Robots in de zorg

Personeelstekort, oplopende zorgkosten en hoge administratieve lasten: de Nederlandse zorgsector verkeert in zwaar weer. Zijn robots en kunstmatige intelligentie hét antwoord op deze knelpunten? ‘Kunstmatige intelligentie kan zorgen voor efficiëntere, betere zorg en betekenisvollere communicatie.’

Enerzijds voor heel taakgerichte functies, zoals een robot die medicijnen rondrijdt om op de juiste plek te leggen, zodat een zorgmedewerker de soms lange afstanden in een ziekenhuis niet hoeft af te leggen. 

Verder lezen?

In de afgelopen jaren heeft technologie de gezondheidszorg enorm veranderd. Een van de grootste ontwikkelingen op dit gebied is de opkomst van zorgrobots. Deze robots zijn ontworpen om verschillende aspecten van de gezondheidszorg te verbeteren, variërend van patiëntenzorg tot medische procedures.

Het aantal robots in de zorg is groeiende. Maar wat betekent dat voor mensen, organisaties en de maatschappij? Welke robots zijn er nu al en wat mogen we verwachten in de toekomst? Wat betekent dat voor uw organisatie en uw medewerkers en wat vinden uw patiënten en bewoners hiervan? Welke robots krijgen we thuis om ervoor te zorgen dat we langer leven? Robotzorg helpt met beleid, advies, projecten en workshops rond deze vraagstukken.

Schone lucht in Nederland

Nederland werkt hard aan schonere lucht, met name door het Schone Lucht Akkoord (SLA), dat in 2020 van start ging en werd ondersteund door gemeenten en provincies. Dit akkoord heeft als doel om de luchtvervuiling in 2030 te halveren ten opzichte van 2016. De maatregelen richten zich op vermindering van vervuilende uitstoot door verkeer, landbouw, industrie en huishoudens. Voorbeelden zijn subsidies voor elektrische voertuigen en het weren van vervuilende voertuigen in steden. Het RIVM berekende dat deze acties kunnen leiden tot 47-52% gezondheidswinst door minder luchtweg- en hartziekten.

Het SLA, ondertekend door een groot aantal provincies en gemeenten, richt zich op vermindering van schadelijke stoffen zoals fijnstof (PM2.5 en PM10) en stikstofoxiden (NOx), die voornamelijk uit verkeer, industrie, landbouw en huishoudens komen. De Rijksoverheid en het RIVM schatten dat het SLA zal leiden tot een gezondheidswinst van 47-52%, wat betekent dat luchtweg- en hartziekten naar verwachting flink zullen afnemen.

Ondanks deze positieve ontwikkelingen zijn er uitdagingen. De nieuwe normen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), aangescherpt in 2021, maken de doelen nog ambitieuzer. Vooral dichtbevolkte en industrieel zware gebieden, zoals rondom Tata Steel, blijven risicogebieden waar de luchtkwaliteit nog ver onder de WHO-normen kan liggen. Om in deze gebieden toch aan de advieswaarden te voldoen, zijn waarschijnlijk aanvullende maatregelen nodig.

Het Comité Schone Lucht speelt een belangrijke rol door samen met NGO’s en lokale initiatieven te pleiten voor strikte regulering van houtkachels, biomassa en andere bronnen van fijnstof. Het comité streeft naar nog strengere regelgeving, vooral omdat luchtvervuiling een grensoverschrijdend probleem is. Zij werken daarom samen met buurlanden om de luchtvervuiling in heel Europa terug te dringen.

‘NOS op 3’ heeft verschillende video’s en nieuwsitems, waaronder die over de schoonste en vuilste lucht van Nederland, uitgebracht om de publieke bewustwording rond luchtkwaliteit te vergroten. Hierin wordt het belang van het SLA en de impact van luchtvervuiling belicht, met focus op gezondheidsproblemen en de schade aan het milieu.

Iedere dag ademen we vervuilde lucht in. Maar is er in Nederland dan nog wel schone lucht te vinden? In deze nieuwe video zoeken zij naar de meest én minst vervuilde lucht van Nederland. We leggen uit hoe vervuilende stoffen in de lucht terechtkomen en hoe het met de rest van de wereld zit. Via NOS op 3 kun je nog meer video’s bekijken die de impact van luchtvervuiling in Nederland en het belang van het SLA uitleggen, en laten zien hoe het beleid de luchtkwaliteit en volksgezondheid positief kan beïnvloeden. Ook wordt inzicht gegeven in maatregelen en innovaties die Nederland op weg helpen naar schonere lucht.

In de jaren ’70 en ’80 werd de luchtvervuiling door industrie en verkeer zichtbaar en zorgde voor gezondheidsproblemen, zoals ademhalingsklachten en astma, vooral in steden en industriegebieden. Door middel van regelgeving en technologische verbeteringen werd de uitstoot van vervuilende stoffen zoals zwaveldioxide en lood significant verminderd. Het bannen van lood in benzine en het invoeren van roetfilters waren enkele cruciale stappen.

In de jaren ’90 kwam er Europese regelgeving die de Nederlandse wetgeving versterkte, zoals de EU-richtlijnen voor luchtkwaliteit. Op basis hiervan heeft Nederland diverse programma’s ontwikkeld om de lucht schoner te maken. 

Een belangrijke uitdaging in Nederland is de uitstoot van stikstof, vooral uit de landbouw en het verkeer, en fijnstof door onder meer houtkachels, verkeer en industrie. Het verminderen van stikstofuitstoot blijft ingewikkeld omdat het samenhangt met economische activiteiten, vooral in de landbouwsector. Daarnaast zijn er discussies over de rol van houtkachels en het effect van fijnstof op de volksgezondheid.

Er worden diverse maatregelen ingezet om de luchtkwaliteit verder te verbeteren. Denk hierbij aan:

  • Zero-emissie zones in steden, die vervuilende voertuigen weren.
  • Subsidies voor elektrische voertuigen en stimulansen voor duurzame mobiliteit.
  • Aanpassing van landbouwpraktijken, zoals minder kunstmestgebruik en meer precisie-landbouw.
  • Innovaties zoals luchtreinigers en slimme infrastructuur die verkeersstromen optimaliseren en uitstoot beperken.

Het uiteindelijke doel van de luchtkwaliteitsmaatregelen in Nederland is om de levensverwachting te verhogen door gezondheidsrisico’s te verkleinen. Volgens het RIVM zou de betere luchtkwaliteit de komende jaren leiden tot minder ziekenhuisopnames en sterfgevallen door luchtweg- en hartziekten. Door een combinatie van beleid, technologie en gedrag probeert Nederland stap voor stap de luchtkwaliteit te verbeteren en zo te werken aan een gezondere toekomst voor iedereen.

De Atlas Leefomgeving geeft meer informatie over de luchtkwaliteit in Nederland. Bekijk met één klik hoe jouw leefomgeving scoort. Je leefomgeving is namelijk belangrijk voor je gezondheid. Hoe is de luchtkwaliteit? Zijn er veel wegen in de buurt die geluidsoverlast geven? Is er veel groen in je omgeving waar je kunt ontspannen?  Via deze link kun je direct inzoomen om bij de gegevens van Zuidbroek, Apeldoorn te komen.

Wandelschoenen, -sokken en inlegzooltjes

Voor ouderen is wandelen niet alleen een plezierige activiteit maar ook een uitstekende manier om de gezondheid en mobiliteit te bevorderen. Toch kan wandelen op latere leeftijd uitdagender worden door veranderingen in het lichaam, zoals afnemende spierkracht, balansproblemen en slijtage aan gewrichten. De juiste wandelschoenen, sokken en inlegzooltjes kunnen daarbij het verschil maken tussen een comfortabele wandeling en een die gepaard gaat met ongemak of zelfs pijn. Minstens zo belangrijk is echter het onderhoud van deze uitrusting, want regelmatige inspectie en vervanging van versleten onderdelen voorkomt pijnlijke voeten en blessures op de lange termijn.

Wandelschoenen vormen de basis voor elke wandeling, en voor ouderen is een goede pasvorm essentieel. Oudere voeten zijn vaak gevoeliger, hebben soms een bredere leest of zijn vatbaarder voor drukpunten, waardoor een schoen goed moet aansluiten zonder te knellen. Materialen zoals leer en Gore-Tex zorgen voor ademend vermogen en waterafstotendheid, ideaal om voeten droog te houden tijdens verschillende weersomstandigheden. De zolen verdienen extra aandacht: een stevige, schokabsorberende zool kan helpen om de impact op knieën en heupen te verlichten, wat zeker voor oudere gewrichten prettig is. Schoenen met een antislipzool zijn daarnaast onmisbaar, omdat ze een betere grip bieden op diverse terreinen en zo de kans op uitglijden en vallen minimaliseren – een veelvoorkomend risico bij ouderen.
Meer informatie is ook te vinden op onze website, bij meer weten over’.

Onderhoud aan wandelschoenen
Een aspect dat vaak wordt vergeten, is het belang van regelmatige controle en onderhoud van de schoenen. Vooral de hakken hebben de neiging sneller te slijten, omdat dit deel van de schoen de meeste druk krijgt bij elke stap. Bij zichtbare slijtage aan de hakken of de zolen verliezen de schoenen hun demping en grip, wat ongemakken en een groter risico op blessures kan veroorzaken. Daarom is het raadzaam om minimaal één keer per jaar de slijtage van de schoenen en vooral de hakken te controleren, zeker als je regelmatig wandelt. In sommige gevallen kunnen zolen en hakken door een schoenmaker worden vervangen, wat de levensduur van de schoenen verlengt en tegelijkertijd kostenefficiënt is.

Naast schoenen spelen sokken ook een belangrijke rol in het wandelcomfort. Voor oudere voeten, die vaak een dunnere huid hebben, zijn sokken van vochtafvoerende materialen zoals merinowol ideaal. Deze materialen houden de voeten droog, waardoor de kans op blaren en huidproblemen vermindert. Naadloze sokken zijn daarnaast vaak prettig voor mensen met een gevoelige huid, omdat ze irritaties voorkomen die door naden veroorzaakt kunnen worden. Extra demping in de sokken biedt bovendien comfort op ruw terrein en bij langere wandelingen.

Veel oudere wandelaars ervaren baat bij het gebruik van inlegzooltjes, zeker als ze last hebben van voetproblemen zoals doorgezakte voeten, fasciitis plantaris (hielpijn) of platvoeten. Zooltjes bieden niet alleen extra ondersteuning aan de voetboog, maar verbeteren vaak ook de houding, wat de druk op de onderrug en knieën verlicht. Schokabsorberende zooltjes zijn een populaire keuze voor wandelaars die langdurige wandelingen maken, omdat ze de klappen opvangen en zo helpen blessures te voorkomen. Voor mensen met specifieke voetklachten kunnen op maat gemaakte orthopedische zooltjes uitkomst bieden; deze worden vaak aanbevolen door een podotherapeut en zijn speciaal aangepast aan de voetafdruk en het looppatroon van de gebruiker. Het proces begint meestal met een scan of voetafdruk, waardoor het zooltje exact de juiste ondersteuning biedt en daardoor aanzienlijk meer comfort geeft dan standaard zooltjes.
Op onze website is ook een apart artikel te vinden over voetklachten.

Een praktische tip voor wie nieuwe schoenen of zooltjes gaat uitproberen, is om ze samen met de juiste sokken in te lopen op kortere afstanden. Zo kun je wennen aan de pasvorm en het gevoel voordat je een langere wandeling maakt. Zowel schoenen als zooltjes verliezen na verloop van tijd hun veerkracht en demping. Wanneer schoenen bijvoorbeeld versleten zolen vertonen of zooltjes platgedrukt zijn, is het tijd om ze te vervangen – iets wat ongemerkt een wereld van verschil kan maken in comfort en gewrichtsbescherming.

Wandelen op latere leeftijd kan enorm verrijkend zijn wanneer de juiste uitrusting wordt gekozen. Goede schoenen, passende sokken en ondersteunende zooltjes zorgen niet alleen voor wandelplezier, maar dragen ook bij aan een gezonde en actieve levensstijl op de lange termijn. Met een jaarlijkse controle en tijdige vervanging van versleten schoenen, hakken, sokken en zooltjes, blijven wandelingen aangenaam en veilig. Door aandacht te geven aan deze belangrijke details wordt wandelen niet alleen aangenamer, maar ook veiliger en duurzamer, waardoor ouderen langer kunnen genieten van een van de gezondste en mooiste manieren om fit te blijven.

Wandelen in een groep kan ook bijdragen aan een verrijking van je leven op oudere leeftijd. Niet alleen gezellig, maar ook om sociaal actief te blijven. Meestal geen verplichting om te komen wandelen, maar je gaat het vanzelf leuk vinden om toch te gaan.

Wandelen: een prikkel voor gezond gedrag

Onze zintuigen moeten door onze huidige leefwijze zoveel prikkels verwerken, dat dit negatieve consequenties kan hebben voor onze gezondheid. Door lawaai van buiten, industrieel voedsel, mobieltjes, uren achter de computer, een overdaad aan spullen in je huis, stress of gebrek aan slaap kunnen we onze prikkels niet goed reguleren met alle gevolgen van dien. Hierdoor voelen we ons moe, lusteloos en hebben een gebrek aan energie.
Een vaak zittend bestaan is een van de grootste risicofactoren voor het ontstaan van stofwisselingsproblemen en gezondheidsklachten. Dat verhoogt het risico op overgewicht, maar dat is niet het enige. Deze ondermijning van je lichaam is een gestage route naar diabetes en hart- en vaatziekte, een te hoge bloeddruk en verhoogd cholesterol, terwijl bewegen de bloedsomloop stimuleert en deze aandoeningen juist voorkomt.

Gebrek aan beweging speelt ook een sleutelrol bij de kans dat je borst- of darmkanker krijgt of een depressie ontwikkelt. En bewegen kan ouderen beschermen tegen dementie en botbreuken. Kortom, actief door het leven gaan verbetert de vitaliteit en gezondheid, wat vroeg oud worden voorkomt. Als dit te lang duurt ontstaan er steeds meer kwaaltjes, pijntjes die zich kunnen ontwikkelen tot welvaart-ziekten. Maar het goede nieuws is dat we er iets aan kunnen doen! 

Gedrag is het geheel van acties en reacties van een organisme met betrekking tot zijn of haar omgeving. Eigenlijk alles wat je doet. Hoe je je gedraagt hangt af van de prikkels die jij binnen krijgt van je omgeving. Je reactie op een prikkel heet een respons.

Gezond in het bijzonder voor senioren

Wandelen is gezond voor iedereen en in het bijzonder voor senioren. Als u een wandeling met een oudere kunt maken, is dat dus in het voordeel van beide. Natuurlijk is wandelen gezond voor ouderen, omdat het de bewegingsmechanisme van het lichaam in stand houdt. Hierdoor blijven spieren en pezen meer soepel en loopt de oudere minder risico op ernstige blessures bij een eventuele val. Maar ouderen krijgen vaak ook onvoldoende vitamine D binnen. Zonlicht is een natuurlijk bron van vitamine D en een wandeling verhoogt de hoeveelheid noodzakelijke vitamine D dus ongemerkt.

Zorg voor een prikkel

Een prikkel is een waarneembare verandering in de omgeving. Je kunt veel verschillen waarnemen in je omgeving. We hebben het dan over uitwendige prikkels. Voorbeelden van uitwendige prikkels zijn temperatuur en geluid. Zo’n verschil kan ook inwendig zijn. Denk aan de prikkel dorst. Het gedrag wat dan volgt is drinken. Een begrip die hierbij van belang is, is motivatie. Motivatie is je bereidheid om iets te doen. Motivatie komt van binnen. Het wordt dus bepaald door inwendige prikkels.

Gezond gedrag aanleren is niet een kwestie van ijzeren discipline of keiharde wilskracht. Mensen die schijnbaar moeiteloos gaan sporten, doen het juist bijna automatisch omdat ze het tot een gewoonte hebben gemaakt. Ze hoeven er niet meer over na te denken. En meestal reageren ze op een vaste prikkel. Ze leggen hun sportkleding voordat ze naar bed gaan alvast klaar en gaan de volgende ochtend direct joggen. De prikkel is de sportkleding die klaarligt en de automatische reactie is het joggen. Of mensen zetten een glas water naast hun bed, en het eerste wat ze doen als ze wakker worden, is het glas water opdrinken. Het glas water is de prikkel en de actie die volgt gaat bijna vanzelf. Kun je voor jezelf ook prikkels bedenken?

Begin klein

Verander je gedrag in kleine stapjes. Verlang niet meteen een wandeling van een uur van jezelf, maar begin met 10 minuten. Door de stappen klein te houden, leer je jezelf wennen aan de nieuwe gewoonte en kun je het vanaf daar verder uitbouwen naar gezond gedrag.

Kies een vast moment
Bij het ontwikkelen van een gewoonte helpt routine enorm. Kies een vast moment waarop je je nieuwe gewoonte gaat doen, en koppel dit het liefst direct aan iets dat je toch al elke dag doet. Ga bijvoorbeeld direct wandelen na de lunch, of na het tandenpoetsen. Een vast tijdstip helpt enorm om nieuw gedrag echt tot een gewoonte te maken. Na een paar maanden word je nieuwe gezonde gedrag steeds meer een automatisme en kun je de gewoonte uitbreiden en bijvoorbeeld je wandeling langer maken.

Wees trots op jezelf

Wees je bewust van wat je allemaal bereikt. Houd bijvoorbeeld je stappen bij, of schrijf de wandelingen op in een notitieboekje. Zo meet je de vooruitgang. Op de korte termijn lijkt het misschien maar kleine winst, maar op de lange termijn boek je echt grote vooruitgang. Gebruik een stappenteller of een activity-tracker op je mobiele telefoon. Dat zijn hele goede positieve prikkels om in beweging te komen. Sluit je aan bij een wandelgroep, dat is ook een prikkel om te gaan. Misschien is jouw 10 of 20 minuten wandelen dan wel een dagelijkse wandeling van een uur geworden en wie weet volgt dan zelfs een dagje wandelen of een wandelvakantie!

Bronnen: o.a. Rijksoverheid.nl; Flinndal; OuderenWegwijs.

Publicatie: 24-03-2022; gewijzigd: 14-10-2024

Bewegen en valpreventie

Regelmatig verschijnen er berichten over valincidenten bij senioren in het nieuws, met alsmaar stijgende cijfers. Zo ook deze week weer, zeker gezien het nu het Valpreventieweek is (30 september tot 6 oktober). Deze valincidenten leiden tot veel persoonlijk leed, hoge en stijgende zorgkosten, en veel druk op de overbelaste zorg. De landelijke ketenaanpak valpreventie moet ervoor zorgen dat het aantal ernstige valincidenten sterk afneemt. Daar valt echter meer winst te behalen: gemeenten moeten binnen de ketenaanpak meer aandacht hebben voor de rol van structureel bewegen. 

Iedereen wil zo lang mogelijk gezond en zelfstandig blijven. Zo kun je blijven genieten van de dingen die voor jou belangrijk zijn, ook als je ouder wordt. Een val kan dit in één klap veranderen, zelfs als je nog gezond en sterk bent. Wist je dat er jaarlijks zo’n één miljoen 65-plussers vallen? Gelukkig kun je zelf veel doen om een val te voorkomen. Bijvoorbeeld door je spieren en balans te trainen. Ook gezond eten en regelmatig je ogen laten controleren zijn belangrijk.

Wat is jouw risico op vallen? Test het eenvoudig en snel en ontdek wat jij kan doen om zo lang mogelijk sterk te blijven staan. Zo kun je de dagelijkse dingen blijven doen. Bijvoorbeeld boodschappen doen of een bezoek brengen aan familie.

Waarom wil jij graag sterk blijven staan? Lees verder op de website hoesterkstaik.nl. Speciaal ontwikkeld door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om actief aandacht aan valpreventie te geven.

De ketenaanpak beschrijft welke activiteiten het valrisico van senioren beperken, afhankelijk van het valrisico. Binnen de aanpak kan jaarlijks drie procent van de 65-plussers deelnemen aan een tijdelijk valpreventief beweegprogramma. Een goed begin, maar dat is alleen effectief op de lange termijn als deelnemers ook ná het programma structureel goed blijven bewegen. Momenteel biedt de ketenaanpak dit structurele aanbod wel aan, maar dit aanbod is nog beperkt. Dit structurele beweegaanbod is echter ook essentieel voor senioren in het algemeen: hiermee houden ze het valrisico beperkt. Zonder dat aanbod lukt het maar weinig senioren voldoende te bewegen. Zo voldoen maar vier van de tien 65-plussers aan de beweegrichtlijnen.

In 2023 voldeed 45% van de Nederlandse bevolking van 4 jaar en ouder aan de beweegrichtlijnen, blijkt uit de laatste officiële cijfers. In 2022 was dit nog 44%. Daarmee lijkt de daling voor wat betreft het aantal mensen dat aan de beweegrichtlijnen voldoet te stabiliseren. Toch is er nog een lange weg te gaan richting de ambitie van de overheid, waarbij in 2040 driekwart van de Nederlanders aan de beweegrichtlijnen voldoet. 

Kijken we specifiek naar senioren (65+), dan is er over de tijd een lichte stijging te zien. Waar in 2022 nog 38,2% van de senioren voldeed aan de beweegrichtlijnen, was dat in 2023 39,8%. Ondanks deze kleine vooruitgang bij de senioren, blijven de senioren en de jongeren (12 t/m 17 jaar) de leeftijdsgroepen die het minst voldoen aan de beweegrichtlijnen (respectievelijk 39,8% en 39,3%).

Verder is de wekelijkse sportdeelname van de Nederlandse bevolking van 4 jaar en ouder erop vooruitgegaan: in 2023 sportte 56% minstens één keer per week, terwijl dit in 2022 nog 53% was. Wat daarbij opvalt, is de stijging van wekelijks sporten voor mensen met een lichamelijke beperking. Dit is gestegen van 23% in 2022 naar 29% in 2023. 

Opvallend hierbij is de verhouding tussen sporten en bewegen. Ondanks dat de Nederlandse bevolking meer is gaan sporten, heeft dit nauwelijks geleid tot een hoger aantal Nederlanders dat voldoet aan de beweegrichtlijnen.

Anderen stimuleren om meer te bewegen is niet altijd eenvoudig. De Beweegcirkel helpt jou het gesprek te voeren met ondersteuners. In vijf stappen krijg je inzicht in het huidige beweeggedrag en maak je samen plannen om meer te bewegen en dit vol te houden.
Breng beweging in je dag, elke stap telt! Misschien kan de Toolkit je daarbij helpen.

Lees ook onze berichten: Bewegen voor ouderen en lees deze 9 praktische tips.

Publicatie: 02-10-2024; gewijzigd: 09-10-2024

Hulp of zorg nodig? Een stappenplan

Wie voor een ander zorgt of moet gaan zorgen, komt in een nieuwe wereld terecht. Een wereld van hulpmiddelen, zorgkantoren, onbekende wetten en plotselinge hulptroepen. Een wereld zonder wegwijzers bovendien. U zult uw eigen route moeten bepalen, maar waar vindt u dat? Wat nu? Wie kunt u inschakelen? Waar kunt u terecht voor ondersteuning?

De gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo). Bij het Wmo-loket of op de afdeling Welzijn kunt u uit naam van degene voor wie u zorgt, vragen om bijvoorbeeld huishoudelijke hulp, dagopvang, maaltijdverzorging, begeleiding bij de administratie, of een vervoerspas voor vervoer op maat. De gemeente zal als eerste een gesprek aanvragen met uw vader, moeder of oude tante. U kunt zelf bij dat gesprek aanwezig zijn en is zelfs wenselijk. Doel van dat gesprek is, om te achterhalen of uw naaste écht een bepaalde voorziening nodig heeft. De gemeente rekent voor de meeste hulp vanuit de Wmo een vast tarief per maand. U leest er hier meer over.

Bij de gemeente kunt u onder andere terecht voor:

  • Vervoer in de regio (voor mensen die moeilijk kunnen lopen en niet met het openbaar vervoer kunnen reizen);
  • Individuele begeleiding;
  • Een beschermde woonplek;
  • Dagbesteding op maat;
  • Aanpassingen in de woning zoals bijvoorbeeld drempels verwijderen, bredere deuren, een aangepaste lichtschakelaars, een aangepaste keuken, een traplift of toiletverhoger.
  • Een rolstoel, scootmobiel of rollator (deze hulpmiddelen krijgt u alleen via de Wmo als u deze voor langere tijd nodig heeft. Voor hulpmiddelen voor tijdelijk gebruik kunt u contact opnemen met de thuiszorgwinkel, het thuiszorguitleenmagazijn of uw zorgverzekeraar);
  • Respijtzorg (zorg om de mantelzorger te vervangen, bijvoorbeeld als die op vakantie is);
  • Ondersteuning van mantelzorgers, bijvoorbeeld door een mantelzorgmakelaar of een cliëntondersteuner.
  • Huishoudelijke hulp (zoals hulp bij het opruimen, schoonmaken en ramen zemen);
  • Aanvullende vervoersvoorzieningen, zoals een bruikleenauto, aanpassingen van uw auto, bijzondere fietsen.

Daarnaast kunt u vaak ook bij de gemeente terecht voor algemene voorzieningen, zoals een klussendienst, een boodschappendienst, maaltijden als zelf koken niet meer lukt.

Heeft u in een noodgeval op stel en sprong een hulpmiddel nodig? Bijvoorbeeld een rolstoel of een toiletverhoger? Neem dan contact op met een thuiszorgwinkel bij u in de buurt. Daar kunt u hulpmiddelen kopen, maar ook huren of lenen. Bij bekende namen als Meyra, Vegro en Medipoint kunt u ook online hulpmiddelen bestellen. Vanuit de Zorgverzekeringswet is het lenen van bepaalde hulpmiddelen gratis. Uw zorgverzekeraar en de leverancier van uw hulpmiddelen kunnen u vertellen of u hiervoor in aanmerking komt. Er geldt een maximumtermijn van 26 weken voor het lenen van hulpmiddelen. Huren kan ook.

Als u medische- of lichamelijke zorg nodig heeft, kunt u bij de wijkverpleging terecht. De verzorgende of verpleegkundige helpt u bijvoorbeeld bij het opstaan, wassen, douchen, steunkousen aan- en uittrekken, aankleden en eten. Soms is verpleging nodig. Bijvoorbeeld als u injecties, medicijnen of wondzorg nodig heeft. Wijkverpleging en (medische) verzorging thuis zijn een onderdeel van het basispakket van uw zorgverzekering. U betaalt hiervoor geen eigen risico. De wijkverpleegkundige bekijkt samen met u welke zorg u precies nodig heeft. Wilt u wijkverpleging aanvragen? Wijkverpleegkundigen en -verzorgenden zijn meestal in dienst van een thuiszorgorganisatie. U heeft geen verwijzing van de huisarts nodig. Wel kan uw huisarts u helpen om een geschikte thuiszorgorganisatie te vinden bij u in de buurt. In een persoonlijk gesprek beoordeelt de wijkverpleegkundige of u in aanmerking komt voor verpleging en verzorging thuis. En als dat zo is, dan bekijkt u vervolgens samen welke zorg nodig is en stelt de wijkverpleegkundige een zorgplan op. U heeft geen indicatie nodig van de Centrale Indicatiestelling Zorg (CIZ).

Vooral hulp aanvragen via de gemeente, is een zaak van lange adem. U bent snel een paar weken verder voordat u duidelijkheid heeft. Dat is lastig, want ondertussen moet u weer aan het werk en kan uw vader thuis niet uit de voeten. Particuliere zorgbureaus kunnen uitkomst bieden. Die bureau’s bieden veel soorten hulp en diensten aan, vaak tegen een betaalbare prijs. Bovendien is er soms een vergoeding van de kosten mogelijk. Hulp in de huishouding, thuisverpleging of hulp na een operatie? Een bureau voor particuliere zorg regelt bijna alles.  Wilt u 24 uur per dag iemand in huis? Dan kunt u een zogenaamde zorg-au-pair voor ouderen huren. Of zoekt u iemand die af en toe een wandelingetje maakt met degene die zorg nodig heeft? Of iemand die meegaat naar het theater of museum? Het is allemaal mogelijk. De kosten voor particuliere zorg verschillen sterk. Voor een schoonmaakhulp betaalt u bij de meeste bureaus tussen de 20  en 45 euro per uur. De kosten voor een zorg-au-pair bedragen tussen de 2000 en 7000 euro per maand. Particuliere zorg lijkt duur, maar misschien krijgt u een deel van de kosten vergoed.

Na een ziekenhuisopname kan de transferverpleegkundige van het ziekenhuis een doorverwijzing regelen naar een tijdelijk bed in een zorginstelling. Dit heet eerstelijnsverblijf.

Eerstelijnsverblijf is een medisch noodzakelijk, kortdurend verblijf in een zorginstelling. Dit kan met of zonder verpleging of verzorging zijn. Het is een belangrijke voorziening voor als het thuis (nog) even niet gaat. U komt in aanmerking voor eerstelijnsverblijf zorg als uw huisarts het niet veilig vindt dat u naar huis gaat, of als de medische zorg die u nodig heeft, thuis niet goed te organiseren is. U hoeft zo’n tijdelijk verblijf in een zorginstelling niet zelf te regelen. De ontslagverpleegkundige of transferverpleegkundige bespreekt uw situatie met uw huisarts of met de specialist ouderengeneeskunde of met de arts verstandelijke gehandicapten (AVG).

Heeft u of degene voor wie u zorgt, blijvend intensieve zorg nodig? Dan heeft u zorg nodig vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz). Om die zorg te krijgen, heeft u een indicatie nodig. Met een indicatie op zak, heeft u toestemming om deze zorg aan te vragen. Bij zorg vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) gaat het meestal om zorg met verblijf in een instelling, zoals een verpleeghuis. Hoewel u ook thuis kunt blijven wonen, als u dat wilt. U komt alleen in aanmerking voor zorg vanuit de Wlz als u vanwege een ziekte of aandoening blijvend 24-uurszorg ‘in de nabijheid’ of permanent toezicht nodig heeft. Zorg in de nabijheid is bedoeld voor mensen die zelf geen hulp kunnen inroepen, bijvoorbeeld omdat iemand aan Alzheimer lijdt. In zo’n situatie moet er voortdurend begeleiding en verpleging in de buurt zijn.

In bijna elke gemeente zijn vrijwilligers actief. Hun diensten zijn meestal gratis, of zeer voordelig. Denk aan hulp bij de administratie, boodschappen doen of kleine klusjes in huis. Nieuw is de opkomst van zorgcoöperaties. Dit is een vorm van burenhulp.

Het lijkt misschien wel of u er alleen voor staat. Maar er zijn veel professionals die u kunnen ondersteunen bij uw zoektocht naar de juiste opvang en hulp. We noemen er een paar:

Casemanager dementie: Heeft u – of degene voor wie u zorgt – alzheimer of een andere vorm van dementie? Dan heeft u recht op een casemanager dementie. De casemanager is meestal een wijkverpleegkundige, gespecialiseerd in dementie. Hij of zij geeft uitleg, praktische adviezen en emotionele steun. Ook aan mantelzorgers.

Mantelzorgmakelaar: Een mantelzorger moet veel regelen. Een mantelzorgmakelaar kan helpen bij taken die veel tijd en energie kosten. Bijvoorbeeld bij het aanvragen van een indicatie of een persoonsgebonden budget (pgb). En ook bij het invullen van formulieren, of het op orde krijgen van de administratie.

Wmo-consulent: Wilt u thuishulp aanvragen vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Wmo-consulent helpt daarbij. De Wmo-consulent werkt bij de gemeente. U krijgt een uitnodiging voor een gesprek, het zogenoemde keukentafelgesprek. Daarna zoekt de Wmo-consulent naar de beste oplossing.

Cliëntondersteuner: De cliëntondersteuner is gratis; de gemeente betaalt de kosten. Toch is de cliëntondersteuner onafhankelijk. Hij of zij komt op voor úw belangen. U kunt advies vragen over 24-uurs zorg thuis, of over opname in een verpleeghuis. De cliëntondersteuner kan ook meegaan naar het keukentafelgesprek met de Wmo-consulent.
Kijk voor meer informatie de website van samen055.

Ouderenadviseur: Sommige gemeenten hebben een ouderenadviseur in dienst. U kunt er terecht met allerlei vragen: over wonen, zorg, welzijn en financiën. De ouderenadviseur weet ook welke activiteiten de gemeente organiseert voor ouderen.

Specialist ouderengeneeskunde: De verpleeghuisarts heeft een nieuwe naam: specialist ouderengeneeskunde. Deze arts is gespecialiseerd in ouderdomsziekten en chronische ziekten. Hij of zij komt ook bij u thuis, als dat nodig is. Dit gebeurt vaak na een verzoek van de huisarts of de wijkverpleegkundige.

Lees voor meer informatie ook ons eerder geplaatst bericht op onze website over ‘Voorzieningen binnen de Wmo’. Of ons artikel over ergotherapie.

Publicatie van 09-02-2022; gewijzigd: 31-01-2024; 26-08-2024

Humor op oudere leeftijd

Ouder worden is van de ene levensfase in de andere overgaan. Vaak ongemerkt en pas gevoeld als je terugkijkt op je voorbije jaren. Pas achteraf realiseer je je dan dat je nu anders in het leven staat.
Naarmate je ouder wordt blijken zaken van vroeger die toen zo belangrijk leken, dat nu veel minder. Tegelijkertijd stel je jezelf vragen die fundamenteler van aard zijn. Hoewel dit kan verwarren, geeft het tevens ruimte. Ruimte om te leven en andere keuzes dan die van vroeger te maken.

Met het ouder worden verandert er veel in het lichaam. De ene verandering is zichtbaar, zoals rimpels. En andere veranderingen voel je wel, maar zie je niet. Op hoge leeftijd heeft veroudering op alle delen van het lichaam impact. Gelukkig verloopt veroudering meestal geleidelijk. Daardoor is het makkelijk om je levensstijl erop aan te passen. Toch is ‘ouder worden’ voor sommigen iets ongrijpbaars.

Iedereen wordt anders oud. Dat hangt van allerlei factoren af, zoals erfelijkheid en leefstijl. Ziektes en medicijngebruik hebben ook invloed op het ouder worden, zoals o.a. bij diabetes, dementie, Parkinson, enz.. De meest voorkomende algemene ouderdomskenmerken zijn:

  • stijve gewrichten;
  • beperking in beweging, bijvoorbeeld van de knie, nek, heup;
  • verminderd gezichtsvermogen;
  • minder goed kunnen horen;
  • andere smaakbeleving;
  • minder energie en verlies van kracht;
  • minder goed iets kunnen vastgrijpen;
  • coördinerend vermogen wordt minder;
  • verminderd geheugen.

Op de een of andere manier doen mensen altijd negatief als ze vertellen hoe oud ze zijn of wanneer ze jarig zijn geworden. Ik vind het altijd onbegrijpelijk als iemand het doet, maar tegelijk vind ik het een heerlijke kans voor een goede grap, provocatieve gespreksvoering en omdenken.

Wat zegt iemand tegen je als jij oud bent of als iemand zichzelf oud vindt?

  • ‘Ik ben alweer jarig… ik word oud!’
  • Wanneer een 60-plusser zegt dat hij/zij oud is: ‘Waar heb je het over, je bent toch in je late 40e?’.
  • Hoe doe jij dat toch; stiekem ouder worden, zonder dat het iemand opvalt?
  • ‘Ik ben oud.’ ‘Gerijpt noemen we dat. Schoonheid komt met de jaren.’
  • Een van de voordelen van ouder worden is dat je volop kan flirten, omdat je onschuldig bent geworden.
  • Wij zijn niet oud, wij zijn gerecyclede tieners.
  • Dat we steeds langer leven is mooi, maar waarom is dat pas als we al oud zijn?
  • Als je levensjaren gaat vervangen door levels, klinkt “ik zit op level 83” ineens een stuk moderner.
  • Het valt me op dat de mensen in mijn omgeving steeds zachter gaan praten.
  • Niet meer zo strak in het vel, maar nog net zo gek!
  • Vitaminen? Op mijn leeftijd heb je conserveringsmiddelen nodig.
  • Op mijn leeftijd heb ik alles al wel gedaan, gezien en gehoord, alleen onthou ik het niet.
  • ‘Heb je al een rollator aangeschaft?’
  • ‘Gisteren nog een jonge roos, vandaag al een oude doos.’
  • ‘Kijk naar mijn rimpels. Ik ben oud.’ ‘Wel nee hoor, dat zijn lach-rimpels’.
  • ‘Ik heb al grijze haren, maar die zijn allemaal verdiend’.
  • Het is alweer mijn verjaardag… ik ben weer een jaartje ouder.’ Vandaag ben je geen jaar ouder, maar slechts een dag, vergeleken met gisteren.
  • Van deze gaat iedereen zich geweldig voelen: ‘Maar je bent nog steeds sexy!’
  • ‘Hoe ouder je wordt, hoe belangrijker het is, dat je je niet naar je leeftijd gedraagt.’
  • ‘Hoe grijzer, hoe eigenwijzer’.
  • ‘Gelukkig ben jij nog altijd jong van geest.’
  • Wie het kind in zichzelf bewaart, wordt nooit ouder.

Zeg het met een illustratie

Maar het kan ook in beeld. De afgelopen tijd heb ik een aantal illustraties gevonden die met ouderdom te maken hebben. Neem het niet te letterlijk, maar geniet met een glimlach! Moet kunnen toch…?

Kijk ook eens naar het bericht Wandelhumor op onze website.

Publicatie: 07-11-23; gewijzigd: 27-05-24; 29-07-24.

Gevoelstemperatuur

Op een warme dag voelt eenzelfde temperatuur niet altijd even warm aan. Als de lucht vochtig is, voelt warmte eerder drukkend aan dan wanneer de lucht droog is. Dat komt omdat koeling door verdamping bij hoge luchtvochtigheid bemoeilijkt wordt.

Mensen moeten hun lichaamstemperatuur constant houden op ongeveer 37 graden. Om dat te bereiken moet het lichaam de warmte afgeven die het continu produceert. Maar hoe raak je warmte kwijt als de omgevingstemperatuur hoger is dan je gewenste lichaamstemperatuur?

Het antwoord is verdamping. Mensen zweten, het zweet verdampt, de warmte die daarvoor nodig is wordt onttrokken aan het lichaam en dat koelt daardoor af. Zo kunnen mensen langere tijd bij temperaturen van 40 of zelfs 45 graden overleven. Maar naarmate er meer vocht in de lucht aanwezig is, wordt de verdamping minder, en dus ook het koelend effect.

De hoeveelheid waterdamp in de lucht wordt gemeten in gram waterdamp per kilogram lucht. Er bestaat een bovengrens voor de hoeveelheid waterdamp in de lucht. Boven een bepaalde waarde die van de temperatuur afhangt condenseert de waterdamp en ontstaan wolken en mist. Bij 10 graden ligt deze grens bij 7,7 g/kg, bij 30 graden loopt dit op tot 27 g/kg. Als dit maximum bereikt is, kan water, en dus ook zweet, niet meer verdampen.

Hoever de actuele hoeveelheid waterdamp in de lucht verwijderd is van het maximum wordt aangeduid met de relatieve vochtigheid. Deze varieert van 0 procent (kurkdroge lucht, geen waterdamp) tot 100 procent (verzadigde lucht, maximale waarde).

Hoe warm de lucht aanvoelt is uit te drukken in een formule gebaseerd op temperatuur en relatieve vochtigheid. De uitkomst wordt gevoelstemperatuur genoemd, in het Engels wordt  ‘ apparent temperature’  of ‘heat index’ gebruikt.

De tabel hieronder geeft de gevoelstemperatuur weer voor verschillende combinaties van temperatuur en relatieve luchtvochtigheid. Ook is aangegeven wat het effect is op het welzijn van mensen.

Een temperatuur van 30 graden voelt bij 50 procent luchtvochtigheid aan als 31 graden, bij 80 procent als 38 graden en bij 100 procent zelfs als 44 graden. Gevoelstemperaturen boven 55 graden zijn levensgevaarlijk omdat het lichaam zijn warmte maar moeilijk meer kwijt kan. Dat leidt tot oververhitting.

Bron: KNMI.nl