We moeten nú minder afhankelijk worden van gas uit Rusland. Overheden, bedrijven en huishoudens kunnen meehelpen door minder energie te gebruiken. Veel Nederlanders zijn al goed bezig en besparen energie. Om ons op de komende winter voor te bereiden, zijn extra stappen nodig. In deze campagne geven we aan wat huishoudens kunnen doen.
Van het gas dat een huishouden verbruikt, gaat ongeveer driekwart naar het verwarmen van het huis en iets meer dan 20 procent naar warm water voor douche en keuken. Met het veranderen van gedrag is veel winst te behalen. Een huishouden dat in een rijtjeshuis woont en nog nergens op let, kan gemiddeld 1340 euro besparen. De meeste huishoudens passen wel enkele tips toe, maar niet allemaal en niet altijd. Per tip is de besparing en uitleg gegeven. Huishoudens krijgen zo een indruk van wat ze nog kunnen besparen.
Onze energierekening stijgt, we moeten nu minder afhankelijk worden van gas uit Rusland en we willen klimaatverandering tegengaan. Daarom gaan we nú meer en sneller energie besparen. Kijk wat jij thuis kunt doen. Nu meteen en om je voor te bereiden op de komende winter met goede isolatie. Zet ook de knop om. Zo gebruiken we in een handomdraai veel minder energie.
De prijs van energie is hoog. Met een paar simpele tips kun je ook deze zomer flink besparen. Ook thuis kan je de knop omzetten. Kom dus nu in actie! Hoeveel ga jij besparen?
De didactische en pedagogische verwachtingen van het onderwijs in Nederland zijn de afgelopen eeuwen flink veranderd. Van aap, noot, mies naar computers in de klas en van krijt en lei naar tablet. Het onderwijs in Nederland heeft in de loop der eeuwen flinke veranderingen ondergaan. Is onderwijs in het verleden voor kinderen van adel en gegoede burgerij, tegenwoordig kennen we de onderwijsplicht voor ieder kind. Nostalgie van vervlogen tijden en dat komt niet meer terug.
Op onderstaande websites zijn leuke dingen te zien en lezen over het onderwijs uit “onze tijd”. We zijn er vroeger allemaal mee opgegroeid, groot geworden en hier en daar een blik van herkenning zal het zeker oproepen.
Het Nationaal Onderwijsmuseum heeft, met meer dan 325.000 voorwerpen, de grootste onderwijscollectie ter wereld. Uniek, net als artikel 23 uit onze grondwet over de vrijheid van onderwijs dat ten grondslag ligt aan de diversiteit in het Nederlandse onderwijs. En die verscheidenheid aan objecten is terug te zien in onze collectie.
In een levendige en veelzijdige tentoonstelling laat het museum de vele aspecten van het onderwijs en de invloed ervan op jeugdcultuur zien. Bezoek het museum en beleef aan de hand van persoonlijke verhalen en actuele gebeurtenissen de ontwikkeling van onderwijs (geschiedenis) in het heden, verleden en toekomst.
Het Nederlandse onderwijssysteem
Het Nederlandse onderwijssysteem bestaat uit meerdere sectoren en niveaus, te beginnen met regulier basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs. Na het basisonderwijs zijn er zeven vormen van voortgezet onderwijs, gevolgd door drie vormen van vervolgonderwijs.
Meer Nostalie?
Lees dan ook eens het bericht Nostalgie op onze website. Of neem eens een kijkje op de website van Opanoma. Zoveel herkenning van vroegere jaren, genoeg voor een regenachtige middag! Je vindt dan ook onverwachte herinneringen in je eigen geheugen, mooi toch?
De geur van kolen, koude winters en de smaak van duimdrop
Wie vandaag de dag door een hypermoderne supermarkt loopt, kan het zich nauwelijks voorstellen: een tijd waarin je voor een onsje (mag het iets meer zijn) naar de kruidenier of drogist ging en de winter niet alleen een seizoen was, maar een fysieke vijand die je met gloeiende kolen en wollen dekens te lijf ging. De jaren tussen 1950 en 1970 vormen het collectieve geheugen van een Nederland dat nog overzichtelijk was, maar tegelijkertijd hardhandig wakker werd geschud.
Soms is nostalgie niets meer dan een geur of een liedje op de radio. Een paar akkoorden, en ineens sta je weer in de jaren zestig. Niet letterlijk natuurlijk, maar in dat zachte, geromantiseerde landschap van herinneringen waar alles net iets langzamer ging en de toekomst nog onbevangen leek.
De soberheid van de wederopbouw
Begin jaren 50 rook Nederland naar boenwas, Sunlight-zeep en de zware walm van kolenkachels. Het was een land in de steigers, waar de oorlog nog in de botten zat. Men leefde volgens de tucht van de zuinigheid. Moeder stopte de gaten in de sokken en de wasmachine was een luxe die alleen voor de ‘hoge heren’ was weggelegd.
De zaterdagavond was een heilig ritueel: de zinken teil werd voor de kachel gezet. De kinderen gingen één voor één in hetzelfde water, de jongste eerst, terwijl de radio zachtjes speelde. Het was een tijd van verzuiling; je las de krant van je eigen geloof en kocht je brood bij de bakker die dezelfde kerk bezocht. Het leven was klein, maar de sociale controle was groot.
De glazen pot op de toonbank
Nostalgie smaakt nergens zo zoet als bij de snoepwinkel van toen. Geen glimmende plastic zakken, maar grote, zware glazen potten die de toonbank sierden. Voor een stuiver of duppie kreeg je een handjevol geluk. Er was de duimdrop, een kleverige sliert waar je uren op kon zuigen tot je duim zwart zag. Of de wijn- of toverballen, die zo groot waren dat praten onmogelijk werd. En wie herinnert zich nog de salmiakbrokken die je gehemelte bijna wegbrandden, of de zachte borsthoning die bij de drogist in brokken van een groot blok werd gehakt? Het was snoepgoed met karakter, vaak hard en ongepolijst, net als de tijd zelf.
De winters die nog écht winters wit waren
De winters van nu, anno 2025/2026, zijn een schim van de ijstijden uit die periode. In de jaren 50 en 60 was de winter een serieuze aangelegenheid. De legendarische winter van 1963 staat in het geheugen gegrift als de Apocalyps van het ijs. De Noordzee was een ijsvlakte en de Elfstedentocht van dat jaar was geen sportevenement, maar een barre overlevingstocht. Met de auto over het ijs van het IJsselmeer, weet je nog?
Binnen bevroren de bloemen op de ruiten. De kachel werd roodgloeiend gestookt, maar drie meter verderop was het nog steeds stervenskoud. Men sliep onder loodzware dekens met een warme kruik (of een warme baksteen gewikkeld in een krant) bij de voeten. Het was afzien, maar het schiep een band; de wereld was wit, stil en voor even heel erg dichtbij. Maar ook de winters van 1979 en 1985 staan nog in ons geheugen. Veel sneeuw, langdurige vorstperioden, overlast tot gevolg.
Ruim 20 jaar geleden was de grote afsluiting van wegen door sneeuw en winterse omstandigheden waarbij Apeldoorn bijna onbereikbaar raakte. Dat gebeurde tijdens een beruchte sneeuwstorm op vrijdag 25 november 2005. Door de storm viel er veel sneeuw en ontstonden enorme files: het verkeer op de A50, maar ook op andere snelwegen zoals de A1, A12 en A28, stond volledig vast. Treinen en bussen reden niet meer en hulpdiensten moesten mensen in stilstaande auto’s helpen met dekens en brandstof. Apeldoorn was daardoor in de loop van de middag feitelijk niet meer bereikbaar voor verkeer. Zelf heb ik er die middag 3 uur over gedaan met de auto van Velp naar Ugchelen!
De overgang naar de luxe
Vanaf het midden van de jaren 60 begon het ‘oude’ Nederland te scheuren. De welvaart stroomde binnen via de gasbel in Slochteren. Na jaren van zuinigheid en herstel begon het land te ademen. Er kwam geld, er kwam ruimte, en vooral: er kwam nieuwsgierigheid.
De televisie verhuisde van luxeobject naar vast meubelstuk, aanvankelijk een houten kastje waar de hele buurt voor uitliep, werd het nieuwe altaar in de woonkamer. De zwart-wit beelden van Swiebertje en Pipo de Clown maakten plaats voor de eerste kleurenbeelden en de rebelse klanken van de Beatles. Het liet zien dat de wereld groter was dan de straat of het dorp. Dat alleen al veranderde alles.
De ringbaardjes en de vetkuiven deden hun intrede. De brommer (Zündapp, Kreidler, Puch) werd het symbool van vrijheid voor de jeugd, die niet langer precies wilde doen wat de pastoor of de dominee zei. De spruitjeslucht klaarde langzaam op en maakte plaats voor de eerste geuren van bami en macaroni – de grote wereld kwam eindelijk naar het lage land.
Wie jong was in die tijd, herinnert zich niet zozeer de grote politieke discussies, maar de kleine verschuivingen. Langere haren. Kortere rokken. Muziek die harder klonk dan ouders prettig vonden. Het gevoel dat je niet meer automatisch hoefde te worden wie er van je verwacht werd dat je zou zijn. Dat was misschien wel de grootste revolutie.
Geen gouden tijd, maar een overgangstijd
Ja, de welvaart groeide en ja, jongeren kregen een stem. Maar laten we niet vergeten dat die vrijheid ongelijk verdeeld was. Wie niet jong, mannelijk en wit was, moest vaak nog lang wachten op echte emancipatie. Nostalgie poetst die rafelranden moeiteloos weg.
Wat we eigenlijk missen, is niet de tijd zelf, maar het gevoel van richting. In de jaren zestig en zeventig leek vooruitgang logisch, bijna onvermijdelijk. De toekomst was iets waar je naartoe liep, niet iets waarvoor je je moest indekken. Vandaag voelt dat anders. We leven in een tijd van crises, nuance, polarisatie en wantrouwen. Terugkijken is dan aantrekkelijker dan vooruitkijken.
De verheerlijking werkt ook verlammend. Door het verleden steeds als moreel hoogtepunt te presenteren, doen we alsof echte verandering alleen toen mogelijk was. Alsof idealisme een afgesloten hoofdstuk is. Dat is gemakzuchtig. Het ontslaat ons van de plicht om nu zelf risico’s te nemen.
De Provo’s (rebelse stad Amsterdam) worden vaak genoemd als bewijs dat het anders kan. Maar zij wachtten niet tot hun tijd ‘historisch’ werd. Ze handelden, ze provoceerden, ze accepteerden chaos en mislukking. Dat aspect verdwijnt meestal in onze veilige nostalgie.
De keerzijde
Aan het eind van de jaren zestig trokken hippies van heinde en verre naar het monument op de Dam om er in de zomer in de open lucht te bivakkeren; soms verbleven er enkele honderden. Het verschijnsel had voor- en tegenstanders. Het Amsterdamse gemeentebestuur liet het aanvankelijk oogluikend toe, maar het leverde problemen op met betrekking tot de openbare orde en hygiëne. De gemeente Amsterdam wilde in 1969 al een eind maken aan het slapen op de Dam. In 1970 kwam de gemeente, met aan het hoofd burgemeester Samkalden, met een verbod. Het verbod ging in op 24 augustus 1970 en leidde tot heftige rellen, waarbij 50 gewonden vielen en plunderingen voorkwamen. De volgende dag was het nog niet rustig op de Dam en besloten 80 man uit Doorn en Den Helder het recht in eigen hand te nemen. Zij sloegen de hippies met knuppels en koppelriemen van de Dam. Dit resulteerde in het schoonvegen van de Dam.
En in Apeldoorn, het centrum van de Veluwe?
Was het in Apeldoorn in de jaren 50 en 60 een saaie boel? Zeker niet! Wie heeft er niet gedanst in de Eurobeurs of staan swingen op jazz- en dixielandmuziek in de ATS aan de Loolaan? Of misschien ging je liever naar La Bordelaise, Soos ’59, of juist de Groene Fles? En kun je ‘Send me the pillow’ nog meezingen van Lydia and the Melodystrings? Of hield je meer van André Roothaer of rock ‘n roll? Een tijd met verschillende muziekstromingen en diverse plekken om uit te gaan. Nederland was vijftig jaar geleden in de ban van Rock & Roll; de burgers sidderden terwijl de jeugd danste en joelde. En dat alles naar aanleiding van de film ‘Rock around the Clock’ van Bill Haley en zijn Comets. Wat herinner jij je nog van toen, als inwoner van Apeldoorn?
In Apeldoorn werd de film verboden en relletjes bleven niet uit. Iemand opende de ramen van de woning boven de groentewinkel en draaide op zijn pick-up het gewraakte nummer ‘Rock around the Clock’. Terwijl de muziek over de markt schalde, begonnen mensen te dansen. Daarna liep de zaak verder uit de hand: jongeren sprongen voor een stadsbus die zich door de menigte probeerde te wurmen, anderen gooiden met bloemkolen en er werd gescandeerd: ‘Rock and roll’! De politie greep in, hield twee jongens aan. Relletjes in Apeldoorn waren het gevolg. Ook de volgende avond was het weer druk in de binnenstad. Belust op sensatie trokken niet alieen steeds aangroeiende groepen jongelui naar Apeldoorn, maar ook vaders en moeders, peuters van vier tot tien jaar tussen zich in, kwamen kijken alsof het Sinterklaas of Koninginnefeest was. Af en toe hieven de jongelui, wetend dat er iets van hen verwacht werd, een ‘wij willen rock en roll-geschreeuw’ aan, maar tot ernstige baldadigheden kwam het niet. Er was een versterkte politiemacht op de been, die zo nu en dan hardhandig moest optreden, doch tegen middernacht was alles weer rustig. Voor een aantal jongelingen zal deze rel een staartje hebben. Door de politie werden zes personen aangehouden en ingesloten. Het bleef nog een paar dagen onrustig, maar Apeldoorn kon weer verder leven en slapen. Al dat grote stedengedoe was niks voor Apeldoorn.
Niet vergelijken, maar leven met de werkelijkheid
Misschien moeten we stoppen met verlangen naar de jaren zestig en beginnen met ons af te vragen waarom we vandaag zo weinig durven te dromen. Nostalgie is comfortabel, maar verandering is dat nooit geweest. Ook toen niet. Het verschil is alleen dat we dat vergeten zijn.
Misschien dat we daarom nu, in een digitale en jachtige wereld, zo graag terugdenken aan die ene zuurstok uit de glazen pot. Een echt koude winter met langdurig koud weer maar wel met veel zon en overal te kunnen schaatsen of sleetje rijden. Het was niet per se beter, maar het was wel heel erg ‘echt’. En wat is er mis mee om eens achterom te kijken, daar is nostalgie voor, toch?
Ouderenmishandeling is mishandeling van een persoon van 65 jaar en ouder. Onder ouderenmishandeling valt bijvoorbeeld lichamelijke, seksuele en psychische mishandeling, verwaarlozing en financiële uitbuiting. Ouderenmishandeling komt voor in gezins- of familierelaties, maar ook in relaties met beroepskrachten. De mishandeling kan het resultaat zijn van zowel actief (plegen van handelingen) als passief gedrag (nalaten van handelingen).
Het risico op ouderenmishandeling neemt toe met het ouder worden. Uit onderzoek blijkt dat het risico op ouderenmishandeling groter wordt naarmate de oudere meer zorg nodig heeft. Ouderenmishandeling kan plaatsvinden bij de oudere thuis, maar ook in verzorgings-, verpleeg- en ziekenhuizen. Als er sprake is van ouderenmishandeling in een verzorgings-of verpleeghuis of ziekenhuis moet de inspectie ingeschakeld worden in plaats van Veilig Thuis.
De oudere is afhankelijk van de pleger. Vaak is de pleger een naaste van het slachtoffer, bijvoorbeeld een dochter, zoon, echtgenoot of kleinkind. Soms hebben plegers zelf problemen, bijvoorbeeld met alcohol of drugs of op financieel gebied. Het kan ook zijn dat iemand de langdurige verzorging van de oudere steeds meer ervaart als een last die te zwaar op zijn of haar schouders drukt. Dit wordt ook wel ontspoorde mantelzorg genoemd. De mishandelingen zijn bij ontspoorde mantelzorg vaak niet moedwillig.
Soms komt ouderenmishandeling voort uit een lange traditie van familiegeweld en conflicten in gezin of familie. Plegers weten heel goed weten wat ze doen. Ze handelen uit financieel gewin, desinteresse of wraak. De oudere is nu afhankelijk van diegene die vroeger bijvoorbeeld mishandeld is door de oudere.
Signalen van ouderenmishandeling
Onverklaarbare verandering van gedrag: de oudere is bijvoorbeeld plotseling verdrietig, angstig of neerslachtig
De huishouding en de verzorging van de oudere worden verwaarloosd
De oudere geeft onsamenhangende of tegenstrijdige verklaringen voor lichamelijke verwondingen
De oudere krijgt geen kans met de hulpverlener te praten zonder aanwezigheid van de vermoedelijke dader
De dader probeert hulpverleners zo veel mogelijk buiten de deur te houden of om de tuin te leiden
De verzorger vertoont verschijnselen van overbelasting
De verzorger is onverschillig over het welzijn van de oudere
De verzorger scheldt of schreeuwt tegen de oudere in het bijzijn van een hulpverlener
Denkt u dat er sprake is van ouderenmishandeling? Bij Veilig Thuis zijn er deskundige medewerkers met wie u hierover kunt praten. Ook als het om iemand anders gaat. Zij bieden hulp, advies en ondersteuning. Is er direct gevaar, bel dan met 112. Bel met Veilig Thuis via 0800-2000 als er geen direct gevaar is. Dit kan 24 uur per dag, zeven dagen per week. U kunt ook anoniem bellen.
Fietsen is in Nederland meer dan alleen een manier van verplaatsen. Het geeft vrijheid, beweging en plezier. Voor ouderen kan fietsen echter ook een uitdaging zijn: het lichaam verandert, balans neemt soms af en de reactiesnelheid vertraagt. Gelukkig zijn er veel manieren om fietsen ook op oudere leeftijd veilig en prettig te houden.
Fietsen, we doen het graag allemaal. Op de stalen ros tegen de wind in met krakende ketting of soepel met elektrische ondersteuning. Maar graag wel veilig, comfortabel en met plezier!
Senioren fietsen steeds meer, al dan niet elektrisch. Ook in Apeldoorn. En dat vinden we mooi, heeft veel voordelen. Echter, het aantal verkeersongevallen groeit met het aantal fietskilometers mee. Paden worden drukker en snelle fietsers zijn in opkomst.
(Mede) door fietsen blijven ouderen langer gezond, sociaal en zelfredzaam. Ouderen fietsen graag, en willen graag blijven fietsen, maar ze zijn ook kwetsbaar in het verkeer. Het programma Doortrappen heeft de ambitie dat ouderen zo lang mogelijk veilig blijven fietsen. Doortrappen motiveert hen zelf maatregelen te nemen om veilig te blijven fietsen. Het lokale netwerk rondom de oudere in elke gemeente helpt daarbij.
De waarde van fietsen op oudere leeftijd
Blijven fietsen heeft talloze voordelen:
Beweging voor het hele lichaam, zonder zware belasting.
Bevordering van balans en coördinatie.
Mentale gezondheid door ontspanning en buitenlucht.
Zelfstandigheid en vrijheid om sociale contacten te onderhouden.
Met beide voeten stevig aan de grond
Een belangrijke voorwaarde voor veilig fietsen is dat de fietser zich zeker voelt bij het opstappen, rijden en afstappen:
Zet het zadel iets lager om bij een stop stevig met de voet aan de grond te komen.
Kies een fiets met lage instap voor eenvoudiger op- en afstappen.
Overweeg een driewieler of stabiele e-bike voor extra balans.
Bescherming begint bij de helm
Een valpartij kan ernstige gevolgen hebben. Een helm biedt extra bescherming:
Vermindert de kans op ernstig hoofdletsel met wel 60%.
Moderne helmen zijn licht, geventileerd en stijlvol.
Maak er een gewoonte van om de helm altijd te dragen.
Kies een opvallende kleur of reflecterende details voor extra zichtbaarheid.
Praktische tips voor veilig fietsen
Goede verlichting: Zorg dat verlichting altijd werkt, ook overdag bij grijs weer. Brede banden en vering: Geven extra stabiliteit en comfort op oneffen wegen. Regelmatig onderhoud: Laat remmen en banden nakijken voor extra veiligheid. Zeker bij elektrische fietsen. Rustig gebruik e-bike: Gebruik een lage stand bij optrekken of in druk verkeer. Blijven oefenen: Maak korte ritjes om balans en spierkracht te behouden.
Tot slot
Fietsen is gezond, plezierig en geeft ouderen de kans om langer zelfstandig en vitaal te blijven. Met een paar eenvoudige maatregelen – een lagere zadelstand zodat de voeten stevig aan de grond kunnen, het dragen van een helm en aandacht voor fietskeuze en onderhoud – blijft fietsen veilig en plezierig. Blijf fietsen, blijf bewegen, en doe het met veiligheid voorop.
We praten de hele dag. Met collega’s, vrienden, familie of zelfs met de kassière. Praten voelt vanzelfsprekend en kost weinig moeite. Luisteren daarentegen lijkt simpel, maar wie eerlijk is, weet dat het veel ingewikkelder is. Ons brein is ongeduldig, onze gedachten zijn druk en onze mond staat vaak te popelen om zelf iets te zeggen. Toch is juist dat luisteren misschien wel de krachtigste – en moeilijkste – vaardigheid in ons sociale leven.
We leren allemaal al vroeg praten. Als peuter kraaien we onze eerste woorden en binnen een paar jaar vertellen we hele verhalen. Luisteren daarentegen lijkt vanzelfsprekend, maar in de praktijk blijkt het vaak lastiger dan we denken. In gesprekken is luisteren misschien wel het moeilijkste deel.
“Praten laat zien wie jij bent, maar luisteren laat de ander voelen dat hij bestaat.”
Praten voelt voor veel mensen actiever en controleerbaarder. Jij kiest de woorden, jij bepaalt de richting. Luisteren vraagt juist dat je die controle loslaat en je aandacht volledig op de ander richt. Dat gaat in tegen onze natuurlijke neiging om zelf invloed uit te oefenen. Stel je voor: iemand vertelt je over een vakantie in Italië en halverwege betrap je jezelf erop dat je eigenlijk zit te wachten tot jij je eigen Toscane-anekdote kunt delen.
Daar komt bij dat ons brein sneller werkt dan onze gesprekspartner kan praten. Gemiddeld spreken mensen zo’n 125 tot 150 woorden per minuut, terwijl ons brein wel vierhonderd tot zeshonderd woorden kan verwerken. Het gat dat zo ontstaat, vullen we ongemerkt met eigen gedachten, associaties of dagdromen. Voor je het weet, ben je even helemaal weg uit het gesprek.
We luisteren bovendien nooit volledig neutraal. Emoties, aannames en eerdere ervaringen kleuren wat we horen. Als een collega kritiek geeft, hoor je misschien vooral de toon en niet de inhoud. Soms vullen we ontbrekende informatie zelf in, waardoor we meer naar ons eigen verhaal luisteren dan naar dat van de ander. Echt luisteren betekent niet alleen woorden opvangen, maar ook emoties, intenties en context begrijpen. Dat vraagt empathische energie, en die kost moeite. Het verklaart waarom een dag vol intensieve gesprekken soms vermoeiender voelt dan een dag vol presentaties geven.
Een ander obstakel is de druk om te reageren. Terwijl de ander praat, zijn we vaak al bezig met ons antwoord. Een deel van onze aandacht is dus altijd gericht op het formuleren van een reactie, waardoor we minder ruimte hebben om de boodschap volledig te verwerken. Daar komt bij dat luisteren soms stilte betekent, en stilte kan ongemakkelijk voelen. In veel culturen willen we stiltes direct opvullen, maar juist die korte pauzes bieden de ruimte om woorden echt te laten landen.
Misschien herken je jezelf in een van deze momenten: je betrapt jezelf erop dat je alvast je antwoord bedenkt terwijl iemand nog praat, of je onderbreekt omdat je bang bent je punt te vergeten. Misschien merk je dat je gedachten afdwalen wanneer iemand lang aan het woord is, of dat je vooral de grote lijnen onthoudt en de details vervagen. En als er een stilte valt, voel je dan de drang om die snel te vullen? Hoe vaker je ‘ja’ denkt bij zulke vragen, hoe groter de kans dat je luistert om te reageren in plaats van om te begrijpen.
Luisteren lijkt simpel, maar het is een bewuste vaardigheid die oefening vraagt. Het draait om begrijpen in plaats van reageren, aandacht hebben voor woorden én lichaamstaal, en accepteren dat een paar seconden stilte niet het einde van het gesprek zijn, maar juist een teken dat je echt aanwezig bent. Wie deze kunst onder de knie krijgt, ontdekt dat goed luisteren misschien moeilijker is dan praten, maar ook veel waardevoller.
Het is gewoon niet voor te stellen. je moet met een mobieltje bellen. Je kunt er ook een tekst op lezen, je moet altijd bereikbaar wezen. En dat kan dus niet gewoon, met een doodgewone telefoon.
Wil je een treinkaartje kopen, nee, niet naar de balie lopen. Daar is niemand meer te zien, je kaartje komt uit een machien. Je moet dan overal op drukken, in de hoop dat het zal lukken. Pure zenuwsloperij, achter jou zie een rij, kwaad en tandenknarsend staan, want de trein komt er al aan.
Bij de bank wordt er geen geld, meer netjes voor je uitgeteld. Want dat is tegen de cultuur, nee je geld komt uit de muur. Als je maar de code kent, anders krijg je vast geen cent. Om je nog meer te plezieren, mag je internet bankieren. Allemaal voor jouw gemak, heb je alles onder je eigen dak. Niemand die er ooit naar vroeg, blijkbaar is het nooit genoeg.
Ach, ach, wat een geploeter, alles moet met een computer. Anders sta je buiten spel, op www, punt nl. Vind je dan alle informatie, wie behoedt je voor frustratie. Als dat ding het dan niet doet, dan word je toch niet goed. Maar dan roept men dat je boft, je hebt immers Microsoft. Ach, je gaat er onderdoor, je raakt gewoonweg van het spoor. Nee, het is geen kleinigheid, oud worden in deze tijd.
Als je ouder wordt, gaat alles slechter. Behalve het vergeten, dat gaat steeds beter!
Oud worden, dat willen we allemaal. Oud zijn, dat is wat anders. Je mogelijkheden krimpen, je wereld wordt steeds kleiner. Maar als je ouder wordt, kun je nog steeds schoonheid en liefde ervaren. Houd de sleur buiten de deur en onderneem eens wat nieuws! Als je van het leven houdt, blijf je jong en geniet langer van het leven.
De toename van het aantal woningen in de Wellen door meerdere woningbouwinitiatieven brengt nieuwe verkeersstromen met zich mee. Deze planvorming komt bovenop de reeds bestemde en vergunde planvorming van de Bongerd en de Wingerd met 218 woningen aan de Noordzijde van de Terwoldseweg. Op dit moment is de Wellen voor gemotoriseerd verkeer alleen vanaf de Anklaarseweg en het viaduct over de A50 bereikbaar. Er is weliswaar een entree vanaf de Deventerstraat aanwezig maar deze dient slechts als toegang voor het GGNet-terrein. De ontsluitingsstructuur wordt voor deze woningbouwinitiatieven aangepast en uitgebreid. De volgende uitgangspunten zijn hierbij leidend.
Goede bereikbaarheid: een goede en duidelijke vindbare ontsluiting realiseren voor het nieuwe woongebied. Zodat hier een prettig woongebied ontstaat zonder overlast door (doorgaand) verkeer, terwijl het gebied wel goed bereikbaar is voor bewoners.
Veilige woonomgeving: De wegenstructuur is Duurzaam Veilig ingericht. Het gehele woongebied wordt ingericht als verblijfsgebied (30 km/h).
Inpassen in de bestaande omgeving: de nieuwe verkeerssituatie mag de bestaande omgeving niet significant negatief beïnvloeden.
Het plangebied bevindt zich aan de oostrand van de kern van Apeldoorn (gemeente Apeldoorn, provincie Gelderland), ten westen van de Rijksweg A50. De omgeving wordt voornamelijk gekenmerkt door agrarische percelen met akkers en open intensief beheerd grasland. Ten westen van het plangebied bevinden zich meerdere gebouwen met een maatschappelijke functie en ten oosten is nog een boerderij aanwezig en een vijvercentrum.
Het plangebied bestaat voornamelijk uit agrarische percelen. Te midden van het plangebied is een grasveld aanwezig welke omringd is door eikenbomen en haagstruiken als meidoorn, lijsterbes en braam. Bij de zuidoostelijke maïsakker is nog wat opslag aanwezig, voornamelijk bestaande uit wilgen en hazelaren en een ondergroei van bramen en brandnetels. Op deze akker staat ook een elektriciteitsmast waar opslag van braam onder aanwezig is. Verder loopt ten zuiden nog een verharde weg die aangepast zal worden voor de ontwikkeling.
Meer informatie over het plan en de werkzaamheden is hier te vinden.
We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze site zo soepel mogelijk draait. Als je doorgaat met het gebruiken van deze site, gaan we ervan uit dat je ermee instemt.