Blog september / Leestijd: 3 minuten
Van boerderijdier tot barcode met een groen randje
We leven in een bijzondere tijd. Nog nooit hebben we zoveel respect gehad voor dieren. We aaien honden, redden zeehonden, bouwen egelhotels en kopen adventskalenders voor de kat. En daarna rijden we langs de supermarkt om twee kilo kip mee te nemen voor minder geld dan een parkeerkaartje.
De moderne vleessector heeft een droom verwezenlijkt waar Henry Ford alleen maar van kon fantaseren: de lopende band is niet meer om de auto heen gebouwd, maar om het dier.
Het ideale landbouwdier bestaat tegenwoordig eigenlijk niet meer. Het ideale landbouwdier is een spreadsheet. Een Excel-bestand zonder gevoelens, zonder botten die het begeven en zonder de vervelende eigenschap dat het af en toe wil liggen, lopen of leven. Doorfokken noemen we tegenwoordig “optimaliseren”. Dat klinkt meteen een stuk vriendelijker. Alsof een kip vrijwillig een cursus persoonlijke ontwikkeling heeft gevolgd.
In werkelijkheid is het doel simpel: sneller groeien, meer spiermassa, minder voer, meer opbrengst. Dat de kip ondertussen loopt alsof hij twee betonblokken onder zijn vleugels heeft gebonden? Ach, daar is vast een KPI (Kritieke Prestatie Indicator) voor.
De koe heeft ook promotie gemaakt. Ze is geen koe meer. Ze is een melkunit met reserveonderdelen. En zodra de melkproductie een paar procent daalt, ontdekt iedereen ineens hoe veelzijdig rundvlees eigenlijk is.
De slachterijen hebben eveneens een indrukwekkende efficiëntieslag gemaakt. Vroeger had een slager een schort, een vak en een naam. Tegenwoordig lijkt het proces soms meer op bagageafhandeling op een vliegveld. Alleen is de kans groter dat je koffer vertraging oploopt.
De marketingafdeling verdient ondertussen een gouden medaille. Een plastic bakje met bleekroze vlees krijgt een foto van een idyllische boerderij, een houten lettertype en woorden als “puur”, “eerlijk”, “authentiek” en “met zorg geselecteerd”. Dat is ongeveer hetzelfde als een gevangenis verkopen met een folder waarop iemand in een hangmat ligt.
Dan de consument. Die wil dierenwelzijn. Maar alleen als het gratis is. We willen weten waar ons vlees vandaan komt, zolang het antwoord niet langer duurt dan de magnetron nodig heeft. We vinden dierenleed verschrikkelijk. Behalve tussen 17.00 en 18.00 uur, als de kiloknallers in de aanbieding zijn.
Misschien is de reclame voor hondenvoer nog wel het eerlijkst. Daar zie je sappige stukken vlees, verse groenten, zalm, kruiden en glanzende brokken waar een chef-kok bijna trots op zou zijn.
Bij reclame voor goedkoop vlees zie je vooral blije koeien in een weiland. Kennelijk is het makkelijker om kwaliteit te verkopen aan een hond dan aan een mens. En natuurlijk krijgen we voortdurend te horen dat alles voldoet aan de hoogste normen.
Dat is ongetwijfeld waar. De vraag is alleen welke normen. Want als een kip zo hard groeit dat zijn eigen skelet een officiële klacht zou kunnen indienen, is de norm misschien niet het probleem van de kip. Maar van degene die de norm bedacht.
Het mooie is dat we allemaal weten hoe het werkt. Iedereen vindt megastallen verschrikkelijk. Totdat de biologische kip €18 kost. Iedereen wil dat dieren een beter leven krijgen. Totdat de aanbieding “3 halen, 2 betalen” verschijnt. Iedereen is vóór verandering. Zolang iemand anders de rekening betaalt.
Gelukkig zijn er boeren die laten zien dat het anders kan: minder dieren, meer ruimte, meer aandacht en een product waar vakmanschap belangrijker is dan volume. Alleen maken die één grote fout. Hun vlees kost ongeveer wat vlees eigenlijk kost. En dat voelt tegenwoordig bijna als oplichting.
Misschien moeten we gewoon ophouden met doen alsof een karbonade van €2 het resultaat is van liefde, aandacht en een gelukkig leven. Voor die prijs koop je geen dierenwelzijn. Je koopt een systeem dat zo efficiënt is geworden, dat het dier er vooral nog is omdat iemand vergeten is het volledig weg te automatiseren.
En nu is er de nieuwste innovatie
Jarenlang werd alles uit de kast gehaald om een kip zo snel mogelijk op formaat XXL te krijgen. Extra eiwitten, slimme fokprogramma’s, maximale efficiëntie. Maar de consument begon ineens over gezondheid. Geen probleem.
Dus stoppen we tegenwoordig gewoon wat groen spul door het vlees. Spinazie. Erwtenvezels. Zeewier. Bietenvezels. Vezels hier, plantenextract daar. Niet omdat de koe daarom vroeg. Niet omdat het varken ineens vegetariër werd. Maar omdat een felgroen blaadje op de verpakking wonderen doet voor het geweten.
Zo eet je een ultrabewerkte vleesschijf met een blaadje basilicum op de voorkant en voelt het ineens alsof je een salade bestelt.
De volgende stap ligt voor de hand. Een frikandel met het predicaat “rijk aan groenten”. Een hamburger waarvan 15% uit broccoli bestaat, zodat de marketingafdeling hem met droge ogen “bewuste keuze” kan noemen. Een kroket waar meer groente in zit dan vlees. O, zo gezond en weer een stukje duurder! En ergens zit een kip zich af te vragen hoe ze na miljoenen jaren evolutie uiteindelijk is geëindigd als een groentedrager.
Nog even en dan vragen we bij tentje van suikerspinnen: ‘Heeft u ook suikerspinnen zonder suiker?’
Ugchelen, september 2026
John de Jager
doddendaal@icloud.com
