of op financieel gebied. Het kan ook zijn dat iemand de langdurige verzorging van de oudere steeds meer ervaart als een last die te zwaar op zijn of haar schouders drukt. Dit wordt ook wel ontspoorde mantelzorg genoemd. De mishandelingen zijn bij ontspoorde mantelzorg vaak niet moedwillig.

Soms komt ouderenmishandeling voort uit een lange traditie van familiegeweld en conflicten in gezin of familie. Plegers weten heel goed weten wat ze doen. Ze handelen uit financieel gewin, desinteresse of wraak. De oudere is nu afhankelijk van diegene die vroeger bijvoorbeeld mishandeld is door de oudere.

Signalen van ouderenmishandeling

  • Onverklaarbare verandering van gedrag: de oudere is bijvoorbeeld plotseling verdrietig, angstig of neerslachtig
  • De huishouding en de verzorging van de oudere worden verwaarloosd
  • De oudere geeft onsamenhangende of tegenstrijdige verklaringen voor lichamelijke verwondingen
  • De oudere krijgt geen kans met de hulpverlener te praten zonder aanwezigheid van de vermoedelijke dader
  • De dader probeert hulpverleners zo veel mogelijk buiten de deur te houden of om de tuin te leiden
  • De verzorger vertoont verschijnselen van overbelasting
  • De verzorger is onverschillig over het welzijn van de oudere
  • De verzorger scheldt of schreeuwt tegen de oudere in het bijzijn van een hulpverlener

Denkt u dat er sprake is van ouderenmishandeling? Bij Veilig Thuis zijn er deskundige medewerkers met wie u hierover kunt praten. Ook als het om iemand anders gaat.  Zij bieden hulp, advies en ondersteuning. Is er direct gevaar, bel dan met 112. Bel met Veilig Thuis via 0800-2000 als er geen direct gevaar is. Dit kan 24 uur per dag, zeven dagen per week. U kunt ook anoniem bellen.

Bron: VeiligThuis

Meer informatie: Rijksoverheid; Trimbos instituut; Slachtofferwijzer

Praat vandaag over morgen

Het lijkt misschien nog ver weg, maar wie straks ook vol van het leven wil blijven genieten, praat vandaag over morgen. Bijvoorbeeld over wat je voor elkaar kunt doen als er later zorg nodig is, hoe je fit blijft en wat je kunt doen om later prettig te wonen. Wat vind jij belangrijk? Zet een eerste stap. Want wat je nu bespreekt, maakt straks het verschil.

In 2019 is Praat vandaag over morgen gestart. Een publieksaanpak om heel Nederland te betrekken bij de toekomst van de ouderenzorg. Praat vandaag over morgen is een initiatief van ActiZ, branchevereniging van zorgorganisaties. Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) versterkt Praat vandaag over morgen in 2024 met de start van een landelijke publiekscampagne: ‘Wat vind jij belangrijk voor later?’ om het gesprek over later te stimuleren. 

In opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport deed onderzoeksbureau Kien in februari 2024 een onderzoek onder 1.043 Nederlanders tussen de 60 en 75 jaar. Hierin stonden vragen centraal als: In hoeverre zijn mensen tussen de 60 en 75 jaar al met de toekomst bezig? Hoe leven deze mensen nu? En hoe zien ze hun leven voor zich over 10 jaar?

Hieruit bleek dat 1 op de 2 over de toekomst praat. Van hen vindt 85% dit heel nuttig. De woning blijkt het meest besproken onderwerp. Maar liefst 76% heeft het hierover. Andere onderwerpen waar mensen tussen de 60 en 75 jaar veel over praten, zijn hoe ze jong van geest blijven (72%), fit blijven (67%) en hoe ze een sociaal leven behouden (63%).

Wat verder opvalt in het onderzoek: 35% van de ondervraagden geeft aan dat hun huis niet geschikt is om later in te blijven wonen. Toch blijft 80% het liefst in hun huidige woning wonen. 

Als u ouder wordt, neemt de kans op aandoeningen en beperkingen toe. Een goede voorbereiding op het ouder worden is dan ook belangrijk om uzelf te blijven redden. Dat begint met praten en nadenken over het wonen. Hoe en waar wilt u wonen? Is uw woning al geschikt voor eventuele thuiszorg? Belangrijk zijn ook de sociale contacten, leefstijl en activiteiten doen.

Hoe bereidt u zich voor op de toekomst?
Met ‘Krachtig ouder worden – praat vandaag over morgen’ zet de Seniorencoalitie een brede, maatschappelijke dialoog voort in een ouder wordende samenleving. Tot en met 2026 faciliteert de Seniorencoalitie regiobijeenkomsten en gesprekken in de buurt voor mensen vanaf rond de 60 jaar. Samen gaat u in gesprek over die ene vraag: hoe bereidt u zich voor op de toekomst? U bent van harte welkom!

In gesprek over wonen, zorg, contact en fitheid
Onder begeleiding van ervaren gespreksbegeleiders delen mensen hun verhalen en gaan ze in gesprek over onderwerpen die hen bezighouden. Op het gebied van wonen, zorg, sociaal contact en fit blijven. Hoe blijft u vitaal? Wat kunt u zelf doen en van wie kunt u hulp krijgen? Maar ook: wat heeft u als senior te géven met uw levenservaring? En wat wilt u graag nog doen en bereiken?