Denk vooruit: een goede voorbereiding geeft rust

We zijn gewend om actief bezig te zijn. Een fietstocht, een wandeling, op bezoek bij familie of vrienden, een dagje weg… We trekken er graag op uit. Maar heeft u er weleens over nagedacht wat u doet als er thuis of onderweg onverwacht iets gebeurt?

De landelijke campagne Denk vooruit helpt iedereen om zich voor te bereiden op een noodsituatie. Denk bijvoorbeeld aan een langdurige stroomstoring, extreem weer of een situatie waarin telefoon, internet of andere voorzieningen tijdelijk niet beschikbaar zijn.

Zorg voor een klein noodpakket.
Veel spullen heeft u waarschijnlijk al in huis: water, houdbaar eten, een zaklamp, batterijen, een radio en eventueel medicijnen die u nodig heeft. Leg deze spullen bij elkaar, zodat u ze snel kunt vinden.

Maak een eenvoudig noodplan.
Bedenk met uw partner, familie of vrienden wat u doet als de telefoon of het internet uitvalt. Hoe neemt u contact met elkaar op? Waar kunt u elkaar ontmoeten? Een paar afspraken vooraf kunnen veel gedoe voorkomen.

Denk ook aan elkaar.
Als actieve senioren weten we hoe belangrijk contact en omzien naar elkaar zijn. Kijk eens bij de buren of spreek met vrienden af wie u in een onverwachte situatie kunt helpen en wie misschien wat extra hulp kan gebruiken.

Een noodsituatie hoeft natuurlijk helemaal niet te gebeuren. Maar net zoals we een paraplu meenemen als er regen wordt voorspeld, is het verstandig om voorbereid te zijn op situaties die we niet in de hand hebben.

U hoeft ook niet meteen een compleet noodmagazijn aan te leggen. Begin gewoon met een paar praktische zaken. Dan bent u beter voorbereid én het geeft een prettig gevoel om te weten dat u zichzelf en anderen kunt redden als dat nodig is.

Meer informatie en praktische tips vindt u op Denk vooruit.

Denk vooruit. Samen voorbereid, samen sterker!

Wat mag u meenemen uit het bos?

Een mooie tak, een handvol kastanjes of een paar paddenstoelen: tijdens een herfstwandeling komt u van alles tegen. Misschien wilt u zo’n mooie bosvondst wel mee naar huis nemen. Maar mag dat eigenlijk? Niet alles wat op de grond ligt, mag zomaar worden meegenomen. De regels verschillen bovendien per natuurgebied.

Nee, niet automatisch. Planten, vruchten, takken en andere natuurlijke materialen zijn in principe onderdeel van het natuurgebied en vallen onder de verantwoordelijkheid van de eigenaar of terreinbeheerder. Wat wel mag, kijk daarvoor op de website van de verschillende natuurorganisaties of de gemeentelijke website.

Daarnaast heeft wat op de bosbodem ligt vaak een functie. Dode takken zijn bijvoorbeeld belangrijk voor insecten en schimmels. Eikels, kastanjes, bessen en zaden vormen weer voedsel voor vogels en andere dieren.

De veiligste regel is daarom: laat de natuur zoveel mogelijk liggen.

Een paar kastanjes of eikels meenemen voor een herfststukje of om thuis te bekijken, lijkt misschien onschuldig. Toch zijn ook deze bosvondsten onderdeel van het ecosysteem. Dieren gebruiken ze als voedsel.

Of u iets mag meenemen, hangt bovendien af van de eigenaar of beheerder van het gebied. Controleer daarom altijd de plaatselijke regels.

Bij sommige terreinbeheerders is kleinschalig wildplukken voor eigen gebruik toegestaan. Staatsbosbeheer staat dit bijvoorbeeld op kleine schaal en op eigen risico toe. Als richtlijn wordt voor onder meer bramen en paddenstoelen een hoeveelheid van ongeveer 250 gram, de inhoud van een champignonbakje, gehanteerd.

Daarbij geldt onder meer:

  • pluk alleen voor eigen gebruik;
  • verzamel geen grote hoeveelheden;
  • beschadig geen planten;
  • blijf op de toegestane paden;
  • laat voldoende over voor dieren en andere natuurliefhebbers.

Maar let op: deze regels gelden niet overal.

In natuurgebieden van Natuurmonumenten is wildplukken niet toegestaan. Dat geldt voor onder meer paddenstoelen, bloemen, planten, vruchten, zaden en noten. De organisatie wijst erop dat deze materialen belangrijk zijn als voedsel voor dieren en dat plukken en struinen buiten de paden de natuur kunnen verstoren.

Een handje kastanjes meenemen is dus niet overal toegestaan, ook al lijkt het om een kleine hoeveelheid te gaan.

Met paddenstoelen is extra voorzichtigheid geboden. In sommige gebieden is het plukken ervan niet toegestaan. Gemeenten kunnen bovendien eigen regels hebben.

Staatsbosbeheer staat kleinschalig plukken in principe toe, maar benadrukt dat paddenstoelen plukken op eigen risico gebeurt. Giftige en eetbare soorten kunnen lastig van elkaar te onderscheiden zijn. Daarom stimuleert Staatsbosbeheer het plukken van paddenstoelen niet.

Wilt u paddenstoelen bewonderen? Dan is fotograferen natuurlijk een veilig alternatief.

Een mooie afgevallen tak lijkt misschien een gratis decoratie voor thuis, maar ook die kunt u beter laten liggen. Dood hout is namelijk belangrijk voor het bos. Het biedt voedsel en schuilplaatsen aan allerlei insecten, schimmels en andere organismen.

Neem daarom geen takken, stammen of ander hout mee, tenzij de terreinbeheerder daar uitdrukkelijk toestemming voor geeft.

Bloemen plukken of planten uitgraven is in natuurgebieden niet de bedoeling. Zeker beschermde of zeldzame soorten moet u met rust laten.

Ook hier geldt: geniet van wat u ziet, maar laat het staan voor de natuur en voor de volgende bezoeker.

Er is geen regel die voor ieder bos en natuurgebied hetzelfde is. Een gebied van Staatsbosbeheer kan andere regels hebben dan een terrein van Natuurmonumenten of een gemeentelijk park.

Kijk daarom bij de ingang naar de informatieborden en controleer bij twijfel de website van de terreinbeheerder. Staatsbosbeheer adviseert bezoekers nadrukkelijk om zich aan de plaatselijke toegangsregels te houden.

Wilt u zeker weten dat u goed zit? Laat de meeste bosvondsten gewoon liggen. Een foto maken van die bijzondere paddenstoel, kastanje of herfsttak mag natuurlijk wel. Zo blijft het bos mooi voor uzelf, voor andere bezoekers én voor de dieren die er leven.

Bron: Maxvandaag.nl