Blog mei / Leestijd: 4 minuten
Het is een confronterende en terechte vraag: waarom lijkt de mensheid, ondanks een overvloed aan middelen en technologie, gevangen in een cyclus van conflict en ongelijkheid? In de oudheid slaagden beschavingen er inderdaad in om met beperkte middelen gigantische irrigatiesystemen aan te leggen die hele woestijnen lieten bloeien. Toch blijven oorlog en armoede hardnekkige realiteiten. Deze maand gaan we daar dieper op in en weer iets om over na te denken.
Waarom leven we nog steeds niet in vrede en zonder armoede?
Op het eerste gezicht lijkt de vraag eenvoudig. De aarde biedt voldoende ruimte, kennis en middelen om iedereen een waardig bestaan te geven. We beschikken over technologieën die voedselproductie efficiënter maken dan ooit, we kunnen water transporteren en opslaan, en wereldwijd is er genoeg rijkdom aanwezig. Toch leven miljarden mensen nog steeds in armoede en zijn conflicten aan de orde van de dag. Hoe kan dat?
Het probleem is geen gebrek aan middelen, maar verdeling
Wereldwijd wordt er genoeg voedsel geproduceerd om iedereen te voeden. Toch lijden mensen honger. Dat komt doordat middelen ongelijk verdeeld zijn en teveel verspillen. Economische systemen zijn vaak ingericht op winstmaximalisatie in plaats van basisvoorzieningen voor iedereen. Rijkdom concentreert zich bij een relatief kleine groep, terwijl anderen structureel achterblijven.
Geld op zichzelf is niet het probleem, het is een instrument. Het probleem ligt in hoe het wordt ingezet en wie er toegang toe heeft. Investeringen gaan vaak naar sectoren met het hoogste rendement, niet per se naar waar de grootste menselijke behoefte ligt. Projecten die weinig winst opleveren of politiek risico met zich meebrengen, worden vaak niet uitgevoerd, zelfs als ze maatschappelijk waardevol zijn.
In de oudheid was de schaal van samenlevingen kleiner en de focus vaak lokaal. Een irrigatieproject in Mesopotamië of de Andes was een direct antwoord op een fysieke behoefte van de gemeenschap. De middelen (arbeid en natuur) waren direct verbonden aan het resultaat (voedsel).
Macht en belangen spelen een grote rol
Conflicten ontstaan zelden zomaar. Ze worden vaak gevoed door politieke, economische of ideologische belangen. Toegang tot grondstoffen, strategische gebieden en invloedssferen zorgt ervoor dat samenwerking niet altijd de prioriteit krijgt. Zelfs wanneer vrede mogelijk is, kunnen machtsstructuren en gevestigde belangen verandering tegenhouden.
Technologie is geen garantie voor rechtvaardigheid
Technologie wordt niet automatisch ingezet voor het algemeen belang. Waarom niet? Omdat beslissingen worden genomen binnen politieke en economische kaders. Vandaag de dag is onze samenleving gefragmenteerd. We hebben de technologie om overal ter wereld water en voedsel te voorzien, maar de besluitvorming ligt bij nationale staten en commerciële entiteiten met uiteenlopende belangen. Waar vroeger het overleven van de stam centraal stond, staat nu vaak het winstbejag of geopolitiek voordeel voorop.
Complexiteit van de moderne wereld
De wereld van vandaag is sterk met elkaar verbonden. Problemen zoals klimaatverandering, migratie en economische ongelijkheid zijn grensoverschrijdend en complex. Oplossingen vereisen samenwerking tussen landen, culturen en systemen. Iets wat in de praktijk moeilijk te realiseren is.
Daarnaast zijn er historische ongelijkheden die nog steeds doorwerken. Koloniale structuren, ongelijke handelsrelaties en schuldenlasten beïnvloeden de mogelijkheden van landen om zich te ontwikkelen.
Het probleem is niet het geld, maar de sturing
Zoals al eerder aangegeven is er geld genoeg. De wereldwijde rijkdom is groter dan ooit. Het knelpunt zit in de prioritering. Vandaag de dag is alles verbonden.
- Geopolitieke belangen: In plaats van te investeren in mondiale basisbehoeften, vloeit een enorm deel van het wereldwijde kapitaal naar defensie en militaire macht. Vrede is vaak minder winstgevend voor de industrie dan conflict.
- Kortetermijndenken: Onze economische systemen zijn ingericht op snelle groei en kwartaalcijfers. Duurzame projecten die armoede structureel oplossen, vergen decennia aan stabiele investeringen zonder direct winstbejag.
- Complexiteit van macht: Waar vroeger een lokale heerser besloot over een kanaal, zijn we nu afhankelijk van een web van internationale verdragen, handelsbelangen en corrupte structuren die de eerlijke verdeling van middelen blokkeren.
- Eigendomsrecht: Grond is bijna overal privé- of staatseigendom. Je kunt niet zomaar ergens een irrigatiewerk aanleggen zonder juridische en politieke strijd.
- Ecologische grenzen: Onze moderne ingrepen hebben vaak onbedoelde gevolgen voor het klimaat en de biodiversiteit, wat projecten complexer en duurder maakt dan in de tijd van de farao’s.
Menselijke natuur en sociale structuren
Een ongemakkelijke factor is dat menselijke samenlevingen niet altijd gericht zijn op collectief welzijn. Concurrentie, angst voor verlies en groepsdenken spelen een rol. Mensen organiseren zich in systemen die zowel samenwerking als uitsluiting kunnen bevorderen.
De psychologie van schaarste
Hoewel er fysiek genoeg ruimte en grondstoffen zijn, creëren we vaak een kunstmatige schaarste. Macht is in de menselijke geschiedenis vaak gebaseerd op het beheersen van schaarse goederen. Als iedereen alles heeft, verliezen bepaalde machtsstructuren hun bestaansrecht. Vrede vraagt om het loslaten van de drang naar dominantie, iets wat diep geworteld zit in onze evolutionaire drang om de eigen groep te beschermen en te bevoordelen.
Er is fysieke ruimte genoeg, maar de wereld is opgedeeld in grenzen en private eigendommen. Vaak door verkeerde beslissingen in het verleden. Armoede ontstaat vaak niet door een gebrek aan middelen, maar door een gebrek aan toegang tot die middelen. Grond die gebruikt zou kunnen worden voor lokale voedselvoorziening, wordt vaak ingezet voor exportproducten die elders meer geld opbrengen.
Uiteindelijk is er ook de menselijke psychologie. Angst voor tekort, de drang naar status en groepsidentiteit (nationalisme/religie/radicalisering) zorgen ervoor dat we de ‘ander’ vaak als concurrent zien in plaats van als medebewoner. We zijn allemaal als mens geboren! Vrede vereist vertrouwen, en armoedebestrijding vereist radicale solidariteit. Beide zijn kwetsbaar in een competitieve wereldorde.
Waarom het wél mogelijk is
Ondanks deze uitdagingen is het belangrijk om te erkennen dat vooruitgang mogelijk is. Extreme armoede is wereldwijd afgenomen in de afgelopen decennia. Internationale samenwerking, technologische innovatie en sociale bewegingen hebben bewezen dat verandering kan. Er is dus geen natuurwet die vrede en welvaart voor iedereen onmogelijk maakt. Het is eerder een kwestie van keuzes: politiek, economisch en sociaal.
Conclusie
We leven niet in een wereld zonder armoede en conflict, niet omdat het onmogelijk is, maar omdat de huidige systemen en belangen dat in de weg staan. De techniek en de middelen zijn er. Het herstellen van irrigatiewerken, het vergroenen van woestijnen en het uitbannen van honger is technisch gezien een koud kunstje vergeleken met het bouwen van een ‘AI wereld’ of het splitsen van atomen of het onderzoeken van het heelal. De verschuiving die nodig is, is er een van mentaliteit: van een economie van schaarste en competitie naar een economie van overvloed en beheer.
Om te leven in een wereld zonder armoede en oorlog, is geen nieuwe uitvinding nodig, maar een verschuiving in prioriteiten. Het vraagt om het besef dat we, net als de bouwers van de irrigatiewerken in de oudheid, allemaal afhankelijk zijn van hetzelfde systeem. De vraag is niet of we het kunnen, maar wanneer we als wereldgemeenschap besluiten dat vrede en basisbehoeften belangrijker zijn dan macht en accumulatie.
Dat maakt het geen technisch probleem, maar een menselijk en maatschappelijk vraagstuk en juist daarom ook een oplosbaar probleem.
Ugchelen, mei 2026
John de Jager
doddendaal@icloud.com
