Samen op pad? Zo gaat de mantelzorger gratis mee

Gaat u als mantelzorger wel eens mee naar het ziekenhuis? Of doet u samen boodschappen met de persoon voor wie u zorgt of onderneemt u samen weleens iets leuks? Dan hoeft u de reis- of parkeerkosten niet altijd zelf te betalen. Dit zijn de mogelijkheden.

Als de persoon voor wie u zorgt niet zonder persoonlijke begeleiding met het openbaar vervoer kan reizen, kunt u een OV-begeleiderskaart aanvragen. Dat kan bijvoorbeeld als iemand slecht ziet, in een rolstoel zit of door een psychische aandoening niet zelf kan reizen. Met de OV-begeleiderskaart reist u gratis mee in de trein, de bus, de metro, de tram of de deeltaxi. Op de website Argonaut.nl vindt u informatie en een aanvraagformulier.

Heeft de persoon met wie u reist een Wmo-vervoerspas? Dan kunt u samen gebruik maken van de Regiotaxi of deeltaxi. Soms reist u als mantelzorger gratis mee, soms betaalt u een bedrag per kilometer. U kunt gratis meereizen als de persoon voor wie u zorgt een Wmo-vervoerspas heeft met gratis ‘medische begeleiding’. De gemeente bepaalt of iemand daarvoor in aanmerking komt. Zonder zo’n pas kunt u in de meeste gevallen ook mee, maar dan betaalt u een klein bedrag, meestal hetzelfde lage Wmo-tarief als de houder van de Wmo-vervoerspas.

De Regiotaxi is bedoeld voor ritten korter dan 25 kilometer. Voor langere ritten is er Valys, taxivervoer voor de langere afstand. Iemand die reist met Valys mag één begeleider gratis meenemen.

Woont de persoon voor wie u zorgt in een buurt met betaald parkeren? In veel gemeenten kunt u als mantelzorger een gratis parkeervergunning krijgen. Daarmee kunt u op een vastgesteld aantal dagen per jaar parkeren in de buurt van het adres waar u hulp geeft. Zo kunt u op bezoek gaan en even een ommetje maken of samen boodschappen doen, zonder dat het u parkeergeld kost. U vraagt de vergunning aan op naam van de persoon voor wie u zorgt. Meestal geldt als voorwaarde dat de persoon voor wie u zorgt hulp vanuit de Wlz of de Wmo krijgt. Vraag dit na bij de gemeente.

Met een gehandicaptenparkeerkaart kunt u op speciale plaatsen parkeren, zodat u minder ver hoeft te lopen naar bijvoorbeeld de winkel of de ingang van het ziekenhuis. Als iemand vanwege een handicap zelf niet kan rijden, kan hij of zij een Passagierskaart aanvragen. U kunt dan als mantelzorger op een gehandicaptenparkeerplaats gaan staan als deze persoon in uw auto meereist. De persoon voor wie u zorgt kan de Passagierskaart aanvragen bij uw gemeente.

In sommige gevallen vergoedt de zorgverzekering reiskosten. Als de persoon voor wie u zorgt niet zonder begeleiding kan reizen, worden ook de reiskosten van de begeleider vergoed. In bijzondere gevallen kan de zorgverzekeraar de kosten van twee begeleiders vergoeden. Vraag ernaar bij de zorgverzekeraar van de persoon voor wie u zorgt.

Bent u mantelzorger en heeft u een bijstandsuitkering? En merkt u dat u sommige uitstapjes niet maakt, omdat de kosten van trein, bus of auto te hoog zijn? Vraag dan bij uw gemeente of u in aanmerking komt voor bijzondere bijstand. Dit is een uitkering waarmee u extra en bijzondere kosten kunt betalen.

Publicatie van 3-01-2022; gewijzigd: 31-01-2024

Zo helpt een tablet iemand met dementie

Mensen met dementie kunnen veel plezier beleven aan een tablet. Dit apparaat helpt hen bijvoorbeeld om contact te maken met anderen en om bezig te zijn met hun interesses. Op welke manier kunt u een tablet het best gebruiken? Wetenschappelijk onderzoeker en arts David Neal van Amsterdam UMC vertelt. Tablets kunnen mensen met dementie op verschillende manieren helpen. Wetenschappelijk onderzoek toont dat aan. “Iedereen kent de tablet natuurlijk van beeldbellen via Skype of Facetime. Dat is ook een heel belangrijke toepassing voor mensen met dementie, want voor hen is eenzaamheid vaak een probleem,” zegt David Neal.

Hoe beginnen?
Een tablet is voor de meeste mensen makkelijker te bedienen dan een computer of laptop, omdat er geen muis en geen toetsenbord aan te pas komt. Een tablet is ook makkelijker in het gebruik dan een smartphone, omdat het scherm groter is. Er bestaan speciale tablets voor senioren, maar gewone tablets kunnen ook geschikt zijn. Die hebben bovendien als voordeel dat ook andere mensen die op bezoek komen daarmee vertrouwd zijn.

Hoe gebruiksvriendelijk een tablet ook is, toch zal de één er sneller mee leren omgaan dan de ander. Dat heeft natuurlijk ook te maken met of iemand eerder een smartphone of tablet heeft gebruikt. Is dat niet het geval, dan zal de uitdaging groter zijn, zegt David Neal. “Toch heb ik vaak gehoord dat mantelzorgers soms verrast zijn over wat hun naasten nog kunnen leren, ook als ze nooit eerder een tablet hebben gebruikt. Geef het dus niet te snel op. Met een beetje oefening en de juiste apps kunnen ook mensen met dementie vaak veel leren.”

Neal raadt aan om te beginnen met een app die interessant is voor de persoon voor wie je zorgt. Houdt iemand van puzzelen, probeer dan eerst een puzzelspel. Het begint dus met het vinden van een geschikte, gebruiksvriendelijke app.

“Ga vervolgens samen oefenen en maak daar een leuk moment van. Blijf geduldig als het niet in één keer lukt. Betrek ook anderen bij het gebruik van de tablet. Laat bijvoorbeeld kleinkinderen beeldbellen met opa of oma. Dat werkt motiverend,” zegt Neal.

Apps voor mensen met dementie

De smartphone en tablet (zoals de iPad) zijn niet meer weg te denken uit ons dagelijks leven. Ook je naaste met dementie kan deze nieuwe technologie gebruiken. Zo blijkt uit onderzoek dat ze veel plezier kunnen beleven aan het spelen met een tablet, zelfs als ze geen enkele ervaring met computers hadden. Ook voor jou kunnen apps een uitkomst zijn. Het is een manier om samen iets leuks te doen. Maar het kan de zorg ook verlichten. Op de website van dementie.nl vind je tips voor handige en leuke apps.

Net als bij iedere activiteit, is het bij apps de kunst om iets te vinden dat aansluit bij je wensen en vermogen. Als je naaste voor het eerst op een tablet speelt, is het verstandig om vooraf een ‘voorraad’ spelletjes te downloaden. Zo kun je snel wisselen als iemand een spel of app niet leuk of zelfs vervelend vindt. Ook kan het helpen om meerdere keren te testen of je naaste plezier heeft met de tablet of een bepaald spel. Op deze manier kom je erachter welke spellen ze leuk vindt en misschien ook welk moment van de dag het meest geschikt is om een spel te doen.

Dementie raakt steeds meer mensen. 1 op de 5 mensen krijgt dementie Momenteel hebben 290.000 mannen en vrouwen in Nederland de ziekte van Alzheimer of een andere vorm van dementie. In 2040 zal dit aantal opgelopen zijn naar ruim een half miljoen. Iedereen krijgt met de ziekte te maken: als patiënt, als mantelzorger of binnen de familie- of vriendenkring. Alzheimer Nederland wil zich – samen met zoveel mogelijk anderen – voor hen inzetten. Mensen met dementie willen vaak deel blijven nemen aan activiteiten en contact houden met familie, vrienden en ken­nissen. Ook voor hun naasten is dit belangrijk.

Het programma ‘FindMyApps’

Het afgelopen decennium zijn veel apps ontwikkeld die voor de genoemde problemen en wensen een praktische oplossing bieden, maar welke zijn geschikt voor mensen met demen- tie? En hoe vind je in het woud van apps iets dat aansluit bij persoonlijke interesses? Om het zoekproces naar gepaste apps te vereenvoudigen hebben onderzoekers van Amsterdam UMC (locatie VUmc), Saxion Hogeschool en Radboudumc in co-creatie met mensen met dementie en mantelzorgers, professionals en ICT experts een hulpmiddel ontwikkeld: het FindMyApps programma.

Wat is FindMyApps?
Het FindMyApps programma bestaat uit een app met een keuzehulpmiddel en een training om de tablet en de FindMyApps app te leren gebruiken. Met de app kan men eenvoudig dementievriendelijke apps vinden, die aansluiten bij de behoeften, wensen en mogelijkheden van de persoon met dementie. Deze apps kunnen het dagelijks functioneren ondersteunen en activiteiten bieden. Hierdoor kunnen mensen met dementie het dagelijks leven beter managen en weer bevredigende betekenisvolle en sociale activiteiten hebben. Daarmee ondersteunt FindMyApps niet alleen de persoon met dementie, maar ontlast het ook de mantelzorger.

Publicatie: 28-11-2021; gewijzigd: 31-01-2024

Beter oud worden…

Het consortium BeterOud bestaat uit partijen die samenwerken en daar afspraken over maken. Binnen BeterOud zetten ouderen, professionals en organisaties zich samen in om ouderen hun leven zo zelfstandig en waardevol mogelijk te laten leiden. Ook als zij afhankelijk worden van zorg of ondersteuning. Positieve gezondheid: het gaat niet meer om de aan- of afwezigheid van ziekte. Maar om het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale levensuitdagingen om te gaan en daarbij zoveel mogelijk eigen regie te voeren.

Dit doet BeterOud op de volgende 3 manieren: 
1. We zetten actuele vraagstukken op de agenda.
2. We verbinden ouderen, mantelzorgers, vrijwilligers en professionals uit verschillende werkvelden. 
3. We inspireren met goede en vernieuwende voorbeelden. 

  • Ouderenparticipatie: ouderen zijn betrokken. Niets over hen, zonder hen. 
  • Samenhang: afstemming tussen informele en formele zorg, tussen disciplines en werkvelden, tussen thuis en de instelling.
  • Diversiteit: aandacht voor bijvoorbeeld laaggeletterden, oudere migranten en ouderen met een lage Sociaal Economische Status (SES). 
  • Aanvullend op wat er al is: aansluiten bij en verwijzen naar mooie initiatieven.
  • Multidisciplinaire aanpak van vraagstukken rond ouderen. Betrokkenheid van ouderen: ‘niets over ons, zonder ons’.
  • Lerende aanpak op landelijk niveau: BeterOud maakt regionaal en landelijk leren mogelijk en werkt samen met beleid, praktijk, ouderen en onderzoek.
  • Goed onderbouwde kennis: we gebruiken bestaande kennis over wat werkt. En waar weinig kennis beschikbaar is verzamelen we praktijkkennis over wat werkt.
  • Niet verbonden aan één beleids- of onderzoeksprogramma rond ouderen, maar een overstijgend en duurzaam netwerk.  

Lees meer: www.beteroud.nl

Ouderen en professionals van het Netwerk 100 hebben het boekje ‘Als ik ouder word’ ontwikkeld. De meeste ouderen verliezen in de loop der jaren de grip op hun leven. Hoe kunnen zij er zelf voor zorgen dat ze zo lang mogelijk de regie houden? Het boekje helpt ouderen om na te denken over het ouder worden. ‘Wat komt er op mij af bij het ouder worden? Wat vind ik belangrijk? Wat wil ik aanpakken?’

Lees meer: www.beteroud.nl/thema-s. Daar kan je ook het boekje downloaden.

Hersenen houden van moeilijk

Het menselijk brein verandert continu. Verbindingen verdwijnen, er komen nieuwe bij. Ons hele leven lang. Dat heet ‘plasticiteit’. Het onderzoek naar plasticiteit begon al in de jaren tachtig. De afgelopen jaren is er steeds meer aandacht gekomen voor hoe we onze hersenen kunnen beïnvloeden. Met een gezonde leefstijl bijvoorbeeld, een belangrijk thema binnen de Hersenstichting. Daarover een aantal vragen aan prof. dr. Erik Scherder, van de faculteit Gedrags- en bewegingswetenschappen aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Hoe kan het dat het menselijk brein een leven lang verandert?
‘De eerste dertig levensjaren heeft het brein nodig om de ontwikkeling te voltooien. Om alle hersengebieden te ontwikkelen en verbindingen te leggen. Na je dertigste levensjaar is er sprake van een terugloop van het aantal en de kwaliteit van verbindingen. Er treedt een zekere kwetsbaarheid op. Je moet dus je hele leven lang zorgen voor je hersenen; in de ontwikkelfase tot je dertigste, maar dus zeker ook daarna. Doe uitdagende dingen die nieuw zijn en moeite kosten. Die drie pijlers – uitdagend, nieuw, met moeite – houden je brein gezond.’

Wat is ‘plasticiteit’?
‘De mate waarin je je hersenen kunt trainen. Door training kunnen je hersenen – tot op hoge leeftijd – nieuwe verbindingen maken, die weer zorgen voor flexibele hersenen. Ook kun je door plasticiteit functies terugwinnen die verloren zijn gegaan. Die invloed is echter beperkt. Ernstige hersenschade is vaak onherstelbaar, maar een deel van de schade is door hersentraining mogelijk wel te herstellen. Als iemand echter stopt met trainen, kunnen verbindingen weer verloren gaan. Dat zie je vaak wanneer mensen thuis komen nadat ze een poosje in een revalidatiecentrum hebben verbleven. Tijdens hun verblijf hebben ze dan hard gewerkt, maar zodra ze thuiskomen schiet de training erbij in.’

Hoe is plasticiteit ontdekt?
‘Het onderzoek naar plasticiteit begon al in de jaren tachtig. In eerste instantie door met ratten en muizen te experimenteren. De hersenen van een muis die alleen in een kooi zit ontwikkelen zich slechter dan die van een muis die met soortgenoten kan spelen. Spelen zorgt voortdurend voor nieuwe stimulansen. Dat geldt bij mensen net zo. Kinderen die met muziek bezig zijn hebben bijvoorbeeld een sterker ontwikkelde hersenbalk dan leeftijdsgenootjes die geen instrument spelen. Maar er zijn ook aanwijzingen dat leefstijlfactoren invloed hebben op het brein, zoals slaap, beweging of sociale contacten.’

We hebben onze hersenen nodig bij alles wat we doen. Daarom kan je ze maar beter zo gezond mogelijk houden. Want hoe gezonder je hersenen, hoe kleiner de kans dat een hersenaandoening je leven op zijn kop zet. Gelukkig kan je zelf een hoop doen. Voldoende beweging, goede slaap en veel mentale uitdaging zorgen dat je hersenen fit blijven. Klachten als gevolg van veroudering of een hersenaandoening kan je daarmee uitstellen.

Bewegen en de hersenen
Bewegen is goed voor je hersenen. Het verbetert je geheugen, zorgt ervoor dat je beter slaapt en vermindert stress. Beweging verkleint het risico op hersenaandoeningen zoals dementie, beroerte, depressie en mogelijk ook parkinson. Dit komt door 3 dingen:

  • Wanneer je voldoende beweegt, raken je hersenen goed doorbloed en krijgen ze de voeding en zuurstof die ze nodig hebben.
  • Beweging zorgt voor de aanmaak van nieuwe hersencellen en voor sterkere verbindingen tussen de hersencellen.
  • Door beweging verbetert de werking van signaalstoffen in je hersenen en neemt de hoeveelheid signaalstoffen toe. Hierdoor verbetert de communicatie tussen hersencellen.

Publicatie: 02-09-2019; gewijzigd: 08-01-2024
Bron: Hersenstichting.nl