Blog: september 2026 / Leestijd: 5 minuten
Het zijn grote vragen, maar misschien zouden we ze ons wat vaker moeten stellen. We leven in een tijd waarin alles snel moet, waarin vooruitgang vanzelfsprekend lijkt en waarin we steeds meer van onze aarde vragen. Maar hoe zijn we hier eigenlijk gekomen? En belangrijker nog: welke wereld laten we achter voor degenen die na ons komen?
Soms is het goed om even stil te staan bij twee eenvoudige vragen: Waar komen wij vandaan en Waar gaan wij naartoe? Als we die eerste vraag serieus nemen, moeten we veel verder teruggaan dan onze ouders en grootouders.
Miljarden jaren geleden was de aarde een planeet zonder mensen, zonder steden en zonder wegen. In de loop van een onvoorstelbaar lange tijd ontstond leven. Eerst eenvoudig, later steeds ingewikkelder. Soorten kwamen en verdwenen weer. Dinosauriërs als voorbeeld liepen over de aarde en verdwenen. Veel later verschenen de eerste mensachtigen.
Onze verre voorouders waren kwetsbaar. Ze moesten zich aanpassen aan hun omgeving. Ze leerden gereedschap gebruiken, vuur maken en vooral: SAMENWERKEN.
Dat samenwerken heeft ons ver gebracht
Een mens alleen kan niet veel. Maar samen konden mensen jagen, voedsel verzamelen, kinderen beschermen en zich verdedigen. Later ontdekten we de landbouw. Mensen gingen op vaste plaatsen wonen. Dorpen ontstonden, daarna steden en uiteindelijk hele beschavingen.
En vanaf dat moment ging het steeds sneller
We leerden schrijven. We ontwikkelden wetenschap en geneeskunde. We bouwden schepen, spoorwegen, auto’s, vliegtuigen, satellieten en ruimteschepen. Machines namen steeds meer werk van ons over. De industriële revolutie veranderde de wereld ingrijpend. Laten we in dit licht ook de kunstmatige intelligentie (AI) niet vergeten.

Maar aan die vooruitgang zit ook een andere kant
Om al die vooruitgang mogelijk te maken, zijn we steeds meer van de aarde gaan vragen. We haalden kolen, olie en gas uit de grond. We groeven metalen en andere grondstoffen op. We kapten bossen, gebruikten steeds meer land en verbruikten steeds grotere hoeveelheden energie.
Dat heeft ons veel gebracht. Een warmer huis, betere medicijnen, meer voedsel, vervoer, communicatie en een leven dat voor veel mensen comfortabeler is dan dat van hun voorouders.
Maar er is ook een rekening
Volgens het VN-milieuprogramma UNEP is de winning van natuurlijke hulpbronnen in de afgelopen vijftig jaar sterk toegenomen. Daardoor neemt ook de druk op grondstoffen, natuur en klimaat steeds verder toe. We zijn zo gewend geraakt aan groei dat we soms vergeten dat de aarde niet onbeperkt meegroeit.
Je kunt dat vergelijken met een bankrekening. Zolang je alleen uitgeeft wat er binnenkomt, blijft het saldo in evenwicht. Maar als je jaar na jaar meer opneemt dan er binnenkomt, raakt de rekening uiteindelijk leeg.
Met de aarde dreigt iets vergelijkbaars te gebeuren
We halen grondstoffen uit de bodem, gebruiken water, kappen bossen en verbruiken energie. Tegelijkertijd produceren we afval en stoten we stoffen uit die invloed hebben op het klimaat en de natuur.
Bossen hebben tijd nodig om terug te groeien. Bodems kunnen uitgeput raken. Visbestanden kunnen onder druk komen te staan. En koolstofdioxide die vrijkomt door het verbranden van fossiele brandstoffen stapelt zich op in de atmosfeer.
Daarmee komen we vanzelf bij de tweede vraag: Waar gaan wij naartoe?
Niemand kan de toekomst voorspellen. Maar we weten wel dat het klimaat verandert en dat menselijke activiteiten daarin een belangrijke rol spelen. De gevolgen zullen niet overal hetzelfde zijn. Sommige gebieden krijgen vaker te maken met droogte en hitte, andere met zware regenval of overstromingen. Denk ook aan de bosbranden, dit jaar. Ook Nederland zal zich moeten blijven aanpassen aan een veranderend klimaat.
Maar klimaatverandering is niet het enige probleem
Het gaat ook over de vraag hoeveel grondstoffen we gebruiken, hoeveel afval we produceren en hoeveel ruimte we nog overlaten voor natuur. De aarde is groot, maar niet onuitputtelijk.
Dat betekent niet dat we terug moeten naar de tijd van de hunebedden en zonder verwarming of elektriciteit moeten leven. Vooruitgang is niet het probleem. De vraag is vooral wat voor vooruitgang we willen.
Willen we steeds meer produceren, kopen en weggooien? Of kunnen we slimmer omgaan met wat we hebben?
Misschien ligt een deel van de oplossing juist in iets wat vroeger heel gewoon was: zuinig zijn op spullen. Iets repareren in plaats van meteen vervangen. Producten maken die langer meegaan. Grondstoffen opnieuw gebruiken. Energie schoner opwekken.
Daarbij moeten we wel eerlijk blijven. We kunnen niet verwachten dat de gewone burger in zijn eentje de wereld redt. Het heeft weinig zin om mensen een schuldgevoel aan te praten over iedere autorit, iedere vakantie of iedere biefstuk, terwijl grote bedrijven en overheden niet dezelfde verantwoordelijkheid nemen.
De grote veranderingen zullen moeten komen van overheden, bedrijven, wetenschap en nieuwe technologie. Maar ook wij als burgers hebben een stem. Niet alleen door wat we kopen, maar ook door wat we belangrijk vinden en welke keuzes we van onze bestuurders verwachten.
Dan is er nog iets wat we soms lijken te vergeten
Nederland is een klein land. We kunnen hier veel doen en we moeten ook onze verantwoordelijkheid nemen. Maar we moeten niet doen alsof we de problemen van de wereld binnen onze eigen grenzen kunnen oplossen.
De lucht houdt niet op bij de grens. Rivieren lopen door verschillende landen. Vervuiling, droogte, overstromingen en klimaatverandering vragen zich niet af welk land ergens verantwoordelijk voor is.
Natuurlijk moet ieder land zijn steentje bijdragen. Maar geen enkel land kan dit alleen. Niet Nederland. Niet Duitsland. Niet China. Ook de Verenigde Staten niet.
Als we de aarde minder willen uitputten en de gevolgen van klimaatverandering willen beperken, zullen we moeten SAMENWERKEN. Landen zullen kennis moeten delen, afspraken moeten maken en soms verder moeten kijken dan alleen het eigen belang.
Dat is misschien gemakkelijker gezegd dan gedaan. Ieder land heeft zijn eigen problemen, belangen en politieke ideeën. Maar sommige problemen zijn eenvoudigweg te groot om alleen op te lossen.
Misschien moeten we daarom leren om op twee manieren te denken. We mogen trots zijn op ons eigen land en onze eigen identiteit. Daar is niets mis mee. Maar tegelijkertijd moeten we beseffen dat we deel uitmaken van iets groters.
We delen dezelfde aarde
We hebben misschien verschillende talen, grenzen en regeringen, maar uiteindelijk leven we allemaal op dezelfde planeet. En als we die steeds verder uitputten, zullen de gevolgen uiteindelijk niemand helemaal voorbijgaan.
Daarom is samenwerking geen teken van zwakte. Het is gezond verstand. We hebben elkaar nodig. Misschien moeten we daarom niet alleen vooruitkijken, maar ook af en toe achterom.
Onze voorouders hebben de wereld niet perfect achtergelaten. Dat zal ook onze generatie niet doen. Maar we hebben wel de verantwoordelijkheid om de wereld niet slechter door te geven aan degenen die na ons komen.
Het hoeft niet met grote woorden
Het begint klein. Met aandacht voor elkaar. Met verantwoordelijkheid nemen. Met elkaar blijven praten, ook als we het oneens zijn. Met kinderen leren dat vrijheid ook verantwoordelijkheid betekent. En met beseffen dat vooruitgang pas echt iets waard is als gewone mensen er beter van worden.
Waar komen wij vandaan?
Uit een lange keten van mensen die, ondanks alle moeilijkheden, zijn blijven doorgaan.
Waar gaan wij naartoe?
Dat weten we niet. Maar misschien is juist dát de belangrijkste vraag: wat willen wij onderweg van onszelf maken?
Hoe kijkt u hiernaar? Zijn we goed bezig, of zijn we onderweg vergeten dat we maar één aarde hebben? Reageren mag.
We zijn ver gekomen door samenwerking — en waarschijnlijk komen we alleen verder als we opnieuw leren samenwerken.
De toekomst ligt niet ergens ver weg op ons te wachten. We maken haar iedere dag opnieuw.
Bronnen: IPCC – Climate Change 2023: Synthesis Report; UNEP – Global Resources Outlook 2024; Earth Overshoot Day 2026 – Global Footprint Network; Uitleg van de berekening achter Earth Overshoot Day
Ugchelen, september 2026
John de Jager
doddendaal@icloud.com
